Station

Het is tien voor negen als ik op station Kampen-Zuid uitstap, aan de rand van de nieuwbouwwijken van Kampen. Dit station is sinds 2012 in gebruik aan de toen gloednieuwe Hanzelijn tussen Zwolle en Lelystad.
Het is het tweede station van Kampen (het andere ligt aan de overkant van de IJssel aan het eind van het Kamperlijntje tussen Zwolle en Kampen) maar het is ook het tweede station Kampen Zuid. Tussen 1913 en 1934 lag er bij het voormalige Stadsziekenhuis aan de rand van de oude stad het eindpunt van de lokaalspoorlijn Hattem-Kampen Zuid, een aftakking van de spoorlijn Apeldoorn-Zwolle. Ongelooflijk dat het dorpje Zalk een eigen halte had. En ook bij het veer op Wilsum was een halte.
Het was ook het eindpunt van de Zuiderzeetramweg, de tramlijn vanaf Elburg via Wezep.
Dit alles werd in 1934 opgebroken en gesloopt.

Dijk

De doorgetrokken N50 en de Hanzelijn hebben de Zwartendijk behoorlijk gehavend, maar uiteindelijk kom ik toch op dit landelijke stukje Kampen.
De kronkelende dijk stamt uit ca 1300 en werd opgeworpen om de waterdreiging vanuit de Zuiderzee te weerstaan.
Dat dat niet altijd gelukt is, is goed te zien aan de bochten die de dijk om de vele kolken maakt. Kolken (ook wel wielen of waaien genoemd) zijn restanten van dijkdoorbraken.
Bij een dijkdoorbraak slaat het water een diep gat in de grond onder de dijk. Reparatie van de dijk ging sneller óm het gat heen, dan dempen van het gat en daar een dijk op aanleggen.
En zo kronkelt deze dijk naar het voormalige Brunnepe toe.
Grappig detail: de kolken hebben namen. Grote Bouwkolk, Kleine Bouwkolk, Seinerkolk en Machinekolk. Hier stond vroeger een stoomgemaal, de machine.

Brunnepe

Ik moet een hele grote en erg drukke kruising over en langs een stukje bedrijventerrein, maar dan kom ik toch op de Sint-Nicolaasdijk.
Deze dijk vormde samen met de Zwartendijk een dijkring om de stadsweilanden van Kampen ( de Broeken en de Maten) tegen het water te beschermen.
Dit stuk dijk kreeg de naam van de beschermheilige van Kampen.
Brunnepe, nu een stadswijk van Kampen, was ooit een zelfstandig vissersdorpje, dat ouder moet zijn dan Kampen. Het dorpse karakter is heel opvallend. Zelfs de 19e eeuwse bebouwing doet niet echt stads aan.
De naam, ja, dat is lastiger. Ik vind twee verklaringen. Apa is Germaans voor water en Brun, wel, dat is bruin, dus bruin water.
Maar zegt een andere bron, nee, het komt van ‘brand’ voor een stuk verbindingsdijk (nu onder de Dorpstraat waar ook de dam ligt die een slenk afdamt) en dan krijg van je ‘van de brand opwaarts’ via diverse stappen ‘brun-oppe’.
De waarheid zal wel weer ergens in het midden liggen.
Ik kom langs de Schreiershoek en dat is dan wel weer leuk. Dat heeft dus niets met schreien, huilen te maken. Nee, het komt van schrijlings. De straat maakt hier een vreemde knik, gaat dus schrijlings.

Ik kom langs de Schokkerstraat, de Emmeloordstraat en de Middelbuurtstraat en bij de Buitenhaven staat een standbeeld van een Schokker echtpaar.
In 1859 werd bekendgemaakt dat het eiland Schokland op 1 juli ontruimd moest zijn. De 650 mensen die er nog woonden, braken hun huizen af en namen alles mee wat bruikbaar was.
Een klein deel ging naar Volendam, de rest naar Vollenhove en naar Brunnepe. De meegebrachte huizen werden weer opgebouwd. (Inmiddels is de Schokkerbuurt, zoals het bekend kwam te staan, in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen te bekijken).
Waarom ze in Brunnepe kwamen wonen? Het Kamper bestuur vond dat ze niet in de stad konden wonen, de rijke stad zat niet te wachten op deze armoedzaaiers. Brunnepe was een vissersdorp en dat stond lager in aanzien dan de boerenbevolking die in Kampen deels ook in de stad woonde.

Ikoon

Aan de Oudestraat ga ik binnen bij een konditorei die gevestigd is in een prachtig Jugendstilpand, met in tegels ‘brood’, ‘hofleverancier’, ‘banket’. Met mijn moeder heb ik hier wel eens zitten koffiedrinken bij toen nog Maison Brummelaar. Zij hadden het beste gebak van de stad.
Het is een zonnige maar frisse dag en dus smaakt warme chocomel met appeltaart prima.
En dan ga ik naar het Ikonenmuseum. Sinds 2005 zit in de gebouwen van het vroegere Minderbroedersklooster een museum gewijd aan deze bijzondere religieuze schilderijen.
In de hal hangt een kopie van een Fajoemportret, zoals die tussen 100 en 300 na Christus in Egypte werden gemaakt. Deze werden na de dood op het gelaat van de mummie geplaatst. Deze expressieve portretten met de grote ogen zouden aan de basis van de ikonen kunnen hebben gestaan. En zo naast elkaar afgebeeld, kan ik dat wel geloven.

