Nu zou je voor de aardigheid de kaart van Noord-Holland eens voor je moeten pakken. En dan gaat het om het Noordzeekanaal. Zie je hoe dat niet rechtstreeks op zee aanloopt, maar net tussen Velsen-Noord en Velsen-Zuid een flauwe bocht naar het noorden maakt?
Dat is de bocht van Boreel en dat heeft alles te maken met de plaats waar ik vandaag naar op weg ben.

Ik sta weer klaar met mijn fiets om op de trein te stappen. Weer naar Noord-Holland, naar Castricum, waar ik vorige week ook al was. Vanaf het station koers ik op het strand af. Tijd voor koffie met een lunch.
Vervolgens een dagkaart kopen voor het duinreservaat en dan ga ik een merkwaardig landschap in. Niet omdat er duinen zijn, maar omdat ik de industrie al goed kan zien vanaf sommige punten. De pijpen van de bedrijven steken ver boven de duinen uit, maar toch rij ik lekker rustig, wind in de rug, naar Wijk aan Zee.
Vervolgens Beverwijk en Velsen-Noord en dan sta ik aan de oever van het Noordzeekanaal. Velsen-Zuid door en dan sta ik bij het hek van buitenplaats Beeckestijn.

Als lid van de Vereniging Hendrick de Keyser mag ik vandaag samen met andere leden een kijkje nemen bij de nieuwe presentatie van het pand.
Eerst krijgen we uitleg over het pand en de bewoners en dan over de keuzes die gemaakt zijn bij de presentatie en dan mogen we op pad. Mijn groep gaat onder leiding van een boswachter eerst het buitenterrein verkennen en daarna mogen we naar binnen.

De buitenplaats is ouder dan op het eerste gezicht lijkt. In de 15e eeuw was het een verstrekt landhuis, een hofstede. De naam komt van de beek die hier liep, een beek die ontsprong in de duinen in een duinrel. Stijn betekent dan stenen huis.
De hofstede had al wat eigenaren gehad toen het in handen kwam van Margaretha Munter. Haar zoon Jan Trip van Berckenrode erft het van haar en hij verkoopt het aan zijn zoon Jan Trip de jonge. Deze Jan jr. trouwt met de steenrijke Petronella Wilhelmina van Hoorn, dochter van de gouverneur-generaal van Indië, kleindochter van een buskruitfabrikant en achterkleinkind van een andere gouverneur-generaal en via moeders ook kleindochter van weer een andere gouverneur-generaal. De handel op de Oost had de familie Van Hoorn duidelijk geen windeieren gelegd.

Na de aankoop van de hofstede liet het echtpaar die slopen om een nieuw landhuis te bouwen, in rode baksteen. Vooral Petronella was zeer betrokken bij de bouw van dit nieuwe huis, uiteraard ook omdat het van haar vermogen werd gebouwd.
Het was geen groot huis, maar het was ook niet bedoeld voor permanente bewoning. Het was een buiten, letterlijk een huis buiten de stad, die in de zomer stonk en heet was. Hier kon men genieten van schone en frisse lucht.

Nu bijna niet meer voor te stellen, maar aan de overzijde van de drukke weg lag vroeger water, het Wijker Meer, onderdeel van het IJ, nu ingepolderd. Het IJ was een grote brede rivier die vanaf de Zuiderzee zich ver naar de Noordzeekust uitstrekte, ook tot deze buitenplaats.
Lang hebben ze er niet samen kunnen verblijven. Jan stierf jong, Petronella hertrouwde maar het landgoed bleef in de familie Trip, ook al woonde ze nu zelf op kasteel Rozendaal bij Arnhem. Haar zoon Jan Willem en later kleindochter Petronella waren de volgende eigenaren.

Na de dood van de laatste Trip-erfgenaam werd het landgoed in 1742 verkocht. Aan de familie Boreel. Toch bleef het nog een beetje in de familie. Jacob Boreel was nl. getrouwd met Agneta Munter, kleindochter van Cornelis, de broer van Margaretha Munter.
Boreel liet veel veranderen. Het huis kreeg twee vleugels, er kwamen twee koetshuizen. De Franse strak aangelegde tuin bij het huis liet hij ongemoeid, maar hij liet wel een Engelse landschapstuin aanleggen, de eerste van zijn soort in Nederland.

