Defenestratie. Mooi woord, hè? Ik lees het bij het meer dan levensgrote beeld van admiraal Gaspard de Coligny. Deze Franse edelman uit Bourgondië studeerde letteren, maar ging in het Franse leger. Hij stichtte zelfs Frans Florida, dat maar kort bestond.

In 1557 zat hij gevangen in Sluis en later in Gent. Hij kreeg een bijbel van zijn broer, ging deze lezen, kreeg belangstelling voor de leer van Maarten Luther en correspondeerde met Johannes Calvijn. Toen er losgeld voor hem betaald was, ging hij zijn vrijheid gebruiken om de Franse protestanten, de Hugenoten, te verdedigen. In 1562 braken de Hugenotenoorlogen uit en hij werd op enig moment, aarzelend weliswaar, de militaire leider van de Hugenoten. In 1570 kwam er een door hem bewerkstelligde vrede.

Hij kwam in de gratie bij koning Karel IX, maar niet bij diens moeder Catharina de’Medici. Er werd een aanslag op hem gepleegd en uiteindelijk werd hij tijdens de Bartholomeusnacht uit het raam gegooid en op straat onthoofd, En dat uit het raam gooien, dát is defenestreren.

Ik ben vandaag in Parijs, en sta achter de Temple protestant de l’Oratoire du Louvre. Aan de achterzijde van deze kerk is in 1889 dit beeld van de Colingny opgericht. Uiteraard kom ik niet voor dit beeld, het is een toevallige vondst. Ik ben hier voor een orgelconcert, samen met een groep liefhebbers.

De Temple protestant de l’Oratoire du Louvre begon in 1611 het leven als de kerk van het Oratorium van Jezus, een orde van katholieke priesters en broeders, die samenleefden als religieuze gemeenschap zonder geloften af te leggen. De bouw duurde met financiele horten en stoten tot 1747. De kerk werd in de loop der jaren prachtig versierd, maar daar is niets meer van te zien. De Franse Revolutie was desastreus voor kerken en kloosters. In 1811 schonk Napoleon de kerk aan de protestantse congregatie, omdat hun kerk was afgebroken om plaats te maken voor het Louvre.

In 1811 had de kerk een klein orgel uit de afgebroken kerk. In 1828 kwam er een nieuw orgel, dat in 1852 door Cavaillé-Coll werd gerestaureerd. In 1899 kwam er een nieuw Merklin orgel in de oude kas. Midden vorige eeuw werd alles vervangen door compleet nieuw orgel van Danion-Gonzalez. Het positief staat in de zijmuren en helaas is het rechterpositief onbruikbaar wegens een brand in de motor vorig jaar.

David Cassan is hier organist en hij laat zijn laatste leerling van vandaag uit en dan mogen we kerk betreden. Het is er licht en ruim, met vierkante pilaren met acanthusbladeren in de kapitelen. Ik neem plaats in het koorgestoelte en de eerste tonen van het orgel zijn voor mij adembenemend. Geen idee waarom, maar zo gaat dat met muziek.  Cassan speelt een improvisatieprogramma. Franse barok, Duitse barok, Romantiek en Neoklassiek. In relatief kleine stukjes laat hij de sfeer van die muziekstijlen horen en tegelijkertijd het hele orgel. Een heerlijk rustmoment, al hoor je de wereld buiten de kerk gewoon doorgaan.

We  hebben even de tijd aan onszelf, maar mijn telefoon vindt geen verbinding en dus loop ik even verloren. Ik weet ongeveer waar de Seine en het Île de la Cité is, maar waar precies? Ineens pik ik gratis internet op en kan ik de route snel in de telefoon zetten en dan ga ik op pad. Helaas te laat voor de Nôtre Dame (al dicht) en dus bewonder ik de kerk van de buitenzijde. Er staan nog steeds kranen en steigers bij de kerk, maar de voorzijde straalt als vanouds.

De weg stijgt maar en stijgt maar, en dat is geen wonder, want de volgende lokatie is Saint-Etienne-du-Mont. De Heilige Stefanus op de berg. Deze kerk staat vlak bij het Pantheon en de berg (heuvel) waarop de kerk staat heet Montagne Sainte-Geneviève. De kerk heeft haar oorsprong in de Genevièveabdij. De oorspronkelijke kerk uit 1222 bestaat niet meer. Ondanks uitbreidingen was deze te klein geworden en in de 15e eeuw kwam er een compleet nieuwe kerk. De bouwfases zijn de kerk aan te zien: eind 15e eeuwse apsis en klokkentoren, 16e eeuws koor en doksaal in flamboyante gothische stijl en de facade is vroeg 17e eeuws.

Als je de kerk inloopt valt meteen het schitterende doksaal op. Het heeft prachtig gebeeldhouwde trappen en balustrades, met kantwerk van steen.

De orgelkas is vroeg 17e eeuws en daarmee de oudste van Parijs. De binnenkant is een ander verhaal. Van het orgel uit 1636 zijn nog een paar registers aanwezig, want het moest na een brand in 1760 herbouwd worden. Cavaillé-Coll herziet het orgel in 1863 en in 1956 was er weer een restauratie. Bijzonder is dat de houten pedaalpijpen plat onder het orgel liggen op het ingangsportaal. Je zou denken dat er grote voorraad hout ligt.

David Cassan is opnieuw onze gastheer en hij brengt een vergelijkbaar programma. Franse en Duitse Barok, Romantiek en Neoklassiek symphonisch. Heerlijk om naar te luisteren, de verschillen in stijl te horen en te genieten in de verder stille kerk die ook heel rustig ligt.

We lopen het straatje terug naar beneden en gaan in de kelder van een restaurant eten. Helaas wordt het nagenieten ‘verstoord’  door muziek van een geheel ander kaliber. Twee heren met accordeon en gitaar vergasten ons per gang op een rondje muziek.

Dan liever de saxofoonmuziek die ik tijdens mijn wandeling op een pleintje hoorde. Maar, ach…


Plaats een reactie