Op een dag als vandaag is goed te merken dat Nederland maar een klein landje is. Om iets voor tienen zit ik al in Weert. Bij Bakker Bart. Aan de koffie met een kersenflap. Het is maandagochtend. Terrasjes zijn nog niet open en ik had weinig zin om op het station te bivakkeren voor mijn koffie.
Iets later rij ik de stad uit, langs de Sint Annamolen. Het landschap glooit, korenvelden, de geur van bloeiende aardappels, zon en wolken, de wind heb ik in de rug.
Dat ik in het katholieke zuiden ben is duidelijk. Veldkruisen en veldkapelletjes zijn er genoeg. Zoals de Aersekapel, een klein bakstenen huisje, witte voorgevel, muurankers en een Mariabeeld. De naastgelegen boerderij werd in de tijd van de Eerste Wereldoorlog gebouwd en van de overgebleven stenen werd dit kapelletje gebouwd. Op het altaar ligt een veger (praktisch) en staat een stapeltje kaarten. Rouwkaarten en bidprentjes, sommigen jaren her.
Over die Eerste Wereldoorlog gesproken. Net voorbij Haler schiet ik even België in. Ik zie het bord Dodendraad staan. En echt pal op de grens staat een stukje gereconstrueerde geëlectificeerde omheining met een schakelhuis, zoals dat in die oorlog werd aangelegd door de Duitsers om smokkel tussen België (in oorlog) en Nederland (neutraal) tegen te gaan. 1000 doden heeft deze 332 kilometer lange versperring geëist.
Nu moet ik wel een beetje opschieten, want anders ben ik niet op tijd op het startpunt van vandaag. Maar ik kan het niet laten. Bij Kessenich (in België aan de Maas), staat op het hoogste punt van het dorpje de mooie Sint Martinus. En de kerk is open. Dus… De toren in 14e eeuws, vierkant en gebouwd van massieve steenblokken. De neogotische kerk steekt af in baksteen. Binnen is het een vrolijke kerk, met muurschilderingen in pasteltinten.
Om terug in Nederland te komen moet ik door Maaseik en ik kan het weer niet laten. Ook hier moet ik even van de fiets. Voor een standbeeld. Op de Markt staat het grote standbeeld van de gebroeders Hubert en Jan van Eyck, de beroemde schilders van het al even befaamde altaarstuk ‘De aanbidding van het Lam Gods’ dat in Gent te bezichtigen is.
En dan is het nog maar een paar kilometer. De Maas steek ik over, terug Nederland in, en dan dreigt toch de regen. Snel fietsen terwijl het druppelt en dan sta ik voor het westwerk van de Sint-Amelbergabasiliek van Susteren. Hier, waar Nederland op z’n smalst is, start de orgelfietstocht van de SOL (Stichting Samenwerkende Orgelvrienden Limburg).
Het massieve 12e eeuwse westwerk met twee torens is niet helemaal orgineel. Oorspronkelijk was er een achtkantige toren met traptorens, maar dat was in de 19e eeuw al verdwenen. Het westwerk is toen helemaal symmetrisch uitgevoerd en het maakt daardoor een verbluffende indruk. De kerk staat ietwat hoger dan het plein en lijkt daardoor nog hoger.
De kerk zelf stamt uit 1060 en is een Ottoonse kruisbasiliek (een kruiskerk in de vorm van een basiliek of basilica, de bouwvorm uit de klassieke oudheid). De kerk is ook een basiliek in kerkelijke zin: het heeft de eretitel basiliek in 2007 van de paus ontvangen.
De kerk is het leven begonnen als abdijkerk van het klooster dat hier in 714 gesticht is door Willibrord, Pepijn van Herstal en zijn vrouw Plectrudis. (Pepijn is via zijn tweede bigamie huwelijk de voorvader van Karel de Grote). Eerst een mannenklooster, werd het later een vrouwenklooster. Van de benedictinessen. Abdis was Amelberga van Susteren. Zij heeft rond het jaar 900 geleefd en is in deze kerk begraven. Vanaf 1147 is zeker dat ze wordt vereerd.
De kerk blijkt ook een museum te hebben, maar dat bewaar ik voor later.
Jo Louppen, de stadsorganist van Kerkrade, krijgt het woord en licht het programma toe. Hij zal vandaag op vier orgels spelen, allemaal kleine orgels met één klavier. Het Kleines harmonisches Labyrinth C Dur van Bach zal hij op alle orgels spelen, omdat dit stuk ons veel toonsoorten laat horen.
