Wie wel eens over de Zeeburgerbrug bij Amsterdam rijdt, kan van het gebouw een glimp opvangen. Een 17e eeuws buitenhuis aan het water, op de smalle strook grond die het IJ en het Nieuwe Diep -met daarin het Amsterdam-Rijnkanaal- scheidt. Ik was er op de fiets wel eens langsgekomen, maar een bezoek lukte niet. De openingstijden zijn beperkt. Alleen op zondag.
En daarom sta ik vandaag in de regen op de tramhalte aan de IJburglaan naar mijn paraplu te zoeken. Ik laat de drukke IJburglaan achter me en loop naar de oude Diemerzeedijk. Ruim een kilometer en ik ben er al: het Gemeenlandshuis.

Terzijde: we kennen het woordje gemeen in een paar betekenissen: gemeenschappelijk, onfatsoenlijk, laag, vals, gewoon. Het woord is een afleiding (met het voorvoegsel ‘ge-‘) van een Germaans woord dat ‘last, plicht, schatplicht’ betekende. Letterlijk: samen gedragen, gemeenschappelijk opgebracht. Vergelijk ook het Latijnse ‘communis’ dat ‘gemeenschappelijk, gewoon, deelachtig’ betekende.
Vanuit de betekenis ‘gemeenschappelijk’ ontwikkelde zich de betekenis ‘niet uitzonderlijk, gewoon, alledaags’ en daaruit ontstonden, als gevolg van minachting voor lager geplaatsten en voor het mindere, de betekenissen ‘laag-bij-de-gronds’ en ‘laag, slecht, gemeen’.
Ook in het Engels is dat gebeurd: mean werd ‘vals, krenterig’ en het woordje ‘common’ betekent ook ‘vulgair’.

Het Gemeenlandshuis valt onder de eerste oorspronkelijke betekenis van het woord ‘gemeen’: het was het bestuurscentrum van het gemeenschappelijke land.
Het was het onderkomen van het ‘Hoogheemraadschap van den Zeeburg en de Diemerdijk’.

In de 12e eeuw nog kon de pastoor van Diemen over smalle paadjes, soms verstevigd met planken, naar zijn parochianen in Durgerdam lopen. Na de grote vloed van 1170 werd het IJ een brede inham van het Almere en kon dat niet meer. Overal in dit gebied moesten steeds hogere terpen worden opgeworpen. In de Diem werd een dam geslagen. En er was al een zeedijk met daarin een sluisje, de Ipenslotersluis, waar ook een buurtschap ontstond.

Die dijk stelde in het begin niet zoveel voor, maar het Almere dijde uit, het water werd dreigender en een hogere zeekering was nodig. En dus werd gezamenlijk de dijk verhoogd. De dijk volgde waar mogelijk bestaande zandruggen tussen de IJ-monding en Muiden. Van tijd tot tijd spoelden stukken dijk weg en begon het werk van voren af aan.
Tot 1421, de Sint-Elizabethsvloed. De dijk kon het water niet aan, de buurtschap verdween in de golven en het Nieuwe Diep ontstond, gescheiden van het IJ door een smalle strook met daarop nog steeds de dijk.

De versterking en verhoging van de Diemerzeedijk was een project van betekenis en behoefde een gemeenschappelijke aanpak en daarom werd het Hoogheemraadschap van den Zeeburg en de Diemerdijk opgericht. De baljuw van Amstelland (als vertegenwoordiger van de leenheer) en de schout en schepenen van Diemen waren nu verantwoordelijk voor onderhoud van de dijk.
De schouw (of dijkcontrole) ging na verloop van tijd over in de handen van de stad Amsterdam.

Bij de sluis ontstond weer een nederzetting. Het was hier prettig toeven en vanuit de stad kwam men hier heen gewandeld. O.a. Rembrandt heeft hier zitten tekenen.
En was ook een herberg: ‘Daer de Jaeger Uuythangt’ en het bestuur van het hoogheemraadschap vergaderde daar vanaf 1609. Er is nog een gevelsteen uit die tijd van de herberg bewaard gebleven, nu gemonteerd op de zijgevel van het Gemeenlandshuis.

De herberg raakte wat in verval en de heren bestuurders vonden het tijd voor een nieuw onderkomen. En dat kwam er in 1726. Toen werd het huis feestelijk in gebruik genomen. De heren bestuurders (allen van adel of uit de koopmansstand) kwamen per paard of per koets naar de vergaderingen. Daarom werden al binnen twee jaar achter het huis een paardenstal en een koetshuis gebouwd.
Dat zorgt ervoor dat het nog meer op zo’n buitenhuis lijkt.

