Ik loop vanaf het station richting de eerste concertlocatie en kom langs het stadhuis. Onder het stadswapen met de ooievaar staat ‘vrede en recht’. Den Haag dus! De stad van het Vredespaleis en het Oorlogstribunaal.
Vandaag,10 mei, is het 85 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog begon. In de wereld is er veel oorlogsgeweld en toch konden we afgelopen week 80 jaar vrijheid vieren.
De zeven organisten die de concerten van de Haagse Orgelwandeling verzorgen, hebben oorlog en vrede laten meespelen bij hun keuze voor de muziek.
Evangelisch-Lutherse Kerk
Aan de Lutherse Burgwal staat sinds 1761 een sobere hoge classicistische zaalkerk, als opvolger van de schuilkerk uit 1615. De zon straalt door de hooggeplaatste boogramen naar binnen.
Aan de wand tegenover de ingang hangt het orgel, een Bätz orgel uit 1753, nog voor de oude schuilkerk gemaakt. Na de bouw van de nieuwe kerk werd het orgel hier geplaatst. De kleinzoon van de bouwer heeft het orgel in 1824 en 1837 gewijzigd en gerestaureerd en in 2007 is het opnieuw gerestaureerd.
Sander van den Houten is de vaste organist en hij licht kort zijn programma toe.
De naam van het eerste stuk spreekt voor zich: Batalha (slag), van een anonieme componist. Salamanca van Guy Bovet is een stuk dat ontstaan is uit een kleine improvisatie op een melodietje. Of het iets met oorlog te maken heeft, weet ik niet, maar de fluiten worden gebruikt op het orgel en met fluiten werden ook legers aangevoerd in oude tijden.
De prachtige Psalm 103 van Jan Zwart volgt. De sombere dodenmars, de wiegende melodie, de tekst ‘Gelijk het gras is ons kortstondig leven‘, behoeven geen uitleg.
Litanies van Jehan Alain is het laatste stuk. Er staat het volgende onder in het programmaboekje: Als de christelijke ziel in haar nood geen woorden meer kan vinden om Gods barmhartigheid aan te roepen, herhaalt ze eindeloos dezelfde litanie.. want de rede heeft haar grens bereikt, alleen geloof kan je verder brengen.
Sint Jacobus de Meerderekerk
In een lange stoet gaan we naar de Parkstraat, om de hoek van de Kloosterkerk, naar de 19e eeuwse neogotische kerk die heet naar Jacobus de Meerdere, één van de 12 apostelen en beschermheilige van de stad Den Haag.
Deze kerk is van de hand van Cuypers en is door de prachtige beschilderingen de duurste 19e eeuwse kerk.
Het Adema orgel stamt uit 1891 en stond eerst in de Spaarnekerk in Haarlem. In 1976-77 werd het orgel in Den Haag gecombineerd met het reeds aanwezige Vermeulen-orgel uit 1948. In 2010 is het uitgebreid gerestaureerd.
Susanna Veerman is organist in deze kerk en zij brengt twee stukken van Cesar Franck: Offertoire en sol mineur (muziek gespeeld tijdens de offerande, waarbij tijdens de eucharistie brood en wijn worden opgedragen) en Pièce Héroïque (een stuk dat strijd en overwinning ademt, er is een strijdlustig thema, tromgeroffel en een soort overwinningslied).
Daar tussenin Petite Pièce van Jehan Alain en een werk van Bach (een bewerking van de prachtige en aangrijpende melodie van ‘Komm, süsser Tod).
Nieuwe Kerk
Stralend in de zon op een soort heuveltje ligt de Nieuwe Kerk aan het Spui, gebouwd in 1649-1656 als eerste kerk van na de Reformatie. Gericht op de woordbediening met de preekstroel centraal aan de zuidwand, terwijl het orgel aan de westwand hangt. De kerk bestaat uit twee achtzijdige delen met een smallere verbinding, waarover een houten kapconstructie zonder pilaren op de muren rust. Al sinds 1656.
Het Duyschot-orgel stamt uit 1702 en heeft prachtig beschilderde luiken. Het instrument is in 1867 verbouwd door orgelbouwer Witte, die destijds als één van de beste orgelbouwers gold. Flentrop heeft het in 1977 grondig gerestaureerd.
Geerten van de Wetering is de organist van deze kerk en hij licht zijn programma kort toe. Alleen Da Pacem (geef vrede) van Pärt ken ik, de rest is mij onbekend, maar erg mooi.
Van Hendrik Andriessen Fête-Dieu uit 1918, geschreven rond Sacramentsdag (19 juni), ‘toen de oorlog nog woedde en de bewonderde en geliefde kathedralen van Frankrijk in nood verkeerden’, zoals de componist het zelf verwoordde. Het is dramatische en smekende muziek.
Van Parry een Elegie (een klaagzang) uit 1918 als herinnering aan (oud-)studenten en collega’s van het Royal College of Music in Londen, omgekomen in ‘the Great War‘.
Heroischer Musik uit 1914 van Gerard Bunk besluit het concert. Een Nederlandse organist, werkzaam in Bielefeld, waar dit stuk in november 1914 in première ging tijdens een herdenking van de gevallen soldaten.
We hebben even pauze. Pas om twee uur hoeven we bij de volgende lokatie te zijn en ik ga wat door de stad slenteren, op zoek naar een terrasje. Op een gegeven moment sla ik af en beland ik op een soort binnenplaats waar het redelijk rustig is. Een koffie met een broodje smaken goed in de zon.
