Het Babylonische ‘mâr galliti‘ betekende zoveel als ‘dochter van de zee‘ of ‘kind van licht‘. De Grieken namen het woord over om er een parel mee aan te duiden: ‘margarite‘. Margriet en Pearl zijn dus namen die hierop teruggaan: klanknabootsing en vertaling.

Vandaag ben ik Margaretha van Parma op het spoor. Bang om in Rotterdam de trein naar Brussel te missen twee treinen eerder vertrokken. Niet erg, in Rotterdam lekker ontbijten met een mooi boek erbij.

Wachten op de trein naar Brussel. Ik had een half uur speling maar door problemen voor Antwerpen verdween dat als sneeuw voor de zon. Ik mis mijn aansluiting, maar gelukkig arriveer ik met een kleine omweg een half uur later dan mijn bedoeling was in Oudenaarde.

In Oudenaarde is het kerstsfeer wat de klok slaat. Het prachtige voormalige stadhuis is schitterend versierd en ervoor staat een fontein vol met (nep)kerststerren. Erachter de kerstmarkt.

Eerst eten, in de Priorij van Elsegem. Het plafond boven de bar bestaat uit bakstenen gewelven en de muur erachter uit een soort bakstenen of tegels afgewisseld met natuursteen in mooie patronen. Het is hier oud, zoveel is me duidelijk.

Dan op naar het oude stadhuis, nu het MOU: Museum Oudenaarde. Hier is een grote tentoonstelling ingericht rondom Margaretha van Parma.

Met een audiotour loop ik door de zalen, niet alleen tekst maar ook muziek. Luister maar: audiotour

Ze werd hier vlakbij geboren, als dochter van Johanna Vander Gheynst.

Haar vader was niemand minder dan Karel, die met zijn 22 jaar al een hele ris titels had: Heer der Nederlanden sinds 1506, koning van Spanje sinds 1516, aartshertog van Oostenrijk sinds 1519 en in 1519 ook verkozen tot Rooms-Duits Koning (kroning in 1520) en later tot Rooms-Duits Keizer (kroning in 1530).

Johanna was een dienstmeid, dochter van een Oudenaardse wever en zij en haar dochter werden al snel uit elkaar gehaald. De kleine meid naar Brussel gebracht om daar opgevoed te worden door de familie Douvrin. Douvrin was keldermeester van de broer van Karel, Ferdinand. Ze was dus aan het hof.

Haar oudtante, Margaretha van Oostenrijk, hield een oogje in het zeil en erkende haar als dochter van haar achterneef. Karel zelf erkende zijn dochter in 1529 en daarna mocht ze zichzelf Margaretha van Oostenrijk noemen.

Het duizelt me onderhand van de Margaretha’s. In de trein zat ik te lezen in Stoute Schoenen van Bart van Loo en daar zijn ook al zo veel Margaretha’s te vinden. En als ze dan ook nog dezelfde achternaam krijgen… Gauw naar Italië dan maar, want daarheen verhuisde de 10-jarige prinses in 1533.

Voor haar vader was ze een pion op het diplomatieke schaakbord en zo werd ze in 1536 (14 jaar oud!) uitgehuwelijkt aan de 26 jarige Alessandro de’Medici, lid van één van de machtigste families van Italië en zoon van Paus Clemens I. Voorwaarde was dat het huwelijk niet geconsummeerd mocht worden gedurende de eerste 18 maanden. Alessandro werd in 1537 vermoord en Margaretha was weduwe.

In het kabinet van Margaretha kan ik een facsimele van haar getijdenboek zien. Dat kreeg ze cadeau van haar man en ze heeft het altijd gekoesterd. Er zal genegenheid tussen hen beiden geweest zijn.

Nog maar een jaar later trouwt ze in de Sixtijnse Kapel met een nakomeling van alweer een machtige familie en een paus: Ottavio Farnese, kleinzoon van Paus Paulus III. Celibaat? Iemand?

Ze kregen in 1545 in Rome een tweeling, Carlo en Alessandro, maar de kleine Carlo stierf als vierjarige. Alessandro bleef enig kind en de oogappel van zijn moeder, zoals ik in de tentoonstelling zal zien. Margaretha is in die tijd de first lady van Rome, aanzienlijk en machtig.

En nu zijn we zo’n beetje beland in onze contreien. Want wij kennen Margaretha eigenlijk alleen maar als landvoogdes der Nederlanden, ten tijde van het begin van de Opstand. Maar uit de tentoonstelling komt een vrouw naar voren die ondanks haar afkomst (bastaarddochter) hoog op de sociale ladder komt.

