Ik loop de grote abdijkerk uit, mijn hoofd vol muziek, op weg naar het hotel. De vieringtoren van de Saint-Maclou voor me staat even in de zon, boven de terrasjes vliegen zwaluwen al sjirpend heen en weer. Ik moet even landen.
Het was een lange dag. Tuurlijk was ik veel te vroeg wakker. Daarna door de regen naar het station lopen, trein naar Leerdam, lift naar Gorinchem en dan vertrekken we per bus richting Rouen, met een tussenstop in Lille.
Terzijde 1: waarom noemen we Lille Rijsel? Dat zit zo. De oorspronkelijke Latijnse naam is Ad Insulam, op of bij het eiland. In het Middelfrans werd dat à l’isle en in het Middelnederlands ter ijsel. Een verkeerde woordscheiding in beide talen verder en we hebben à Lille en te Rijsel (uit te spreken als Riesel). Het voorzetsel is in de loop der jaren verdwenen.
In de kathedraal Notre-Dame-de-la-treille (Onze Lieve Vrouwe van het hek) van Lille zullen we ons eerste concert bijwonen. Verwacht geen eeuwenoude gotische kerk, nee, het is een neogotische kerk waaraan ruim een eeuw gebouwd is. De kerk staat vlak naast de plek waar 750 jaar lang de Sint Pieter stond. In 1792 had deze kerk te lijden in een veldslag om de stad en werd deze afgebroken.
In 1854 werd begonnen met de fundamenten van de huidige kerk. Een maquette laat zien hoe de kerk had moeten worden, maar de kerk werd iets korter en het westwerk met twee 115 meter hoge torens ontbreekt. Bij het uitbreken van de Tweede wereldoorlog waren koor en transept klaar, in 1973 het schip en in 1999 werd een kunstwerk als westwerk geplaatst: een groot rond gebrandschilderd raam, gevat in een wand van marmeren platen, op zijn plek gehouden door een hekwerk van kabels. De marmeren platen laten overdag diffuus licht door naar binnen, maar ’s avonds is het omgekeerd: dan straalt licht vanuit de kerk naar buiten.
Binnen zijn er prachtige kunstwerken: een kruiswegstatie van uiterst moderne schilderijen, een vrouw zonder gezicht als herinnering aan de Eerste Wereldoorlog, een houten beeldengroep die de doop van Jezus in de Jordaan verbeeldt.
Opvallend is het motief van trellis of hekwerk dat overal terugkeert: in het grote westwerk, maar ook binnen bij het altaar en de kroonluchter erboven. Het gaat allemaal terug op het Mariabeeld dat al eeuwen lang in Lille wordt vereerd en dat de naamgeefster is van de kerk: Onze Lieve Vrouwe van het hek. Het is een 75 cm hoog stenen beeldje uit de 12e eeuw, ooit voorzien van een ijzeren hekwerkje, inmiddels van een houten voetstuk met hekmotief, vandaar de naam. Aan dit beeldje werden al vroeg wonderen toegeschreven met bedevaart naar Lille als gevolg. Het beeldje staat achterin de kerk, in de Mariakapel, bijna onzichtbaar, hoog in het altaar.
We vergapen ons aan alle moois in de kerk, maar we komen natuurlijk voor het orgel. Het moderne instrument staat hoog in het zuidertransept op grote stalen liggers die in de zijwanden rusten. Gebouwd in 1967 voor Studio 104 van Radio France, ingespeeld door Litaize en daarna bespeeld door o.a. Dupré, Messiaen en Langlais. Herstructurering van de studio maakte het orgel overbodig, maar het heeft wel een belangrijke plaats in de orgelgeschiedenis. En zo werd deze kathedraal in 2008 het nieuwe huis van het orgel. Het lage en brede studio-orgel werd omgevormd naar een hoog een smaller kerkorgel.
Ik heb nog geen plekje gezocht als titularis Denis Comtet de eerste noten van een stuk van Rameau inzet. De heldere zangerige klank verrast me en ik ga gauw zitten. Uiteraard volgt Bach met een toccata, maar verder is het Franse muziek: Franck, Litaize, Fauré en Vierne. Heerlijk om in zo’n kerk te zitten met zoveel mooie muziek.
Na het concert is er nog tijd om op een terrasje van een lekker glas rosé te genieten en dan gaan we echt op pad naar Rouen.
In Rouen kun je met je hoofd in de nek blijven lopen, zoveel moois is er te zien. Gotische kerken en vakwerkgevels domineren het straatbeeld van het oude centrum. Na een goede maaltijd lopen we naar de Abdijkerk van Saint-Ouen.
Terzijde 2: Wie is Saint-Ouen? Dat is Audoënus, in 609 geboren in Sancy nabij Soissons. Saint-Ouen wordt ook wel Dado genoemd. In 641 werd hij benoemd tot bisschop van Rouen. In 686 werd hij begraven de Abdij van Sint Pieter in Rouen, die daarna zijn naam kreeg.
In deze kerk hangt de ‘Michelangelo onder de orgels‘ volgens Widor: een ongewijzigd vierklaviers Cavaillé-Coll orgel uit 1890, beroemd vanwege de 32-voets Contre Bombarde. Ben van Oosten zit vanavond aan de klavieren en een uur lang worden we ondergedompeld in Frans-symphonische orgelmuziek: Dupré (Cortège et Litanie), Franck (Fantasie in A gr.t), Vierne (Carillon de Westminster en Méditation) en de 7e van Widor. Van Oosten laat horen hoezeer hij deze muziek én dit orgel beheerst. Carillon de Westminster is voor mij het absolute hoogtepunt van een weergaloos concert.
Ik wandel terug naar mijn hotel, maar wel met een omweg. Het moet allemaal even bezinken.











