Na een verrassend goede, zij het niet lange, nachtrust en een goed ontbijt stap ik op de fiets. Ik ga nog even terug in de tijd, naar Johanna van Polanen. Gisteravond kon ik het Begijnhof niet in, maar vanaf 9 uur is het open. En daar heeft zij haar sporen nagelaten. De Waalse Kerk naast het Begijnhof is door haar gesticht, natuurlijk niet als Waalse Kerk, maar als Wendelinuskapel in 1440. Wendelinus was een heilige die werd aangeroepen tegen de pest.

De Begijnen die hun hofje hadden op de plek van het huidige kasteel moesten verhuizen vanwege de uitbreidingsplannen en kwamen naast de kapel te wonen en dat werd hun huiskerk. Tot Maurits in 1590 de stad innam. De kapel werd de Waalse Kerk. Ze kregen het nog een keer terug toen Spinola in 1625 de stad voor de Spanjaarden veroverde. Stedendwinger Frederik Hendrik maakte daar in 1637 een einde aan. Na de Vrede van Münster in 1648 werd de kerk protestants. Maar Johanna heeft wel een standbeeld gekregen, in de Pastorietuin van het Begijnhof, geïnspireerd door het grafmonument in de Grote Kerk.

Daarna ga ik op pad met en in het voetspoor van de Oranjes. Overal kun je hun sporen aantreffen. Op de bordjes: Princenhage en Prinsenbeek (genoemd naar de Prinsen van Oranje), een vrachtwagen met de naam Nassau Koeriers, het honk van postduivenclub Oranje Boven.

Door het mooie Brabantse land fiets ik richting Etten-Leur. Het is zonnig met nog weinig wind. Dan noordelijker richting Zevenbergen, waar ik even de tijd neem voor koffie met gebak.

In Klundert bewonder ik het prachtige stadhuis uit 1621. Dit stadje begon als Die Overdraghe aan het gelijknamige riviertje. Na verzanding werd een nieuwe vaart gegraven, de Niewervaert, en het dorpje werd Niervaert. En hier vond een wonder plaats.

Een boer, Jan Boutoen, vond begin veertiende eeuw tijdens het turfsteken een hostie, die bij aanraking bloed vloeide. Hij bracht dit bij de pastoor die deze hostie in de kerk van Niervaert plaatste waar bijna 150 jaar verering plaatsvond. De vele overstromingen begin 15e eeuw, waaronder de Sint Elisabetsvloeden gaven Jan IV van Nassau (zoon van Johanna) behoorlijk kopzorgen. Zijn vrouw Maria van Loon was een zus van de bisschop van Luik. Het wonder van Niervaert zou vast kunnen helpen tegen de vloeden en dus vroeg hij aan zijn zwager, de bisschop van Luik, of het wonder naar Breda mocht komen. Dat mocht en zo kwam de hostie in 1449 naar Breda, waar deze jaren werd vereerd. Het overleefde de beeldenstorm van 1566 niet, al zeggen sommigen dat de hostie nog steeds ergens in Breda verborgen is.

Vanuit Klundert fiets ik door Noordschans en ineens sta ik op de dijk en even later zie ik tussen de bomenrijen glimpen van het Hollands Diep.

Het gebied (ooit gors, begroeide buitendijkse aanwas) links van me werd medio 16e eeuw ingepolderd in opdracht van de markies van Bergen op Zoom, Jan van Glymes. In de uiterste noordwesthoek ontstond een dorpje met de naam Ruigenhil, zoals de polder nog steeds heet. Er werd heel planmatig gewerkt bij het inrichten van het dorp. Tot op de dag van vandaag zijn de toen aangelegde straten nog aanwezig.

Willem van Oranje liet Ruigenhil versterken tot een vesting, na de Slag bij Steenbergen in 1583, waarbij de Spanjaarden Steenbergen veroverden. Toen Willem in 1584 stierf gaf zijn zoon Maurits de vesting in 1585 stadsrechten en een nieuwe naam, ter ere van zijn vader: Willemstad.

