Soms heb je dat, hè? Dat alles klopt. Vandaag was zo’n dag.
Het is een frisse zonnige zaterdag. Ik heb vakantie en vandaag ga ik mee met een orgelexcursie van Sietse de Vries. Zonder auto ben ik aangewezen op het OV, maar vandaag niet!
Het is prachtig fietsweer en ik besluit deze excursie op de fiets te doen.
En zo fiets ik om 9 uur door de bloeiende Betuwe naar Wijk bij Duurstede.
Wijk bij Duurstede
In de Grote Kerk van Wijk bij Duurstede is de start.
De Grote Kerk was eertijds gewijd aan Johannes de Doper en wordt daarom ook wel Janskerk genoemd.
Rond 1300 stond op deze plek een eenbeukige kruiskerk. In de eeuw die volgde werd een vrijstaande toren bij de kerk gebouwd.
In de 15e eeuw werden beide zijbeuken aangebouwd. Ook de toren moest er aan geloven. Prins-bisschop David van Bourgondië (bastaardzoon van Filips de Goede) gaf opdracht tot de uitbreiding van de kerk, maar ook nieuwbouw van de toren. In de kerk hangt een schilderij uit ca 1540 van een prachtige laat-gotische toren met lantaarn en spits.
Als je naar buiten loopt en naar de toren kijkt, ziet het er toch iets anders uit. Slechts één geleding van de toren is gereedgekomen.
Er kwam nog wel een dwarsschip of transept dat in 1523 gereedkwam.
In 1579 brandde het koor van de kerk uit. Dat is nooit meer hersteld. De muur naar het vroegere koor werd dichtgemetseld en daarop werd een nepraam gemaakt met aan weerszijden nepluiken, beschilderd met de Tien Geboden. Het jaartal is 1593. Op twee andere plekken kom ik de jaartallen 1532 en 1572 tegen.
Opvallend zijn ook de verschillen in de gewelven. Transept en noordbeuk zijn overkluisd met bakstenen gewelven, de zuidbeuk met een houten tongewelf, het schip met een balkenplafond.
Aan de westmuur hangt een Kiespenning-orgel, een orgel dat nog in de renaissance-traditie staat. De kas is 16e eeuws, het orgel vroeg 17e eeuws met natuurlijk de nodige aanvullingen. Ook heeft het de nodige reconstructies en restauraties ondergaan.
Het is een rank orgel, met grote luiken. Eigenlijk zouden die op Stille Zaterdag dicht moeten zijn, maar dan kunnen we het orgel niet goed horen.
Deze luiken zijn typisch Hollands en hebben naast de liturgische functie ook de functie van geluidsversterker. Zet ze in een hoek van 45 graden en je hebt een trompet. Ook het prachtig beschilderde klankbord boven het orgel helpt hierbij. Vergelijk het met de grote houten plafonds boven oude preekstoelen. Dat is niet voor de sier, maar om de stem van de predikant te versterken en richting te geven.
Sietze vertelt dat het orgel ooit was uitgebreid met een rugpositief en dat daarvoor een balustrade over de breedte van het schip was gebouwd. Dit rugpositief staat nu als zelfstandig koororgel in het zuidertransept. Het Kiespenning-orgel hangt nu weer als een quasi-zwaluwnestorgel, zoals het bedoeld was.
Dan volgt de klankdemonstratie door middel van kleine improvisaties, waarin ik psalm 22 ontwaar. De slotimprovisatie is over een oud lijdenstijdlied uit de 16e eeuw of nog eerder.
Ick wil mi gaen vertroosten
in Iesus liden groot,
al hevet ghestaen ten boosten,
het mocht noch werden goet;
al om mijn sondich leven
ben ick met druck bevaen;
dat wil ick gaen begeven;
o Iesu, siet mi aen.
We stappen nu door de eeuwen heen, naar de 19e eeuw naar Engeland. In de zuidbeuk naast het liturgisch centrum staat een Harrisson & Harrisson orgel, gebouwd in 1883 voor de Sint Peter’s Church in Auckland (UK). Het orgel is in 2016 aangekocht door de Stichting Concerten Grote Kerk Wijk bij Duurstede en met hulp van vrijwilligers onder leiding van een orgelbouwer hier herbouwd.
