Er ligt een dik opengeslagen boek in de vitrine.
De drukletters zijn nog goed te lezen, de vervaagde handgeschreven woorden vragen meer moeite. Uit het kaartje erbij blijkt dat dit een boek is met overlijdensaktes van de gemeente Doornspijk. Het jaartal is 1825.
Deze pagina’s zijn de weerslag van een tragedie uit februari 1825.
De familie Pap woonde in De Horst, zuidelijk van Doornspijk, op een kleine 500 meter van de Zuiderzee. Dit stuk kust zuidelijk van Elburg wordt niet beschermd door een dijk en de familie Pap kent de dreiging van het water. Maar in februari 1825 gaat het helemaal mis. Het water komt zo snel op, dat ze niet tijdig kunnen vluchten. Vader Rein (60), moeder Kornelisje (53) en vijf kinderen: Aartje (24), Jacob (14), Jannetje (12), Eibert (8) en Beerdje (4) komen. Vijf kinderen blijven in leven omdat die elders een dienstbetrekking hebben.
Broers Jan (28) en Tijmen (22) hebben de zware taak het overlijden van hun ouders en broers en zussen aan te geven. Hierin worden ze bijgestaan door de veldwachter.
Als de broers en hun zussen later zelf gezinnen hebben, worden vrijwel al hun kinderen vernoemd naar de omgekomen gezinsleden, tegen de heersende gewoonte in.

Ik ben vandaag met de fiets op de trein gestapt en in Nunspeet uitgestapt. Ik ga een route fietsen die is samengesteld door de archieven van Noord-Veluwe en Kampen om de watersnoodramp van 1825 meer bekendheid te geven.
Het is schitterend fietsweer met weinig wind en afwisselend zon en wolken en door de bossen van Nunspeet fiets ik naar de voormalige Zuiderzeekust.

Doornspijk
Ik vond het altijd al een merkwaardig gebouw, de enkele keer dat we over de Zuiderzeestraatweg reden op weg naar familie. Het lijkt wel een Griekse tempel, zo helemaal niet een oude dorpskerk.
En dat klopt ook. Het is zgn. Waterstaatskerk, gebouwd onder auspiciën van Rijkswaterstaat en in opdracht van de overheid. Het oude Doornspijk lag vroeger verder westelijk, aan de Zuiderzeekust, en na 1825 werd het hele dorp een goede twee kilometer landinwaarts herbouwd. Mét een nieuwe kerk.

Terzijde: bij de aanleg van de Zuiderzeestraatweg van Zwolle naar Amersfoort tussen 1827 en 1830 werd besloten deze deels op oude dijklichamen aan te leggen, zodat de weg bij een eventuele overstroming niet zou worden weggeslagen.

Oldebroek
Net voor ik richting Oldebroek ga, kom ik bij Boerderijmuseum Bovenstreek. Het viert vandaag het 25-jarig bestaan en daardoor val ik met mijn neus in de boter. Het is druk en gezellig, met muziek en kraampjes. En een heerlijke pannekoek met spek en stroop.
Ik stap hier speciaal af, omdat een reizende tentoonstelling over de watersnoodramp van 1825 nu hier te zien. Met grote posters over de ramp, maar ook met twee vitrines met brieven en briefjes, wat boeken, een tabaksdoos, En dat dikke boek met de overlijdensakten van de familie Pap.

Even later sta ik bij de Lambertuskerk van Oldebroek, op een kleine terp aan de Zuiderzeestraatweg. Het is een merkwaardig gebouw, met een 14e eeuwse toren, een 15e eeuws koor en een groot schip uit 1866.
De kerk zag er dus nog anders uit toen Lubbert en Lucretia Pleiter hier vlakbij woonden. In 1825 waren ze al op leeftijd en toen het water kwam, vluchtten beiden naar zolder. Er was al een buitenmuur weggeslagen en toen kwam Lubbert ondersteboven vast te zitten in de balken. Een buurman vond een grote bakkerstrog, zwom daarmee naar het huis, wist Lubbert uit zijn benarde positie te bevrijden en in de trog te trekken. Ook Lucretia kon gered worden. Helaas stierf Lubbert een maand later, waarschijnlijk aan de gevolgen van de ramp.

Wittenstein
Ik moet de drukke Zuiderzeestraatweg een paar keer oversteken, maar uiteindelijk fiets ik het polderland in, rechte wegen zonder bomen, weinig huizen.
Op weg naar Zuideinde, een buurtschap in twee provincies en twee gemeentes. Vlakbij staat een mooie houten villa uit 1939, op de plaats van de 16e eeuwse havezate Wittenstein, aan de Wittensteinse allee.
Hier kwam een hooiberg vast te zitten met daarop Willempje Veldkamp en Elizabeth Jans en hun kinderen. De schok zorgde ervoor dat Willempje haar dochtertje Hendrikje niet meer kon vasthouden en ze verdronk. De hooiberg dreef nog drie kilometer verder voordat beide vrouwen gered konden worden door vier Oldebroeker mannen, onder wie de overgrootvader van mijn opa, Frans Gunnink.

Oosterwolde
Dit dorp lag vroeger verder naar het noordwesten, maar de kern werd naar hier verplaatst vanwege ontginningen maar ook het dreigende water. Dit voormalige moerasbosgebied was en bleef gevoelig voor overstromingen. In 1845 kwam hier een kerk te staan, als opvolger van de vroegere Nicolaaskerk.

Kerkdorp
Aan de Groote Woldweg ligt nog steeds het vroegere Oosterwolde, nu Kerkdorp geheten. Van het oude dorp is niets meer over, zelfs de plek van de oude Nicolaaskerk is niet te vinden. De kerk werd in 1825 zwaar beschadigd maar wel hersteld. In 1845 sloeg de bliksem in en dat luidde het einde in.

