De bus was verlaat, maar dat gaf niet. Op Utrecht Centraal beidde ik mijn tijd tot vijf voor half zeven. Dan gaat het kortingstarief in. Met mij staan velen de klok angstvallig in de gaten te houden. Zodra het tijd is, vormt zich een kleine stormloop op de poortjes.
Ik ben ruim op tijd in Amersfoort en besluit de zonnewijzer voor het station eens van dichtbij te bekijken.
Voor het station staat op de taxistandplaats een grote zwarte sokkel met daarop een stang die elke keer als ik daar ben een andere kant op wijst. De grote pijl aan het eind geeft twee tijden aan. De zonnetijd en de kloktijd.
Wat is een zonnewijzer?
Het is een instrument dat de plaatselijke zonnetijd aangeeft. Eeuwenlang werd op deze manier de tijd afgelezen. De hoogste stand van de zon was 12 uur. Simpel.
Maar toen kwamen de mechanische uurwerken. Die tikten 60 seconden per minuut en 60 minuten per uur en 24 uur per dag weg, tenminste meestal toch.
Maar toen bleek ook dat de klok en de zonnewijzer niet gelijk liepen. Oplossing: een denkbeeldige zon die iedere dag precies 24 uur over zijn baan doet. Lost ook nog niet alles op, want er blijft verschil tussen de kloktijd en de ware zonnetijd. De tijdvereffening die dan optreedt kan tot wel 16,5 minuten oplopen in november.
Dit werkte allemaal prima. Er was een regelmatige tijd, maar geen standaardtijd, maar dat was geen probleem. Postkoetsen en trekschuiten vertrokken wel volgens een vaste dienstregeling maar hoefden niet op de minuut precies aan te komen.
Het werd wel een probleem toen treinen gingen rijden, over steeds grotere afstanden. De klokken die met behulp van de zonnewijzer op de hoogste zonnestand van de dag op 12 uur werden gezet, voldeden niet meer.
In Amersfoort is het bijvoorbeeld vier minuten eerder 12 uur dan in Rotterdam.
Uniforme tijdsaanduiding over grotere gebieden werd noodzakelijk. De wereld werd verdeeld in tijdzones (die trouwens nog steeds erg lukraak zijn, hoor) en daardoor hebben de meeste landen in West- en Midden Europa nu dezelfde tijd.
Gevolg is wel dat er een verschil is tussen zonnetijd en kloktijd. In Amersfoort is dat 38 minuten en in de zomertijd een uur en 38 minuten. Deze kunstige zonnewijzer geeft dat ook aan op de digitale klok in de staart van de pijl.
Zonnewijzers werken met schaduw, deze niet. De sokkel van de zonnewijzer staat voor je gevoel erg scheef en dat klopt. Deze staat, parallel aan de aardas, onder een hoek van 52″09′ in de grond. Per dag draait de paal precies één keer rond, om de draaiing van de aarde om de eigen as te compenseren. Het deel voorbij de knik draait per jaar één keer rond, om de draaiing van de aarde om de zon op te heffen. Bij zonsondergang knippert de tijd. Maar waar andere zonnewijzers dan stoppen met tijdaanwijzing gaat deze door, zomer en winter, dag en nacht.
De tijd: uren, dagen, maanden, jaren, om het oude oudjaarslied maar te citeren en daar voeg ik dan nog even eeuwen aan toe.
In de Joriskerk is vanavond een concert door het Eton Chapel Choir, één van de acht koren die Eton College telt.
Het koor dat zingt is opgericht in 1440. Voor mijn voeten ligt een grafsteen uit 1655 en ik zit te rekenen. Toen Hendrick Iansen van der Eem werd begraven in de Joriskerk, bestond het koor dat vanavond zingt al 215 jaar.
Het koor zingt 19e en 20ste eeuwse composities, die tijdloos aandoen, zoals voor mijn gevoel alleen Engelse koormuziek dat kan. Twee orgelsolo’s maken het concert compleet.
Het koort eindigt met ‘I was glad’ van Hubert Parry, gecomponeerd voor de kroning van Edward VII in 1901 en sindsdien tijdens elke kroning gezongen. Maar, vertelt de dirigent, al sinds 1662 wordt deze tekst ten gehore gebracht bij kroningen. Tijdloos, inderdaad.
Ik luister naar de toegift en loop dan snel naar buiten. Net op tijd haal ik mijn trein.


