Dat was een kort nachtje. Ik was pas om één uur thuis en kon vervolgens niet in slaap komen. Gewoon volkomen over de slaap heen. Toch lukte het uiteindelijk, maar helaas ben ik om zeven uur al weer wakker. Nou ja, vanavond haal ik het wel weer in.

Op naar de trein, op naar Den Haag, op naar museum Beelden aan Zee voor de tentoonstelling over Joan Miró.
Wat weet ik eigenlijk van Miró? Niet veel, merk ik. Schilderijen en beelden met grote felgekleurde vlakken in de primaire kleuren. Dat is het wel zo’n beetje.

Via de boulevard (die trouwens helemaal op de schop wordt genomen) loop ik van het Kurhaus naar het museum en kom dan in het ‘voorportaal’ van het museum: de SprookjesBeelden aan Zee. Op een groot terras aan de boulevard staan allerlei kleine en grote bronzen beelden die sprookjes verbeelden. Gulliver, Pinokkio, het tinnen soldaatje, de kikker en de prinses.

Dan het museum in, voor een bijzondere tentoonstelling over Joan Miró, een Catalaanse schilder, graficus en beeldhouwer. En in dit museum worden (logisch) zijn sculpturen over het voetlicht gebracht.

Miró leeft van 1893 tot 1983 en heeft een onbegrensde verbeeldingskracht. Schilderkunst combineert hij met poëzie, zijn kleurrijke en surrealistische voorstellingen zitten vol mysterieuze tekens en symbolen, met objets trouvés maakte hij de meest wonderlijke sculpturen. Door associatief te werk te gaan maakte hij niet alleen de meest bijzondere beelden, hij gaf ze even zo wonderlijke titels,

Terzijde: Surrealisme is een stroming die na de Eerste Wereldoorlog opgang maakte. Het rationalisme -de idee dat de rede de enige of voornaamste bron van kennis is- was gebleken te optimistisch te zijn. Ook de ideeën van Freud waren een inspiratiebron. Surrealisten stellen de door vrije associaites gekenmerkte bewustzijnstoestand van de droom centraal.

Het is druk in het museum maar gelukkig kan ik met een boekje én een auditour toch rustig door de grote zaal lopen. Zo kom ik er achter dat Miró niet alleen met kleuren werkte, maar ook veel sculpturen in brons liet gieten zonder kleur toe te voegen, maar patina aan te brengen.
Ik weet niet of het de bedoeling was van Miró dat zijn werken humoristisch moesten zijn, maar bij sommige sculpturen schiet ik bijna in de lach. Le Coq bijvoorbeeld (de haan) maar ook ‘Personnage‘, een samenstelling van een driepoot, een slagersblok, een deksel en een hooivork, gegoten in brons en beschilderd in felle kleuren.
En dan Monsieur et Madame: een vierkante kruk met een rechthoekig doosje erop en ronde kruk met een ei.

Al deze beelden zijn nog klein, maar Miró ging ook werken met kunsthars. En daarvoor moet je als kijker ook gaan associeren. En dat vergt heel wat zoals bij Couple d’amoureux aus jeux de fleurs d’amandiers ofwel Geliefden, spelend met amandelbloesem.
Dit enorme beeld is een maqaette van het beeld dat (vier keer zo groot) voor la Défense in Parijs staat. En inderdaad als je goed kijkt en associeert: er zijn ogen te zien, de zon is het hoofd van de man, de maan het hoofd van de vrouw.
Er staat ook een overmaatse wasknijper die een vrouw moet voorstellen. Het lukt, die associatie, maar bij Le Guerrier is associeren niet moeilijk meer. Een borduurring, een pollepel, een stuk hout, alles in brons gegoten op twee roestige stukjes U-balk: er staat een krijger!

Tijd om naar de Onze Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangenkerk te gaan, aan de Elandstraat. Daar geeft Jonathan Scott uit Manchester een orgelconcert op het Franssen orgel uit 1906. Het is een symfonisch orgel dat fraai klinkt in de neogotische kerk. Het is ook vandaag grijs en somber en de speeltafel voorin is helverlicht in de donkerende kerk.

Scott is bekend vanwege de transcripties voor orgel en vanmiddag klinken Bach, (Sinfonia to cantate 29), Liszt (Liebestraum) en Handel (Passacaglia) voor het pièce de résistance: Saint Saëns’ orgelsymfonie.
De bijnaam is een beetje misleidend. Het is namelijk geschreven voor symfonieorkest, met slechts in het tweede en vierde deel een rol voor het orgel. Weliswaar met monumentale akkoorden, maar toch slechts een bijrol.
Scott heeft het symfoniedeel ook voor orgel herschreven en omdat ik vooraan zit, dichtbij de speeltafel én het grote scherm  kan ik zijn verrichtingen goed volgen.
Het is hard werken, kan ik zien. De vele noten, de vele schakelingen tussen klavieren en registers, het snelle voetenwerk.
En dan klinkt het beroemde Maestoso. Het thema dat in de symfonie telkens opdook, klinkt hier nu in majeur op het volle orgel. Majeur is wel frappant, omdat het geënt is op het Dies irea, dies illa uit de dodenmis of requiem, dag van toorn.

De melodie is in 1977 gebruikt in een duet met de tekst ‘If I had words’ dat wekenlang de hitlijsten aanvoerde. De song telt maar een paar regels en gaat ook over een dag, maar niet over een dag van toorn.

If I had words
To make a day for you
I sing you a morning golden and new
I would make this day
Last for all time
Give you a night
Deep in moonshine
If I had words
To make a day for you


Plaats een reactie