Stapels Historische Atlassen liggen op de tafel voor ik de theaterzaal binnenloop. Mijn pinpas brandt in mijn portemonnee. O, wat wil ik die graag hebben. Een streekatlas, een stadsatlas, zelfs eentje over misdaad en straf.

Ik ben vanavond in Geldermalsen, waar ik een lezing bijwoon van Martin Berendse, één van de samenstellers van deze atlassen.
Hij zal zich vooral richten op de twee nieuwste atlassen, de Historische Wegenatlas en de Historische Wateratlas.

Voor in de zaal hangt een prachtige ouderwetse schoolkaart, een hoogtekaart. En dat is bewust, zegt Martin, omdat hoogte danwel laagte van Nederland bepalend is geweest voor de inrichting van ons land. En zeker voor de voortbeweging van de inwoners.

Veen en water zorgden er voor dat voortbeweging een hachelijke zaak was. Veen was gevaarlijk en moeilijk toegankelijk, zelfs dodelijk. Water was bruikbaar voor vervoer van goederen en personen, maar moest ook worden overgestoken.
De eerste ‘wegen’ van Nederland waren knuppelwegen, houten paden van stokken, palen en stammetjes in het veen. Bij Valthe is er in de 19e eeuw een stuk van zo’n weg opgegraven. Deze wegen kunnen heel oud zijn (Romeinse tijd en zelfs eerder).

Om water te overbruggen werden voordes gebruikt, doorwaadbare plaatsen, en dat is in diverse plaatsnamen nog terug te vinden. Amersfoort, Lichtenvoorde en Coevorden.
Coevorden was een doorgangsplek van het Bourtanger Moor voor de ossentrek. Ossen, opgefokt in Denemarken en Noord-Duitsland, werden naar de veenweides van Holland gebracht om daar vetgemest te worden.
Op sommige plekken zie je de naam Ossenweg nog terug.

Je had Hessenwegen, de wegen waar de Hessenwagens vanuit Duitsland gebruik van maakten. En Koningswegen, vooral op de Veluwe, sinds Het Loo door de Oranjes gebruikt werd als jachtslot.

En weet je? Sommigen van die wegen worden tot op de dag van vandaag gebruikt, tenminste het tracée, want het wegdek zelf is natuurlijk wel diverse malen vervangen.

Bruggen, dat waren (en zijn) heikele dingen in de Nederlanden. Het water werd en wordt gebruikt voor het vervoer van allerhande goederen en die stroom goederenvervoer heeft eeuwenlang geprevaleerd.
We krijgen een plaatje te zien uit 1935 van Arnhem. Deze stad had toen precies één (!) brug over de Nederrijn en niet eens een vaste brug. Nee, een schipbrug. Over tientallen kleine scheepjes lagen wegdelen en deze konden naar believen of noodzaak worden weggevaren.

De wegen die er waren, zijn eeuwenlang abominabel geweest, Hobbelig, stoffig of modderig, verschillende spoorbreedtes, zelfs onbruikbaar in een deel van het jaar.
Trekvaart was daarom een zeer belangrijke vorm van vervoer in Nederland. Het was zelfs een vorm van openbaar vervoer, met openbare gunningen en landelijk onderhoud van rollepalen en jaagpaden.

In de 18e en 19e eeuw kwam er eindelijk een beter begaanbaar wegennet, zeker ook onder invloed van de Napoleontische tijd, en, niet onbelangrijk, er werd een spoorbreedte voor karren, wagens en koetsen vastgelegd. Vier Rijnlandse voet en één duim: zo breed moest de spoorbreedte zijn. In iedere stad lag op het stadhuis een ijzeren staaf van die breedte, die door wagenmakers werd gebruikt om de breedte van de assen te bepalen.