Wel zal ze zich altijd bewust blijven van haar afkomst en daardoor is ze haar vader Karel V en haar halfbroer Philips II onvoorwaardelijk trouw. Ze weet dat alles haar weer kan worden afgenomen.

En zo geeft ze gehoor aan het verzoek van haar broer om in zijn plaats de Nederlanden te regeren als hij in 1559 naar Spanje vertrekt. Hij laat kardinaal Granvelle achter als adviseur. Deze hardliner valt niet in de smaak bij Margaretha en met diplomatieke vaardigheid weet ze hem van het toneel te verwijderen.

En dan komt het jaar 1565. Alessandro trouwt met Maria van Portugal, met de handschoen. Hij was er dus niet bij. Maria scheept zich in naar de Nederlanden en arriveert in november in Brussel, waar het huwelijk nogmaals wordt ingezegend. Het feest in Brussel duurt maanden. De fine fleur van de Lage Landen heeft zich hiervoor in Brussel verzameld.

Op een tafel staan allerlei fraaie voorwerpen zoals die gebruikt werden bij feesten zoals deze bruiloft. Glas- en aardewerk, mooi bestek, een kruidenbootje.

En dan iets wat ik heel bijzonder vind: zeven vellen uit het Album van Brussel. Op perkament zie ik daar prachtige miniatuurtjes die de bruiloftsfeesten in Brussel uitbeelden. Heel bijzonder omdat het gemaakt is ten tijde van of vlak na deze feesten. Een soort trouwalbum, gemaakt in opdracht van de moeder van de bruidegom. Op één van de bladen ontwaren we Anna van Saksen, de tweede echtgenote van Willem van Oranje.

Uiteraard was ook hij hier aanwezig. Samen met nog 200 andere edelen. En deze edelen maakten van deze uitgelezen diplomatieke omstandigheid gebruik door een smeekschrift op te stellen en dat in april 1566 aan te bieden aan Margaretha.

Margaretha stemde in met het in het smeekschrift verwoorde verzoek en verzachtte de zogenaamde plakkaten, de strenge verordeningen vanuit de kerk (en de staat) om de ketterse leer tegen te gaan. Maar het was te laat: vanuit Noord-Frankrijk ging een golf van geweld over het land en kerken, kloosters en geestelijkheid kregen het te verduren: de Beeldenstorm.

Philips stuurt daarop Alva naar de Lage Landen en in 1567 worden Egmont en Horne (medestanders van Oranje) op de Grote Markt van Brussel ter dood gebracht.

Uit protest tegen de komst van Alva legt Margaretha haar ambt neer. Ze vertrekt naar Italie waar ze in l’Aguila gouverneur wordt van de Abruzzen. In 1576 wordt haar zoon landvoogd der Nederlanden en dan komt ze nog een keer terug om deze functie samen met haar zoon uit te oefenen. Maar dat ziet hij niet zitten. Teleurgesteld keert ze terug en in 1586 overlijdt ze, 63 jaar oud.

In de laatste zaal wordt een uitstapje naar Gouda gemaakt, naar de Sint Jan met de beroemde Goudse Glazen, parels van glaskunst. In het zuidertransept bevindt zich daar het Hertoginnenglas, een raam geschonken door Margaretha, tegenover het Koningsglas van haar halfbroer. Miraculeus genoeg zijn de meeste ramen in de kerk door de eeuwen heen bewaard gebleven en zo kan ik een stukje van haar glas even van heel dichtbij bekijken.

Bij haar overlijden bleek dat Margaretha maar liefst 217 wandtapijten in haar bezit had. Die zijn vrijwel allemaal verdwenen, maar op deze tentoonstelling kunnen we er nog een paar zien. Deze tapijten zijn geweven in Oudenaarde, dat bekend is om zijn schitterende tapijten. Margaretha was tenslotte ook de kleindochter van een wever.

Ook leerde ik dat Margaretha, net als veel van haar vrouwelijke familieleden, een bedreven amazone was die graag ter valkenjacht ging. Kon je een paard bedwingen (besturen), dan zou je een land en volk ook kunnen besturen, zo was de gedachte. In elk geval werd van iemand die dat niet kon sowieso gedacht dat hij of zij geen bekwaam bestuurder was. Margaretha heeft laten zien dat zij dat wel was. Zouden de Nederlanden er anders hebben uitgezien als broer Philips meer naar haar had geluisterd?


2 reacties op “Parel”

  1. Karine Avatar
    Karine

    Hendrien, wat een prachtige tentoonstelling heb je bezocht. Ook leuk dat ik de audiotour kon beluisteren. Zo was ook ik heel even in Oudenaarde.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Karine Reactie annuleren