Na de ramp van 1825 werden de boerderijen herbouwd (of gebouwd) op hoge terpen. En langs de Groote Woldweg is dat goed te zien.

Noordeinde
Daar waar de Groote Woldweg bij de Zomerdijk komt ligt Noordeinde, tot 1970 Kampernieuwstad geheten. Een klein dorpje met op de Zomerdijk het voormalige schooltje. Ik probeer vanaf daar een blik te werpen op de kerk, maar helaas, mijn zicht wordt belemmerd door de bomen.
Ik fiets even terug en maak een foto van de voorkant.
Tot 1845 had Noordeinde geen eigen kerk. Men ging ter kerke in de Nicolaaskerk van Oosterwolde. Toen die kerk in 1845 werd vervangen door de Dorpskerk van het nieuwe Oosterwolde, kreeg Noordeinde een eigen kerk. Heel bijzonder is dat pastorie en kerk onder één dak zitten. Van de voorkant ziet het er uit als een boerderij, alleen het torentje verraadt de functie.

Dijk
Ik ga de Zomerdijk volgen, die later Kamperdijk wordt.
In 1359 gaf de hertog van Gelre toestemming voor de aanleg van de eerste dijk in de polder Oosterwolde en dat was waarschijnlijk de dijk waarover ik nu fiets, de Zomerdijk.
In 1815 werd langs de dijk een polderschuur gebouwd voor opslag van gereedschap, nodig bij het onderhoud van de dijk. De schuur diende ook als woning van de dijkwachter. In 1825 heeft deze woning annex schuur onder water gestaan, maar of er ook schade was is niet bekend.
Na de aanleg van de Afsluitdijk was de schuur eigenlijk niet meer nodig. In 2005 werd de vervallen schuur gerestaureerd.

Elburg
De burgemeester van Doornspijk woonde met toestemming van de koning in Elburg. Hij werd in de nacht van 3 of 4 februari 1825 gewekt omdat het water hoog stond. Hij ging kijken, zag het zeewater en besefte dat dit fout ging.
HIj wist dat mensen uit zijn laaggelegen gemeente groot gevaar liepen. Hij ging naar de stadswal en zag daar vissers staan. Behalve water, waren er ook noodseinen te zien van mensen die op hun daken geklommen waren. Hemel en aarde moest de burgemeester bewegen om de vissers zo ver te krijgen dat ze er op uit gingen met hun schuiten om zo mensen te redden.

32 vissers deden dat en zij redden 200 tot 300 mensen. Eén van die vissers was Menso Bokhorst, die van een inwoner van Den Haag een bijzonder cadeau kreeg: een zilveren tabaksdoos, te zien in de reizende tentoonstelling. In de binnenkant van de deksel staat: Belooning voor Moed in den Watersnood. ‘s Hage 26 feb 1825. Later dat jaar werden de vissers publiekelijk bedankt voor hun reddingswerk in de Grote of Sint Nicolaaskerk van Elburg.

In Elburg staat aan de haven, buiten de stadsmuren, een huis dat de watersnood heeft doorstaan. Het staat wat vreemd ten opzichte van de later gebouwde huizen, die verder naar achter staan. En naast de voordeur is een vloedsteen gemetseld met 1825.

Ludgeruskerk
Vlak ten zuiden van Elburg lag tot 1825 Doornspijk, in 800 al genoemd als ‘Villa Thornspiic’. Aan de rand van het dorp stond de Ludgeruskerk, met de voeten bijna in de Zuiderzee.
Er wordt beweerd dat het eerste houten kerkje hier door Liudger gesticht werd, rond 800. Rond 1100 werd er een tufstenen kerkje gebouwd dat al snel een koor en halfrond apsis kreeg. Eind 12e eeuw kreeg de kerk een zware toren en een groot koor. In 1473 kreeg de kerk een gotisch koor. In de 80 jarige oorlog werd in de kerk afgebroken (1584) omdat men bang was dat de vijand het als schuilplaats zou gebruiken. In 1592 stond er weer een nieuwe, kleinere kerk.
Aan de noordwestzijde werden grote zwerfstenen gelegd als bescherming tegen stormvloeden.

1825 werd de kerk fataal. Het water in februari, in oktober bliksem. De kerk werd afgebroken en een nieuwe kerk verrees in het nieuwe dorp, een paar kilometer landinwaarts.

De funderingen zijn zichtbaar gemaakt in de jaren 1980, en aan de noordwestzijde liggen zware zwerfkeien, als om het water tegen te houden.

Na 64 kilometer stap ik in Nunspeet op de trein terug naar huis. Thuis is het snel douchen en eten en terug naar de trein. En om acht uur zit ik in de Grote Kerk van Gorinchem te luisteren naar een prachtig concert van Evan Bogerd. Naast een improvisatie over de psalmen 47 en 24 speelt hij een transcriptie van Dvořák’s 9e symphonie ‘From the new world’.


2 reacties op “1825, de vergeten ramp”

  1. magneticamphisbaena957da51f42 Avatar
    magneticamphisbaena957da51f42

    Informatief verhaal. De transcriptie 9 symfonie Dvorák wie maakte die?

    Verzonden vanaf Outlook voor Androidhttps://aka.ms/AAb9ysg ________________________________

    Geliked door 1 persoon

    1. Spirit Avatar

      Dank je wel!
      Jonathan Scott heeft het bewerkt voor Engelse orgels, Evan heeft het aangepast voor Nederlandse orgels.

      Like

Geef een reactie op magneticamphisbaena957da51f42 Reactie annuleren