Oud-Katholieke Kerk
De gevelwand van de Jufrouw Idastraat geeft niets prijs over de prachtige barokke kerk die achter de huizenrij ligt. Uit 1722, gewijd aan Jacobus (patroonheilige van de stad) en Augustinus. Het interieur is vrij sober en wit, maar het plafond is mooi bewerkt en het altaar is prachtig. De preekstoel, waarvan de kuip rust op de schouders van de heilige Augustinus, is voorzien van fraai houtsnijwerk.
Het is vol in de kerk en ik ga lekker op de grond zitten, naast Augustinus, onder de preekstoel.
Het orgel uit 1726 is van de hand van Garrels, leerling van de beroemde Arp Schnitger. Het orgelfront is prachtig versierd en het donkere hout constrasteert met het wit van het gebouw. In 1910/11 wordt het pijpwerk in twee delen verkocht naar Vollenhove en Zeist en komt er een nieuw orgel in de oude kas.
In 1981 en in 1991 worden de pijpen teruggekocht van Vollenhove en Zeist en kan reconstructie beginnen.
Andries Bogerd geeft Sweelinck’s prachtig ‘Mein junges Leben hat ein Eind‘ letterlijk een podium, tussen Bach (Fantasie en Fuga in a-klein) en Buxtehude (Preludium in d-klein). Dat lied van Sweelinck heb ik al zo vaak gehoord en het blijft mooi, zeker op een orgel als dit.
Gotische Zaal, Raad van State
We staan bijna te trappelen voor de deur, zo graag wil iedereen naar binnen. Tegenover Paleis Noordeinde, waar Willem de Zwijger op zijn paard troont en Wilhelmina in haar jas staat, is de Gotische Zaal. Maar die zaal is helemaal niet gotisch, maar neo-gotisch.
Onze gastheer legt uit dat na 1830 het paleis in Brussel (dat erg groot was) ontruimd moest worden door de Oranjes. Prins Willem, de latere koning Willem II, kreeg van zijn ouders het Paleis aan de Kneuterdijk als huwelijkscadeau. Hij en zijn vrouw Anna Paulowna konden hun bezittingen (waaronder vele schilderijen) niet kwijt in dat kleine paleisje en dus ging Willem aan het bouwen. Hij bouwde de ene na de andere zaal om zijn kunstcollectie in onder te brengen en hij bouwde mediteraan, alsof wind, regen, vorst en ijs niet bestonden. Gevolg? Alles stortte in de loop der jaren in.
Behalve de Gotische Zaal uit 1840, want de timmerman die het dak had gemaakt, had lood in het dak verwerkt, het behoud van het hout.
Er kwam ook een orgel in de zaal, in 1842, gebouwd door Bätz uit Utrecht. Het werd zo gemaakt dat het precies onder het grote roosvenster kon staan. Nu staat het aan de andere kant van de zaal, want het orgel is al in 1849 verkocht aan de Koninklijke Muziekschool. Via de Prinsegracht in Den Haag en het conserveratorium aan de Beestenmarkt kwam het in de nieuwe concertzaal (1883). In 1949 stond het in de Willemskerk en daarna in Haarlem in de Sionskerk. Het werd aangekocht voor Vredenburg maar daar nooit geplaatst en uiteindelijk kon het weer in de Gotische Zaal worden geplaatst, niet op de originele plek, maar er tegenover.
Jos van der Kooy laat het orgel horen met prachtige stukken van C.Ph.E. Bach (Allegro di molto uit Sonate in D) en Mozart (Adagio voor glasharmonica). Het thema wordt opgepakt door het Agnus Dei van Frank Martin (Lam Gods, dat de zonden der wereld wegdraagt). Een paar improvisaties van Piet Post en aan het eind improviseert de organist op twee melodiën die hem vanuit de zaal worden toegeroepen: Psalm 150 en ‘In Den Haag daar woont een graaf‘. Hoe hij het voor elkaar krijgt, snap ik echt niet, maar het is humoristisch en het klopt op de een of andere manier.
Grote Kerk
Het kerkgebouw stamt uit de 15e eeuw en was de kerk van de graven van Holland, die een belangrijke rol speelden bij de ontwikkeling van de kerk. Vandaag de dag is de kerk vrij leeg. Je loopt zo door het koor heen, omdat er geen muren of banken meer zijn. Er is nog wel een preekstoel (1550) en overal staan grafmonumenten.
In een hoek een enigszins ironisch grafmonument van de hand van niemand minder dan Daniël Marot, opgericht door de weduwe van Filips van Hessen-Philippsthal. Hijzelf ligt er als een witmarmeren figuur compleet met harnas. Wat blijkt? Hij is gestorven in Aken, terwijl hij in een kuuroord was.
Bert den Hertog en Anna Karpenko verzorgen voor ons een spetterende finale op het Metzler orgel uit 1971.
Ze spelen vierhandig Rameau’s Danse des sauvages (Dans van de indianen na de ceremonie met de vredespijp). Dat heb ik nog nooit op orgel gehoord, maar wat is dat prachtig. Eveneens vierhandig is Pas de deux van Tsjaikovski,
Anna Karpenko speelt vervolgens alleen het altijd mooie en ontroerende Nimrod (de jager) van Elgar en Bert den Hertog speelt Danse funèbre pour honorer une mémoire héroïque van Jehan Alain.
Veel te kort is daarna de vierhandig gespeelde Dans van de Ridders uit het ballet Romeo en Julia van Prokofjev waarbij de chamades een hoofdrol spelen.
Terzijde: Jehan Alain werd geboren in 1911 en kreeg van moeder en vader les in orgel, piano en harmonie. Hij kreeg ook o.a. les van Marcel Dupré en behaalde diverse eerste prijzen. In 1935 kreeg hij zijn eerste baan als organist. In 1940 diende hij in het Franse leger en bij de slag om Frankrijk sneuvelde hij bij Saumur.