Als ik binnenkom, schud ik eerst mijn paraplu uit en dan mag ik mee op rondleiding door het pand. De bovenste verdiepingen zijn verhuurd als kantoor, evenals de beheerderswoning in het soutterain, maar de bel-etage is wel toegankelijk. Deze etage is op dijkniveau en vanaf de dijk is er een brugje naar de grote voordeur.
Boven de deur is een chronogram in steen aangebracht. Een chronogram is een datumgedicht. Er staat: Hic de freti batavi furore arcendo agris tuendis agitur. Het moet zoveel betekenen als Hier wordt gehandeld over het beveiligen van de landerijen door het temmen van de Bataafse Zee, waarbij die Bataafse Zee de Zuiderzee is. De rode letters moet je lezen als Romeinse cijfers. 3xD = 1500, 2xC = 200, 4xV (of U) = 20 en 6x een I is 6. Als het goed is moet dit 1726 zijn.

Het gebouw is vanaf 1726 in gebruik geweest tot in elk geval de jaren ’70 van de vorige eeuw. Het huidige fusiewaterschap heeft een groot pand in Amsterdam, maar gebruikt dit pand nog steeds voor bijzondere gelegenheden. Het mag het dan huren van de Vereniging Hendrick de Keyser, de huidige eigenaar.

De heren bestuurders wilden in hun bestuurskamers blijkbaar dezelfde grandeur die ze thuis gewend waren. Tenminste dat is wat ik denk, als ik de beide zalen en de hal bekijk.
De hal is in overdadige Lodewijk XIV-stijl gedecoreerd met prachtig gestucte provincie- en stadswapens en midden op het plafond Poseidon die op zijn wagen over de golven rijdt, temidden van de zon, de maan en de vier windstreken. De trap is een juweel van houtsnijkunst en vanuit de hal zie ik de symetrisch aangelegde tuin met in de verte het Nieuwe Diep.

De kleine kamer is waarschijnlijk de eetzaal geweest en later werd het de secretarie. Het heeft een prachtige 18e eeuwse schouw met wapenborden. Ik ontcijfer de namen van Jan de Backer, tot hoogheemraad gekozen in 1743, en Andries Bicker, gekozen in 1751.
In de grootste en mooiste zaal ligt een mooi blauw tapijt uit de jaren 1970 met in elke hoek het wapen (met dubbelkoppige adelaar en keizerskroon) van het Hoogheemraadschap Amstelland, waaraan het Hoogheemraad Zeeburg en Diemerdijk de taken had overgedragen.
Het behang is nieuw vervaardigd op basis van historische vondsten. Zo zijn ook de kleuren op de deuren en lambrizering teruggebracht, in diverse tinten zacht- en groenblauw.

Boven de schouw hangen de wapenborden van de stemgerechtigde waterschappen, van de hoogheemraden en van de dijkgraaf en secretaris. De hoogheemraden werden gekozen, net zoals nu nog steeds waterschapsverziezingen worden gehouden, maar de dijkgraaf wordt aangesteld door de Kroon zoals dat zo mooi heet.
Aan de tegenoverliggende wand hangen een papieren en een houten overzicht van de hoogheemraden, dijkgraven en secretarissen tot aan 1958.
De kristallen kroonluchter is een bruikleen van de koning en boven de deur hangt een klok in de vorm van een zon, in echte Lodewijk XIV-stijl.

In de keuken is een grote replica van een waterschapskaart aan de muur te zien. Per perceel is aantekend wie eigenaar is (bijv. de Oude Kerk, maar ook gewoon Jan, Piet, Joris en Korneel) en de grootte (6 morgen, 2 hond, 2 roedes). De kaart geeft duidelijk aan wie dijkplichtig is en wie waalplichtig. Dijkplichtigen bezaten land dat aan de dijk grensde en waren verplicht dat te onderhouden. Waalplichtigen hadden geen grond grenzend aan de dijk, maar wel degelijk de plicht om de dijkplichtigen te helpen.

Nog even wat termen:
* Heemraad of hoogheemraad: tegenwoordig lid van het dagelijks bestuur van een waterschap. Vroeger was het een gekozene uit de plaatselijke bevolking.
* Ingeland: een persoon die land bezit in het gebied van het waterschap.
* Hoofdingeland: door zijn medeïngelanden gekozen vertegenwoordiger in het bestuur van een waterschap, zoals een heemraad eigenlijk.
* Dijkgraaf: Floris V bepaalde in de 13e eeuw dat zijn afgevaardigde (baljuw) in het Rijnland ‘dijkgraaf‘ zou heten. Deze naam werd later algemeen gebruikt om de voorzitter van waterschappen en hoogheemraadschappen aan te duiden. In waterschappen zonder dijken heet deze persoon de watergraaf.

Als ik weer naar buiten stap, plu nog angstvallig in de hand, blijkt het nog iets te druppen en allengs wordt het droog. Ik loop een rondje om het pand en ga dan de dijk op.
In de Diemerzeedijk zit nog altijd de Ipenslotersluis. In de vroege 15e eeuw was hier al een sluis die in 1601 werd vernieuwd. Deze stenen sluis werd in 2016 ontmanteld en nu is er deze hypermoderne sluis. Een nederzetting is hier niet meer, maar wel een grote jachthaven.
Over het Steigerland langs een beeld van een papieren vouwbootje loop ik naar de tram. Het is droog!



Plaats een reactie