Het is een orgel dat ooit aan twee kanten ingebouwd stond. De beide zichtkanten zijn voorzien van een eenvoudige houten kas, met prachtig beschilderde pijpen.
Sietze vertelt dat hij een grote liefde heeft voor de muziek uit de Anglicaanse traditie. Met veel genoegen presenteert hij alle stemmen en registers van dit orgel. Bijzonder zijn de houten pijpen aan de oostzijde van het orgel. Als hij de Open Diapason 8′ opentrekt, hoor je die vrijwel niet, maar voelen doe je die des te meer.
Vanaf het trapje van de preekstoel geniet ik van de lange improvisatie over ‘Met de boom des levens‘ die overloopt in het Engelse ‘When I survey the wondrous cross‘.
Deum laudate chordis cymbalis tibii tympanis et organum sonoris
Tekstbanderol op het Kiespenning-orgel, Psalm 150
Buiten de kerk eet ik snel een boterham op en stap op de fiets. Op naar Amersfoort. Via Langbroek en Doorn kom ik op het hoogste punt van de route, waarna ik vanaf de Utrechtse Heuvelrug Amersfoort opzoek. Na een dikke 26 km sta ik in hartje Amersfoort bij de Joriskerk.
Amersfoort
Deze kerk is ontstaan uit een kleine parochiekerk die in 1248 werd gebouwd. Daarvoor stond er al een kapel, waarschijnlijk gewijd aan Sint Joris. Van die kerk uit 1248 is behalve de onderkant van de toren niets meer over. De bestaande kerk werd in de 15e eeuw verbouwd tot een driebeukige hallenkerk, waarbij de zuidbeuk de toren omsloot.
Wij nemen plaats in het koor en Sietze op het doksaal. In Nederland zijn maar weinig doksalen bewaard gebleven. Dit zandstenen doksaal uit 1480 is een zeldzaam exemplaar, zij het niet gaaf bewaard gebleven.
Het doksaal sloot het koor van de kerk van het schip af. Het schip fungeerde niet alleen voor kerkdiensten op zondagen maar ook als publieke ruimte in de rest van de week. Om te voorkomen dat het heiligste deel van de kerk, het koor waar het altaar stond, werd ontheiligd, werd een doksaal geplaatst met hekken en deuren.
In het koor hangt het nieuwste orgel dat we vandaag zullen horen, een Metzler-orgel uit 1967. In die tijd was neobarok erg in voor orgels, met schelle en scherpe stemmen en intonaties. Dit orgel is dat niet. Het heeft wel een heldere sprankelende klank, maar ook een bepaalde warmte.
Sietze presenteert alle stemmen en registers en eindigt met een prachtige improvisatie over een koraal uit de Matthäus Passion: ‘Ich bin’s, ich sollte büßen’.
Vanuit het koor lopen we het schip van de kerk in. Naast de toren staat het grote Naber-orgel op een soort tafel. Vier zwartmarmeren pilaren houden een platform omhoog met daarop in stralend wit en goud een prachtig versierd orgel. Helemaal zoals het in de 19e eeuw werd gemaakt. Hoewel, het kon ook precies de andere kant uit, vertelt Sietze, en dan kreeg je een donker orgel. Vergelijk de orgels van de Domkerk Utrecht en de Ronde Lutherse Kerk in Amsterdam. Zelfde bouwer, nagenoeg hetzelfde uiterlijk, de één wit en goud en de ander bruin.
Het Naber-orgel werd in 1845 gebouwd met gebruikmaking van ouder pijpwerk en daarna op het doksaal geplaatst (dat daardoor beschadigd is). Het Metzler-orgel hing van 1967 in de zuidbeuk tot het naar het koor werd verplaatst. Het Naber-orgel werd in 1972 op de huidige plek gezet.
Na de orgelpresentatie waarin geïmproviseerd wordt op ‘In het kruis zal’k eeuwig roemen‘, volgt een lange improvisatie over ‘Want nu de Heer is opgestaan‘.
We krijgen nog een cadeautje mee en gaan ieder ons weegs. Ik kijk op de weer-app en zie dat de wind in de noordoosthoek zit en besluit spontaan terug te fietsen. Een prachtige route over de Utrechtse Heuvelrug en door de Betuwe en na in totaal 85 km sta ik weer in mijn eigen huis.
Alles klopte vandaag!








