8.8 meter hoog is de terp van Hogebeintum of Hegebeitum in het Fries. Als kind kwam ik er wel eens, omdat een vriendin van mijn moeder hier in de buurt woonde. Je kon toen nog over de terp heenrijden langs de kerk en dan weer naar beneden. Intrigerend vond ik het, vooral ook vanwege de steilrand aan de oostelijke kant, waar de terp was afgegraven. Wel, vandaag ga ik naar Hegebeintum.
Om half zeven zit ik al in de trein, want dan heb ik een gunstige aansluiting. In Utrecht kan ik op de rechtstreekse trein naar Leeuwarden en zo zit ik om half 10 bij het Douwe Egberts café aan de koffie mét. En dan stap ik op de fiets. Met knooppunten heb ik een route uitgestippeld en langs de grachten ga ik naar een park en dan rij ik al buiten de stad.
Ik hoor geraas en bedenk dat ik vlak bij vliegveld Leeuwarden ben. Straaljagers zijn zich aan het klaarmaken voor een vlucht.
De route slingert door Jelsum, langs de parkeerplaatsen voor Dekema-state, maar niet langs het mooie kerkje dat ik uit de verte zag. Ik keer even terug en over het weggetje ‘Op ‘e Terp’ kom ik aan de rand van het dorpje waar de Sint Genovevakerk staat. Een prachtig 12e eeuws kerkje, slechts één beuk, middenschip van tufsteen met gotische ramen, hoge toren met een nieuwe blauwe wijzerplaat.
Spoorlijn
Net voorbij Jelsum wijk ik een stukje van de route af om de Spoardyk te gaan volgen, het fietspad dat is aangelegd op de voormalige spoorlijn Leeuwarden-Anjum, in de volksmond het Dokkumer Lokaaltje genoemd. Het was de oostelijke tak van het voormalige spoorwegnetwerk van het NFLS, de Noord-Friesche Locaalspoorweg-Maatschappij.
Na station Stiens splitste de lijn zich in een deel naar Dokkum en een deel naar Harlingen en net voor Jelsum was er een aftakking naar de vliesbasis Leeuwarden.
Alleen bij Marrum zal ik een nog een stukje spoor zien en her en der een bruggehoofd, maar verder is alles weg, op stukken spoordijk na. En een paar stations.
En als je denkt dat het in een ver verleden was. Nee, niets is minder waar. De lijn is in delen geopend. In 1901 Leeuwarden-Ferwerd, datzelfde jaar nog tot Metslawier, 1913 tot Anjum. Vanaf Stiens reed in westelijke richting ook een trein, eerst naar Tzummarum (1902), toen Midlum-Herbayum (1903) en uiteindelijk Harlingen (1904).
De lijn naar Dokkum was eigenlijk heel succesvol op het gebied van goederenvervoer, zozeer zelfs dat er te weinig capaciteit was voor goederenvervoer (gebrek aan laad- en losplaatsen). Al in 1905 werd de exploitatie overgenomen door de HIJSM (De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij).
De lijn was berucht vanwege de vele ongevallen op de overwegen en de NFLS sloeg alle voorstellen voor beveiliging van een aantal overwegen altijd af, tot de minister druk uitoefende. Dat was een financiële aderlating, waarna de crisis van de jaren 1930 en de concurrentie van de bus voor personenvervoer het laatste duwtje gaven. De NS nam de spoorlijn over in 1935 en ging de sluitingen regiseren. In 1936 werd alle personenvervoer gestaakt, met een kleine opleving in de oorlog.
Het goederenvervoer werd eveneens uitgefaseerd (1942 Dokkum-Anjum), 1975 (Stiens-Dokkum) en in 1997 (Leeuwarden-Stiens).
Het fietspad kan ik blijven volgen tot in Stiens, waar het oude station nog staat, met een grote remise en het voormalige stationskoffiehuis (tel.nr. 8).
Kerken en terpen
Ik verlaat nu maar dit zijspoor, want ik ga naar Hegebeintum. Naar de hoogste terp van Nederland. Hoewel? Ik heb de kerk van Jelsum gefotografeerd, en de kerk van Stiens is ook al zo mooi. Dus weer van de fiets af. De Sint Vituskerk staat op een terp waarop ook de begraafplaats is ingericht. Door een draaihekje loop ik het kerkpad op, een met lindebomen omzoomd pad om het kerkhof heen. Nu zal het niet veel meer voorkomen, maar in het verleden liep de rouwstoet achter de kist aan eenmaal, soms meerdere malen, om de kerk heen.
Ook deze kerk is weer een eenbeukige kerk met een tufstenen schip, alleen een stuk groter dan in Jelsum. De zadeltaktoren is uit de 16e eeuw.
Nu ik toch bezig ben, besluit ik om tot aan Hegebeintum alle oude kerken te fotograferen.
* In Finkum of Feinsum staat een kleine Sint Vituskerk uit de 13e eeuw. Het koor is in de 16e eeuw gesloopt.
* Langs een reizigersmonument op de plek van het voormalige station Finkum ga ik naar Hijum. Hier staat een Sint Nicolaaskerk uit de 12e eeuw op een grotendeels afgegraven terp. De kerk is open en ik neem gauw even een kijkje. Eenvoudige houten banken, een koperen kroonluchter, een paar grafstenen, houten balken en een mooi groen houten tongewelf. Terwijl ik in de kerk ben, hoor ik het torenuurwerk lopen: tik tak tik tak.
* Door naar Hallum waar de Grote of Sint-Maartenskerk op de terp staat, ook weer met zo’n mooi kerkpad er omheen. De kerk stamt uit de 13e eeuw maar er is een muurfragment van een 12e eeuwse tufstenen aanbouw.