Dat maakt deze buitenplaats ook bijzonder, dat de diverse tuinstijlen naast elkaar zijn blijven bestaan.
Bij de Engelse stijl hoorde ook de bouw van follies, nepbouwsels. Eén zo’n bouwsel is er nog, de kapel, destijd de woning van de tuinbaas, nu een vakantiewoning. Zes generaties Boreel bewoonden het huis, tot laatste Boreel-bewoner Willem François in 1851 overleed. De overige Boreels woonden op het vlakbij gelegen landgoed Waterland.

Even een zijstapje: Deze Willem François is de oprichter én naamgever van het regiment Huzaren van Boreel. Dat regiment werd opgericht door Boreel in november 1813 in opdracht van koning Willem I. In 1814 heette het het ‘1ste Regiment Huzaren’ en in 1815 werd het het ‘6de Regiment’. Ze werden ook wel de blauwe huzaren genoemd, vanwege hun blauwe veldtenue. Boreel nam met zijn regiment deel aan de slag bij Waterloo.
En vandaag? Het 43 Brigade Verkenningseskadron van 43 Gemechaniseerde Brigade, 42 Brigade Verkenningseskadron van de 13e Lichte Brigade, 11 Brigade Verkenningseskadron van de 11e Luchtmobiele Brigade, en 104 Verkenningseskadron Joint ISTAR Command van de Koninklijke Landmacht zetten de tradities voort van het Regiment Huzaren van Boreel.
En wat is een huzaar? Dat is een doorgaans lichtbewapende ruiter. Huzaren kwamen oorspronkelijk uit Hongarije, waar ze ten strijde trokken tegen de Turken. Het Hongaarse woord huszár is ontleend aan een Zuid-Slavische taal waarin husar of gusar ‘piraat’ betekent.

Na de dood van Willem François werd het huis verhuurd door de familie Boreel. Diverse families hebben er gewoond, waaronder sommige van de ‘nouveau riche’, de nieuwe rijken die nu konden pronken met een huis van de oude rijken.

Tijdens de oorlog was het huis onderdeel van de Festung IJmuiden. Bunkers op het terrein, het huis in camouflagekleuren, soldaten in het huis.
Na de oorlog stond het huis op instorten, ook omdat veel hout was gebruikt voor de stook.

De familie Boreel verkocht het pand aan de gemeente Velsen die het liet restaureren. Na een tijdlang museum te zijn geweest is het overgedragen aan de Vereniging Hendrick de Keyser.
Delen van het pand worden nu verhuurd als kantoor of als woning, er kunnen evenementen worden gehouden en nu heeft het een nieuwe inrichting gekregen met een nieuwe presentatie, waarin drie eeuwen geschiedenis aan bod komen.

Ook bijvoorbeeld het verband tussen landgoed Beeckestijn en het schip De Beeckesteyn. Dit slavenschip is meerdere malen de oceaan overgestoken met tot slaafgemaakten aan boord. Buiten dat deze handel al gruwelijk was, bleek het sterftecijfer aan boord erg hoog. De naam is waarschijnlijk aan het schip gegeven toen Jan Trip de jonge bestuurder werd bij de West-Indische Compagnie, de tegenhanger van de VOC.

En die bocht van Boreel? Hoe zit het daar mee?
Wel, volgens de eerste tekeningen van het Noordzeekanaal zou het landhuis moeten worden afgebroken. Naar men aanneemt heeft de toenmalige eigenaar, jonkheer Willem Boreel van Hogelanden, zijn politieke invloed aangewend om het tracé naar het noorden te verleggen. Zo werd zowel Beeckestijn als Waterland (waar hij zelf woonde) gespaard.

Ik ga weer op pad, naar station Haarlem om daar de trein op huis aan te pakken.


2 reacties op “Beeckestijn”

  1. Tineke Avatar
    Tineke

    Wat een leuk, en interessant verhaal over Beeckestijn en de bewoners! Ik kwam het toevallig tegen! Hartelijke groet, Tineke, rondleider op de buitenplaats en coördinator rondleidingen.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Spirit Reactie annuleren