Vanmorgen zat ik lekker op het terras van de B&B te lezen, in afwachting van het ontbijt op de vroegere deel van de boerderij. Twee ezels rollen door het stof en verder is er geen geluid. Zo rustig is het hier.
Na het ontbijt stap ik op de fiets richting de IJssel. Onderweg zie ik een Engelse vlag wapperen in een hoekje van een weiland. Als ik een paar kruisen zie staan, stap ik af. Het blijkt dat in de vroege ochtend van 13 juni 1943 hier een Lancaster bommenwerper van het 49e eskader van de Koninklijke Engelse Luchtmacht is neergestort. De bommenwerper was op de terugweg van een bombardement op Bochum en werd neergeschoten door een Duitse nachtjager. Van de zeven bemanningsleden zijn er vijf geborgen en in Raalte begraven. De andere twee konden niet positief worden geïdentificeerd en zijn dus officieel vermist. In 2020 zijn er grondscans gemaakt in het weiland en hieruit bleek dat er geen delen meer van het toestel in de grond waren achtergebleven.
*Pilot Officer John Hutchison piloot 30 jaar vermist
*Sergeant Charles W. Dudley 20 mecanicien
*Pilot Officer Charles S. Olson 30 jaar navigator
*Sergeant Ernest W.H. Johnson 19 jaar bommenrichter
*Sergeant Basil R. Cripps 20 jaar radio operator
*Sergeant Edward H. Pearson 19 jaar middenschutter vermist
*Flt/Sergeant Leslie E. Workman 29 jaar staartschutter (RNZAF)
Als ik door Raalte fiets zie ik in het voorbijgaan op het bevrijdingsmonument staan dat er 49 geallieerde vliegers zijn omgekomen in en om Raalte.
Voorbij Raalte pak ik de route op naar mijn doel van vandaag: Het Nijenhuis tussen Heino en Wijhe. Het wordt nu een kasteel genoemd, maar is een havezate. De oudste delen zijn uit 1680, maar het wordt al voor het eerst genoemd in 1382. In 1870 werden twee grote woontorens toegevoegd. Diverse adellijke families bewoonden het huis (Van Ittersum, Bentinck, Van Pallandt en Von Knobelsdorff) maar medio vorige eeuw raakte het huis in verval en werd het bezit van de provincie Overijssel die het restaureerde.
Dirk Hannema kwam er wonen. Die naam doet bij mij een belletje rinkelen. Was er niet iets met Vermeer? Als ik de brochure in het kasteel opensla, lees ik het inderdaad. Hij was directeur van Museum Boijmans (toen nog geen Van Beuningen) maar zelf ook kunstenaar en nog meer een kunstliefhebber en -verzamelaar.
Hij werd in Batavia (nu Jakarta) in toenmalig Nederlands-Indië geboren als zoon van Dirk sr. en jonkvrouwe Hermine de Stuers.
Via zijn moeder (uit een kunstzinnige familie) kreeg hij de liefde voor de beeldende kunst met de paplepel ingegoten en op zijn 14e kocht hij zijn eerste schilderijtje, dat na schoonmaken een kostbaar kleinood bleek te zijn.
Zijn carrière liep voorspoedig. Hij kwam in dienst bij Museum Boijmans als wetenschappelijk medewerker. Hij was een ‘ontvankelijke’. een kunstexpert die zich niet liet leiden door wetenschappelijke kennis, maar door intuïtie, door het onfeilbare oog. Een gevoel van schoonheid en kwaliteit in plaats van analyse en wetenschappelijke argumentatie prevaleerde in zijn aankoopbeleid, ook als dat voor anderen was.
Door goed lopende tentoonstellingen kwam hij op het hoogtepunt van zijn aanzien als kunstkenner, verzamelaar en museumdirecteur.
Toen kwam de Tweede Wereldoorlog en bleef hij op zijn post (zoals veel van zijn collega’s). Hij schikte zich naar de Duitsers en werd uiteindelijk Gemachtigde voor het Museumwezen. Dat kwam hem na de oorlog op straf te staan en museumdirecteur kon hij niet meer worden.
De affarie Van Meegeren bracht hem definitief schade toe als kunstkenner. Van Meegeren bracht doeken aan de man die van befaamde 17e eeuwse schilders zouden zijn: Vermeer, Hals, de Hooch. Hannema, afgaande op zijn intuïtie, zag zijn werk voor echt aan, en bleef dat ook doen na gedegen wetenschappelijk onderzoek en de bekentenissen van Van Meegeren.
Dirk trok zich terug op het Nijenhuis en verzamelde tot aan zijn dood in 1984 een heel eigenzinige collectie kunst. Deze collectie bracht hij onder in de stichting Hannema-de Stuers Fundatie en dat is gelijk het begin van het Museum de Fundatie met lokaties in Zwolle en hier in het Nijenhuis.
Ik mag door het kasteel lopen met een boekje met uitleg. Oud en nieuw staan en hangen bij elkaar. Middeleeuwse heiligenbeelden, een modern ‘tapijt’ van kunstgras, moderne glazen melkkannetjes, zilverwerk, een clavecymbel naast een modern beschilderde piano, het kan niet op.
Ik loop alle vertrekken door om daarna de grote beeldentuin in te lopen. Ook hier weer van alles te zien. 17e en 18e eeuwse godenbeelden, moderne sculpturen van cortenstaal, banken van vreemd gevormd keramiek, bronzen beelden. Vind ik alles mooi? Echt niet, maar het kan me wel boeien.
Ik stap weer op de fiets, nu echt richting de IJssel en jawel, regen. Niet echt heel erg, maar genoeg om toch even op de dijk te wachten tot de bui voor me langs naar het oosten is gedreven voor ik weer verder ga. Wijhe is in zicht. De straten dampen van het vocht nu de zon weer schijnt en ik ga op Olst aan. Maar weer dreigt er een bui en weer schuil ik, nu onder de bomen bij Den Nul. Het is nu nog een klein eindje.
Op de dijk staat Bökkers Mölle. De molen van Bökkers. De Bökkers’ zijn een molenaarsgeslacht uit Ootmarsum dat in 1938 deze molen kocht. De zesde generatie staat nu aan het roer (de derde op deze plek) van een maalvaardige molen, bakkerij, winkel en brasserie. De molen zelf is deels 18e eeuws (onderkant), deels 19e eeuws (de bovenachtkant met kap en wieken). Tot 1990 werd nog op de wind gemalen maar toen kwam de molen stil te staan. Er is een grote restauratie uitgevoerd en nu maalt de molen weer. Op de wind.
En van het meel wordt o.a. brood gebakken. En dat ga ik nu eens lekker beproeven voor ik met de trein naar huis reis.