Een groot obstakel dat letterlijk overal de kop opstak was de tolheffing. Vrijwel ieder kasteel is ooit gebouwd vanwege ook de tolheffing. Op elke weg, bij elke brug, bij elke doorgang, of zomaar bij iemand die dacht dat hij had bijgedragen aan de weg voor zijn deur, kon tol betaald moeten worden.
Op 1 mei 1900 werd die tolheffing opgeheven. Hoewel? In bijzondere situaties grijpt de overheid terug op deze maatregel. De Prins Willem-Alexanderbrug bij Tiel, de Kiltunnel bij Dordrecht, de Westerscheldetunnel en straks waarschijnlijk de doortrekking van de A15 naar Duitsland.

In de eerste helft van de 19e eeuw veranderde er niet heel veel. Tuurlijk, de eerste treinen reden, er werden kanalen gegraven, er kwamen stoomboten, maar veel spannends was er niet op bewegingsgebied.
Dat werd ruimschoots goed gemaakt in de 150 jaar daarna.
Er kwam een dicht trein- en tramnetwerk (waarvan helaas een groot deel ontmanteld is), de fiets werd een serieus vervoermiddel, er kwamen auto’s en daarmee een rijkswegenplan.
De impact van eerst spoorlijnen en daarna autowegen op de steden is niet te onderschatten. Denk aan het havenfront van Amsterdam (nu het CS), het dempen van de Binnen-Rotte in Rotterdam, het dempen van de Catharijnesingel in Utrecht (nu weer open). Maar ook de spoorbrug bij Culemborg, een wereldwonder want bij de oplevering in 1868 de langste overspanning ter wereld.

En dan hebben we het nog niet gehad over water als vijand en helper. Overal in Nederland moest en moet water worden vastgehouden of juist wegvloeien. En de waterlinies, waarmee werd geprobeerd de vijand op afstand te houden.
Martin memoreert drie belangrijke dammen, nl. in 1122 afdamming Oude Rijn, in 1165 en 1253 de Zwammerdam in de Oude Rijn en in 1285 de dam in de Hollandse IJssel bij Klaphek (IJsselstein), waarmee gepoogd werd droge voeten te houden.

Tot slot de Wegen Top 7 van Martin Berendse.

  • N34 Hunebed Highway, eigenlijk een deels prehistorische route over de Hondsrug.
  • N278 Aken-Maastricht-Tongeren, van oorsprong een Romeinse weg.
  • Wegh der Weegen, nu de Amersfoortseweg van Amersfoort naar Utrecht. De percelering is nog herkenbaar. Bedenker was de dolle jonker, Everhard Meyster, dezelfde die de Amersfoorters in 1661 zo gek kreeg een enorme kei van Soesterberg naar de stad te slepen.
  • De Steenweg van Den Bosch naar de grens met het prinsbisdom Luik uit de 18e eeuw.
  • A5 Haarlem Amsterdam. Bijzonder vanwege de parallelle trekvaart en spoorlijn en het feit dat een deel van de weg op palen staat. En natuurlijk het dorpje Halfweg dat halverwege ligt.
  • Route Napoleon nr 2 van Parijs naar Amsterdam, nu deels de A27. Bij Geertruidenberg ligt nog altijd de buurtschap Keizersveer, naar de voormalige veerverbinding.
  • Afsluitdijk: iconisch en wereldberoemd.

Ik ben zo vrij om daar zelf nog een achtste weg aan toe te voegen, de Zuiderzeestraatweg, aangelegd in 1830 tussen Amersfoort en Zwolle. Heel wat keertjes reisden we daar over van Drenthe naar Utrecht op familiebezoek, toen de A28 (nog) niet bestond.

Ik loop de zaal uit, weer langs die stapels atlassen. Veel bezoekers lopen dolgelukkig met hun atlas naar buiten.
Ik besluit te gaan sparen.


3 reacties op “Atlassen”

  1. Karine Avatar
    Karine

    Een mooi verslag van gisteravond, Hendrien. Ik vind het fijn dat je zo genoten hebt. Ik hoop dat je nog vaker bij ons een lezing bijwoont. Een groet, Karine

    Geliked door 1 persoon

    1. Spirit Avatar

      Bedankt! Heb me net aangemeld als lid.

      Like

      1. vandrunenkarine@gmail.com Avatar
        vandrunenkarine@gmail.com

        Super!

        Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Karine Reactie annuleren