Gebeurt me niet vaak, maar vandaag zat er een foutje in mijn planning. Paleis het Loo stond op het  programma na een lange wandeling. Ik loop Apeldoorn in, kijk op Google Maps en zie staan ‘Gesloten’. Hoe dan? Ik heb het meerdere keren gecheckt de afgelopen weken en maandag was het museum open. Blijkt dat in de vakanties te zijn. Nu heb ik wél vakantie maar de rest van Nederland niet. Pech, ’t is niet anders.

Ik laat er m’n dag niet door bederven, want het was prachtig. Vanmorgen in alle vroegte regende het, toen ik naar het station liep. Dat was wel even een puntje van zorg, maar Buienradar gaf aan dat dit kleine rijtje buitjes zo voorbij zou zijn.

En inderdaad, om kwart over acht stap ik op station Klarenbeek uit de trein en het is droog. Dit stationnetje is een eenvoudige halte op ca 1 kilometer van het dorp zelf, aan de spoorlijn tussen Apeldoorn en Zutphen. Het ligt hier omdat houthandel Krepel hout via het spoor wilde gaan vervoeren. Via een paardenspoorweg werd de 1,5 kilometer naar het bedrijf overbrugd en zo ligt het stationnetje eigenlijk een beetje buitenaf.
Het heeft van 1959 tot 1976 nog een klein stationsgebouwtje gehad, maar dat is inmiddels verdwenen. Maar er staat nu wel een toiletgebouwtje en dat is zeer welkom.

Het is niet alleen droog, maar zelfs de zon is er. De wolken en mistflarden verdwijnen en dan loop ik het Kabouterbos in. Door particulieren (de bewoners van het huis in het bos?) is langs het pad een heus dorpje ingericht met allerlei kabouterfiguurtjes in allerlei situaties. Het ziet er erg leuk uit en ik kan me voorstellen dat je met kinderen hier een geweldige wandeling kunt maken.

Dan ga ik oostwaarts en loop even een klein hoogje op, maar ook gelijk weer af. Wat later loop ik weer iets omhoog en dan mag ik wel doorlopen, een heel eind zelfs. Ik loop op de Appense Dijk, een middeleeuwse dijk uit ca 1435 die van Klarenbeek naar Gietelo loopt. Als bescherming tegen het IJsselwater en de beken die hier afvloeien van de Veluwe richting de IJssel. Toen in de monding van Voorsterbeek in de IJssel een gemaal werd geplaatst werd dijk een natuurgebied.

Bij Gietelo wijk ik even van de route af om naar Bakker Bril te lopen. Aan de drukke weg naar Zutphen zit al sinds 1852 een bakkerij. De zesde generatie is zich aan het warmlopen om het bedrijf over te nemen.
Specialiteit: goedgevuld krentenbrood met een heerlijke kaneelsmaak. Niet alleen een plak bij de koffie smaakt goed, maar een zakje krentenbollen onderweg is ook niet te versmaden.

Aan de overzijde van de drukke weg pak ik de route weer op en het blijkt dat deze weg voor een deel over een zeer oude IJsseldijk loopt. In de 13e eeuw werd tussen Gietelo en Wapenveld een 40 kilometer lange dijk aangelegd en die is nog steeds voor een groot deel in het landschap te ontwaren.

De IJssel heeft in de loop der eeuwen de loop meermaals verlegd en als dat niet gebeurde greep de mens wel in en daarom ligt hier, ver van de IJssel, een dijk. Pas na Wilp zal ik langs de IJssel lopen, maar nu loop ik over bospaden op een dijk. De dijk is nl. over grote afstanden begroeid met bomen, wel 11.000 stuks volgens zeggen.
De bomen staan volop in herfsttooi en met de zon erop is dat een feest om te zien.

Bij landgoed de Poll moet ik even van de dijk af. Het is hier particulier terrein.
Hoe dichter ik bij de IJssel kom, hoe hoger en breder de dijk wordt. En hoe minder bomen er op staan.
Uiteindelijk is ook de IJssel in zicht bij het dorpje Wilp.

De Dorpskerk is van ver al goed zichtbaar en is een merkwaardig geheel van een Romaanse tufstenen kerk (11e eeuw), een toren (deels 12e eeuws, deels 16e eeuws) en een gigantisch bakstenen gotisch koor uit de 16e eeuw. Het staat pal aan de Veluwse Bandijk, de dijk waarover ik aan de wandel ben.
De dijk is nu een winterdijk, bedoeld om de hoogste waterstanden van de rivier (die zich meestal in de winter voordoen) te kunnen opvangen, maar begon het leven als een bandijk.
De banne of ban was een rechtsgebied, een woord dat al in 1284 wordt genoteerd. Het geeft aan dat deze dijk van rechtswege werd geschouwd, beoordeeld op doelmatigheid, zeg maar.

Hier ga ik de dijk verlaten en naar de IJssel wandelen. De weg loopt als het ware over het erf van een boerderij en vlak ervoor staat een bordje met de naam van het slootje of beekje. Oude IJssel!
De boerderij met de naam De Yperenberg is uit 1948, een typische wederopbouwboerderij, maar de terp waar het bedrijf op staat heeft een lange geschiedenis. 
Al in 1396 was hier een wachtpost die als het ‘steynhues achter up den Mersch‘ wordt beschreven. In 1405 kwam er een hoge toren. Het was onderdeel van de verdediging van de stad Deventer die door middel van stadslandweren de stedelijke gronden zoals de Mars probeerde te beschermen. Een landweer of landgraaf is een lijnvormige meestal aarden grenswal of een diepe sloot met vaak een doornenhaag. Deze landweren kunnen kilometers lang zijn en werden vooral aangelegd in de 14e en 15e eeuw.
Versterking de Yperenberg is er niet meer, maar op de terp staat nu dit moderne melkveebedrijf met dezelfde naam.

Langs de dijk kom ik uiteindelijk bij de veerpont van De Worp naar Deventer. Ik maak een ommetje langs de Lebuïnuskerk. De kerken in Wilp en Deventer zijn beide door Lebuïnus gesticht en aan hem toegewijd.
In 765 stichtte Liafwin (zoals hij in het Angelsaksisch heette) in Wilp een oratorium, een bidkapel, en in Deventer in 768 een kerk. Hij stichtte ook de nu verdwenen kerk van Zoeterwoude (750), de Lambertuskerk van Heemse (750-762) en de Grote of Sint-Michaëlskerk van Zwolle (765).
In 773 stierf hij in Deventer en hij werd bijgezet in de kerk met zijn naam. Na de Reformatie zijn zijn relieken naar de Broederenkerk verhuisd, nu de rooms-katholieke kerk van Deventer.

Via het Vogeleiland beland ik bij het station om de trein naar Apeldoorn te pakken. Daar kom ik er dus achter dat paleis het Loo dicht is.
Ach nou ja, zo erg is dat niet. De man die bij mij op het balkon staat, heeft een zwaardere dag. De trein uit Berlijn kwam binnenrijden en daar stapte hij uit. Geen idee waarom, al meen ik uit zijn Engelstalige gesprek op te maken dat hij wilde roken, maar zeker weten doe ik het niet.
De trein reed weg terwijl zijn bezittingen nog in de trein lagen. Ja, dat kan dus ook.

Ik spiegel me daarom maar aan het bronzen beeldje dat bij Wilp op de dijk staat. ‘Meisje in de wind‘.
Met de armen uitgespreid en het gezicht naar de zon, staat ze te genieten van de omgeving.

PS: ik heb dat ook een paar keer gedaan, hoor, onderweg.


Plaats een reactie