* In Marrum staat de Godeharduskerk, ooit gewijd aan deze 10e eeuwse Duitse bisschop. Aan de zuidzijde van deze 13e eeuwse kerk is nog een groot tufstenen fragment te zien van de 11e eeuwse voorganger.
* Bij het voormalige station Marrum-Westernijtsjerk steek ik de grote weg over om bij het kerkje van Westernijtsjerk te picknicken. Het was ooit gewijd aan Sint-Oswaldus.
* Laatste stop voor Hegebeintum is Ferwerd. Daar sta ik even verrast te kijken op het Vrijhof. Het doet hier heel steeds aan. Een open plek, aan drie zijden huizen, waaronder de voormalige Pastorie die deels middeleeuws is. Het Vrijhof was bezit van de kerk van Ferwerd en werd als voorhof gebruikt voor wereldlijke aangelegenheden. Door het poortje naast de Pastorie loop ik het kerkpad op om de 15e eeuwse Martinuskerk te bekijken.
Hegebeintum
Via de Hegebeintumerdyk kom ik eindelijk bij het kleine terpdorpje (80 inwoners). Bij het Kennis- en Informatiecentrum koop ik een kaartje voor een bezoek aan de kerk, aan Harsta State en aan het centrum zelf. Met een gids loop ik het pad naar de kerk op.
We lopen langs de voormalige pastorie, het zondagsschoollokaal en dan het kerkhof op. De kerkdeur gaat open en meteen sta ik op van die mooie estrikken, groen en roodbruin. In de kerk staan twee grote grijze oliekachels uit de jaren 1960, nu omgebouwd naar elektrisch. In de kerk wordt elke eerste zondag van de maand een oecumenische dienst gehouden.
Dit 12e eeuwse kerkje is net als alle andere kerkjes en kerken waar ik langsfietste, eenvoudig van opzet. Maar Hegebeintum bezit iets heel bijzonders: 16 rouwborden die de periode van 1698 tot en met 1906 bestrijken. En dan zie je dat ook in rouwborden mode meespeelt. Eerst zijn het eenvoudige kleine ruitvormen, maar ze worden groter, meer versieringen, meer goud en gemarmerd hout. En zo hangt de hele kerk vol met deze borden.
Het houten tongewelf stamt uit 1550, voor de prachtige herenbank van Harsta State liggen zeer gedetailleerde grafplaten van de Van Coehoorns en Van Nijstens. Boven de 18e eeuwse preekstoel is een fragment van een oude muurschildering te zien.
We gaan op pad naar Harsta State, nu bezit van de Vereniging Hendrick de Keyser, een pand in de situatie van de 19e eeuw, toen Amelia Gerardina van Andringa de Kempenaer het bewoonde. De grote zaal en de hal zijn te bezichtigen. Het huis is een oude stins, waarschijnlijk 16e eeuws, maar in de loop der eeuwen is er aangebouwd, verbouwd en ook weer afgebroken.
Ik loop nog het informatiecentrum door waar ik meer leer over de bodemopbouw van de terp. Bij de versteviging van de kerktoren zijn twee boorproeven gedaan. Eén zo’n boorkern ligt hier, 12 meter lang, tot in de zandlaag waarop de terp is opgeworpen. Ik fiets weer verder maar ga eerst nog even bij de afgraving kijken. De terpen werden in de 19e eeuw afgegraven om de grond te verkopen voor bemesting van de schrale Friese en Drentse zandgronden, maar ook de bollenvelden. Verzakking en indroging waren het gevolg, soms zelfs instorting. Van sommige terpen is niets meer over, van anderen een deel. Toen kunstmest opkwam, was dat de redding van de terpen. Hier in Hegebeintum was een smalspoortje aangelegd zodat de lorries naar het haventje konden rijden. Dit haventje was speciaal aangelegd als verbinding met de Ferwerdervaart.
De terp was ooit meer dan 8.80 meter hoog. Door inklinking is deze gezakt. De doorsnede was 300 meter en de oppervlakte ca 9.5 hectare, waarvan nu nog maar een deel over is.
Tijd om naar huis te gaan. Door het mooie Friese land fiets ik even naar Oosterbeintum, maar op de kaart is beter te zien dat hier ooit een terp heeft gelegen dan in het landschap. Terug dan maar en langs Ginnum en Jislum kom ik in Birdaard waar ik de Dokkumer Ee volg tot in Leeuwarden.
Wat is een terp?
Een terp is een ter bewoning aangelegde verhoging in het landschap.
Het Friese woord terp is verwant aan het Nederlandse woord dorp. Oudgermaanse varianten zijn o.a. het Gotische thaurp. Later een groep huizen, nederzetting of grondstuk. In Friesland wordt er een kunstmatige heuvel (landvorm) mee aangeduid, die werd opgeworpen om bij hoogwater een droge plek te hebben.
In Groningen wordt meestal de benaming wierde gebruikt, in Noord-Holland en het eiland Marken de benaming werf, in Noord-Duitsland de benamingen warft, wurt of wierde en in Denemarken værft, varft of verft.
Eigenlijk is het Groningse wierde een betere benaming dan terp, omdat het eerste ‘woonheuvel‘ zou betekenen en het tweede ‘dorp‘. De etymologie van het woord wierde zou kunnen samenhangen met ‘weren’, zich verdedigen. Maar het kan ook zijn afgeleid van ‘opwerpen’.Bron: Wikipedia
