Ikoon, het woord komt van het Griekse eikoon ofwel beeld. De Orthodoxe kerken hebben tussen altaar en kerkzaal een grote iconostase staan, een enorme wand met tientallen ikonen. Toen ik in Tallin was, 10 jaar geleden, heb ik een Russisch-Orthodoxe kerk bezocht en daar kon ik zien hoe men met deze afbeeldingen omgaat. En dat is heel anders dan met de heiligenbeelden en -afbeeldingen in de Rooms-katholieke kerk.
In de orthodoxe religie zijn de ikonen niet zomaar tweedimensionale afbeeldingen van Christus, Maria, engelen, heiligen en kerkelijke feesten. Nee, de heilige wordt als tastbaar aanwezig gevoeld, de gelovige staat oog in oog met de heilige of het feest.

Ikonen worden volgens vaste regels gemaakt. Het heilige kun je niet zomaar naar believen en eigen inzicht opleuken of veranderen.
Het maken van ikonen is een heel arbeidsintensief werkje en wordt gedaan met natuurlijke materialen, aardse materialen.
Een houten plankje wordt ingekerfd en ingesmeerd met hazenlijm. Daarop wordt linnen geplakt, dat wordt meerdere malen ingesmeerd met een pasta van krijt. Dit wordt gepolijst waarna de tekening wordt aangebracht.
Pas dan wordt er geschilderd, met eitempera (eidooier, water, wijnazijn en pigment) Vele laagjes verf worden aangebracht en de kleuren hebben ook nog een symbolische betekenis. Dan volgen meerdere lagen vernis.

In het museum hangen een paar grote kalenderikonen, die een soort liturgische jaarkalender zijn. De hoeveelheid tijd die daar in is gaan zitten, is onvoorstelbaar. Honderden piepkleine figuurtjes, met ieder hun eigen attribuut of kenmerk.

Stad

Ik steek de Botermarkt over om het Stedelijk Museum binnen te stappen.
Daar wil ik even langs de Oranjeportretten en een bezoek brengen aan de Schepenzaal.
Het museum is nl. gevestigd in de beide oude gemeentehuizen van Kampen. Het oudste deel is rijkversierd en stamt uit ca 1350. Na een brand in 1543 is het gebouw gerestaureerd in de Renaissance-stijl.
Op de eerste verdieping is de Schepenzaal, 16e eeuws, met een rijkversierde zandstenen schouw, een schepengestoelte, banken langs de zijden en stoofjes bij de schouw.
In het nieuwe gemeentehuis (bestaande uit oude panden die in 1830 tot één geheel werden gesmeed) hangen de Oranje-portretten. Alle stadhouders en koningen zijn hier vertegenwoordigd, van Willem de Zwijger tot Willem-Alexander, allemaal ten voeten uit. Heel bijzonder, omdat de collectie al heel oud is. De oudste schilderijen zijn van de hand van Van Mierevelt die in 1641 al is overleden.
Ik loop nog langs de synagoge, nu weer een prachtig wit gebouw aan de IJsselkade en onderdeel van het museum. Binnen is vrijwel niets meer over de ooit bloeiende Joodse gemeenschap. In de oorlog zijn de 43 leden weggevoerd en nooit meer teruggekeerd.

Brug

Tijd om naar huis te gaan en daarvoor ga ik de brug over naar station Kampen.
Al in 1448 werd de IJssel overspannen met een brug, een ongekende ingreep in het landschap. Bruggen waren niet geliefd bij schippers en handelaren omdat deze de vrije doorvaart belemmerden en deze brug was ook nog eens een tolbrug. De brug had genoeg te lijden van kruiend ijs en branden en dus werd in 1589 de brug aangepast naar een drijvende schipbrug.
In 1648 kwam er een vaste brug met een ophaalbrug bij de IJsselkade.
in 1784 kwam er weer een nieuwe brug en in 1874 weer. Een stalen vakwerkbrug met imposante bakstenen toegangspoorten.
In 1940 werd de brug beschadigd door het terugtrekkende Nederlandse leger en in 1945 door de terugtrekkende Duitsers.
De brug werd gerepareerd, maar zonder de poorten. In 1962 kwam er een hefbrug in de plaats van de ophaalbrug en de brug zou nog dienst doen tot 1998.
Toen kwam er een geheel nieuwe brug, nog steeds een hefbrug, met grote wielen op de pilonen, die met bladgoud bedekt zijn, dat vandaag glinstert in de middagzon. De brug, nog steeds de Olde Brögge genoemd, is een ikoon van de stad geworden.

En waarom heet dit stukje Prediker? In hoofdstuk 1:9 staat: er is niets nieuws onder de zon. Ergens vond ik dat van toepassing op vandaag.


2 reacties op “Prediker”

  1. magneticamphisbaena957da51f42 Avatar
    magneticamphisbaena957da51f42

    Wat een energie heb jij, Hendrien En kennis en goed opgeschreven, geconcentreerd. Dat leest fijn.

    Verzonden vanaf Outlook voor Androidhttps://aka.ms/AAb9ysg ________________________________

    Geliked door 1 persoon

    1. Spirit Avatar

      O. Wat een aardige reactie. Dank je wel!

      Like

Plaats een reactie