Vanavond ben ik in herinnering even terug in Kampen, ca 33 jaar geleden.

Aan leden van het jeugdkoor waar ik zong en de cantorij van de universiteit waar ik werkte werd gevraagd of we de koralen van de Grote Orgelmis van Bach wilden instuderen. Je moest goed muziek kunnen lezen, want in zes avonden oefenen (waarvan drie met en drie zonder dirigent) moest het klaar zijn. Studenten zouden de koraalvoorspelen spelen. Alles in het kader van een uurtje kerkmuziek in de Burgwalkerk, georganiseerd door Willem Hendrik Zwart.

Ik was midden 20, had geen idee eigenlijk wat Bach allemaal geschreven had, dus zei ik ja, niet gehinderd door enige kennis. En zo zong ik zorgeloos mee met dit kleinkoor, bestaande uit 12 of 13 leden. Wat ik nog weet is dat de kerk vol zat. En dat we veel plezier hadden.

Maar waarom dit verhaal? Wel, ik ben in Lochem. Daar zijn de Bachweken begonnen en ik wilde naar het orgelconcert in de Gudulakerk. Zo gezegd, zo gedaan, maar het is zulk mooi weer! Zonde om binnen te blijven.

Gelukkig kon ik een paar uurtjes vrij nemen en zo stond ik om half vijf op station Lochem om vandaar uit een wandeling te maken over landgoed Ampsen.

Ik loop van het station zo het landgoed op. Een paar honderd meter, en er is rust. Ik hoor een specht, ik zie lakenvelders grazen voor het kasteel, de zon schijnt uitbundig, strakblauwe lucht, bosanemoontjes en speenkruid bloeien, de geur van een bloeiende magnolia drijft voorbij. Een eekhoorntje glipt over het pad een boom in, een grote hofhond huppelt met me mee tot ze naar de boerderij sukkelt. Grote oude eiken staan langs een slingerend pad, een oud kerkepad. Gewoon een middagje vakantie, zonder zorg.

Vanaf het kasteel loop ik linksaf richting het bijzondere sterrenbos. Het is het Mastenbosch, een moerasachtig gebied dat volgens een ingewikkeld stermotief is ingericht met paden en bomen. Dit soort bossen stamt uit de 18e eeuw en is een element uit barokke tuincultuur. Door de vele zichtlijnen in alle richtingen was dit soort bossen geliefd als jachtgebied.

Ik schamp langs het kleine dorpje Exel en dan ga ik de bossen weer in. Over brede lanen met behoorlijk wat zand loop ik naar het Engelse Bos tegenover het kasteel. Hier nauwelijks rechte lijnen maar slingerende paden, doorkijkjes en vijvers.

En dan het prachtige kasteel. Via een brede laan loop ik recht op het toegangshek af. Ik lees dat het hek uit 1760 stamt. Het kasteel zelf is deels uit 1650, deels uit 1750 en in 1935 werd er nog een torentje tegenaan gezet. Op het voorplein grote bijgebouwen, nu in gebruik als woningen.

Het landgoed is waarschijnlijk ontstaan uit een omgrachte hoeve. In de eerste helft van de 14e eeuw werd er door de gebroeders Van Ampsen een versterkt huis gebouwd bij deze hoeve. Behalve dit Huse Ampsen was er sinds 1450 ook een Nijen Ampsen. De 80-jarige oorlog was voor beide huizen fataal. Er werd één huis herbouwd, dat wat nu kasteel Ampsen is.

Na ruim 12 kilometer wandelen sta ik bij de Gudulakerk in Lochem. Ik pak het programma aan en zie dat de Dritter Clavierübung van Bach wordt gespeeld. Niet helemaal, natuurlijk. Dat zou te veel tijd in beslag nemen, maar toch een mooie representatie.

Als ik de titels lees, komen de herinneringen aan vroeger naar boven. Tijdens de koralen kan ik stukken tekst nog in mijn hoofd meezingen.

Deze Clavierübung wordt ook wel de Grote Orgelmis genoemd, maar het is nooit bedoeld als liturgische muziek. Het was echt een oefenboek voor getalenteerde orgelstudenten. Voor de inhoud viel Bach terug op het kerkelijk onderwijs uit zijn jeugd: de kleine catechismus, de geloofsbelijdenis, de Tien Geboden. De organiste speelt ook nog één van de vier Duetten uit de Clavierübung. Niemand weet waarom ze juist in dit boek staan, maar het stukje klinkt als twee fluitspelers die met elkaar zorgeloos een liedje spelen.

En al dat moois wordt ingepast tussen een Prelude en een Fuga. De Fuga begint met een melodielijn die mij altijd doet denken aan: O, God die droeg ons voorgeslacht. In het Engels: O, God, our help in ages past.


Plaats een reactie