Het orgel in Susteren stamt uit 1680, vrijwel zeker gebouwd door Weidtmann. In de 18e en 19e eeuw is het orgel aangepast en in 1972 is het gerestaureerd. Naast het Labyrinth klinken nog twee stukken van Bach (Concerto in D nach Marcello en de Partita over O Gott, du frommer Gott).
Tijd om op de fiets te stappen. Het is zo’n 9 kilometer fietsen naar de volgende kerk. Door de bossen komen we bij Sittard, in de wijk Vrangendael. Hier staat de Christus’ Hemelvaartkerk, een bakstenen zaalkerk uit 1965. De kerk heeft een heel apart grondplan, een hoekige halve cirkel of zoiets. Het zorgt ervoor dat in de kerkzaal alles gericht is op het liturgisch centrum onder de klokkentoren. Die toren heeft ramen, waardoor de witte achtermuur wordt uitgelicht.
Grote verrassing is het oude barokorgeltje dat voor in de kerk staat. Totaal niet wat je verwacht in zo’n mid century modern kerk. Het orgel uit 1748 is van de hand van Assendelft. Via een klooster in Deurssen kwam het in Gennep terecht en sinds 1970 staat het hier. Het was een balustradeorgel met het klavier achter, werd verbouwd met klavier opzij en nu zit het klavier voor. Daardoor heb ik goed zicht op de organist.
Weer natuurlijk dat Labyrinth van Bach plus een aantal Bach-koralen, een Voluntary van Stanley en een vrolijke Ciacona van Muffat.
Hillensberg is de volgende stop. Dat dorpje ligt net over de grens in Duitsland en doet zijn naam eer aan. Aan het eind van vier kilometer fietsen moet ik flink op de pedalen om bij de toegang tot het kerkhof te komen.
De Sankt Michael is een 11e eeuws zaalkerkje, gebouwd van Maaskeien en mergelsteen. Eind 17e eeuw werd de westkant met baksteen bekleed en nog weer later werd het koor afgebroken en daarvoor in plek kwamen twee traveeën. De middeleeuwse buitenkant is in totale tegenstelling tot de binnenkant, vooral bij het altaar. Boven het altaar is een hemelsblauw gewelf met vermeldingen van de vier evangelisten en een stralende zon aan de achterzijde.
Het orgel is van een onbekende bouwer en stamt uit ca 1830, maar men vermoedt dat het een Van Dinter-orgel is. De datum was te achterhalen omdat stukjes krant uit 1831, gebruikt als afsluiting, in het orgel gevonden zijn bij de restauratie.
Ook hier weer het Labyrinth, dan de Ciaona van Pachelbel, een stukje uit orgelconcert 4 van Handel (altijd vrolijk) en dan weer Bach: Piéce d’Orgue, de Frühfassung.
We suizen de berg af en gaan op pad naar de laatste stop van vandaag. Na acht kilometer rij ik Millen binnen, weer zo’n klein Duits dorpje, denk ik, maar nee, het is een stadje. Het stadje heeft een rijke geschiedenis en is een terugkomst waard.
Ook hier weer een verrassend mooie kerk, de Sankt Nikolaus. De zandstenen buitenkant is uit de 12e eeuw toen het zaalkerkje werd vergroot. Het rechthoekige koor stamt uit het jaar 1000 en heeft een 19e eeuws roosvenster. Het barokke stucwerk in wit met goud op een grijze wand is heel bijzonder. Ik kan er niet goed achterkomen, maar het lijkt me dat er martelaren worden uitgebeeld. Nogal gruwelijk, zullen we maar zeggen.
Aan de kerk vast staat de Quirinuskapel, gebouwd in de 12e eeuw en het hek is open. Dat er een hek voor staat is minder raar dan het lijkt. In de kapel staan enkele kostbare Middeleeuwse heiligenbeelden.
Het orgel is 19e eeuws, gebouwd door Koulen. Ook hier weer het Labyrinth en om recht te doen aan de fietstochtjes door het pastorale landschap volgen werken in die sfeer van Schnizer (Pastorella), Couperin (Les Bergeries = schaapskooi), Stanley (the Trumpet voluntary = jagen) en Daquin (de koekoek). De organist besluit met de haan en de koekoek van Bach (BWV 963).
Ik mag nog mee terug naar Susteren voor een nazit, maar het programma is danig uitgelopen (ik klaag niet, hoor) dat ik liever gelijk de trein pak. Ik zit maar een vier kilometer van station Sittard vandaan. Dan hoef ik pas in Den Bosch weer uit te stappen. Hoe makkelijk is dat?