De podwalk van het Verhaal van Nederland begint bij de vestingwallen, maar ik begin eerst bij het Mauritshuis of Princehof, het jachtslot dat in opdracht van Maurits in 1623 werd gebouwd. Het lag strategisch tussen Den Haag en de betwiste gebieden in Brabant. In 1625 overleed Maurits, dus veel zal hij er niet geweest zijn.

Toch sta ik in de hal oog in oog met zijn fiere standbeeld, Maurits als legerleider, 3D geprint van afvalplastic. Hij moest het eens weten..

Ik dwaal door de mooie zalen en bewonder vervolgens de buitenkant, ook al zo mooi. En dan op pad.

Het leuke van de serie was dat het in chronologische volgorde het verhaal vertelde, maar de podwalk van vandaag laat een geschiedenis van bijna 500 jaar zien waarin de band tussen stad en Oranje bleef bestaan.

Willem van Oranje gaf het toen nog dorp een omwalling met vijf bastions waarbinnen het planmatig opgezette dorp precies ingepast werd.

Maurits breidde de vesting met nog twee bastions en deze zeven werden genoemd naar de Zeven Provinciën. Hij liet de kerk bouwen, de eerste speciaal voor de protestantse eredienst gebouwde kerk van Nederland. De kerk moest achthoekig, zeshoekig of rond worden, maar beslist niet de kruisvorm van een katholieke kerk. En zo geschiedde. De kerk is open en ademt nog steeds een 17e eewse sfeer al heeft het heel wat meegemaakt (verbouwing, oorlog, brand, restauratie). Maurits bouwde ook het stadhuis dat ook als kerk dienst kon doen, zolang er nog geen geld was voor een echte kerk. En natuurlijk liet hij het Hof bouwen.

Johan Willem Friso, de Friese stadhouder, die de opvolger zou worden van stadhouder koning Willem III (immers kinderloos gestorven), verdronk niet ver hier vandaan in het Hollands Diep. Hij stak bij Moerdijk met de veerpont over toen een zwaar onweer opstak. Hij was onderweg om te regelen dat hij de rechtmatige Prins van Oranje werd. Op Bastion Groningen kijk ik uit over de masten van de vele plezierjachten. Daar in de verte is het gebeurd. Na acht dagen spoelde zijn lichaam aan en vijf weken later werd zijn zoontje geboren, de latere stadhouder Willem IV.

Deze Willem liet de prachtige molen bouwen die vandaag lustig staat te draaien. De molen heet dan ook d’Orange molen.

In 1793 werd Willemstad aangevallen door de Franse troepen maar het wist stand te houden. Gouverneur van Boetzelaer werd ervoor beloond met een prachtige degen. In 1795 werd het alsnog ingenomen.

In het Koninkrijk Nederland blijft Willemstad van strategisch belang en het wordt in de Eerste Wereldoorlog weer in stelling gebracht. Koningin Wilhelmina bezoekt de troepen, zoals ze dat op meer plaatsen deed.

In de Tweede Wereldoorlog houdt de stad nog lang stand, maar na een bombardementsdreiging à la Rotterdam capituleert het garnizoen. Na 1952 houdt de vesting op te bestaan. Maar in 1953 bedreigt water het stadje dat altijd water als verdediging had ingezet. De burgemeester is geabonneerd op de telegramdienst van het KNMI en weet daardoor wat er aan hand is. Hij laat zoveel mogelijk mensen inseinen en dat zorgt er voor dat er in Willemstad vrijwel geen slachtoffers te betreuren waren.

Zoveel informatie moet ik wel even verwerken en dus zit ik op het pleintje voor het Mauritshuis krentenbollen te eten. Even bijtanken voor de volgende kilometers.

Het is nog een prachtige tocht naar Strijen. Het is zonnig en er staat een forse wind die ik een groot deel van de weg in de rug of schuin achter heb. Ik fiets over de immense Volkerraksluizen en dan langs het Hellegatsplein naar de brug over het Hollands Diep. Wat een watervlakte.

In Numansdorp zit ik in de Hoekse Waard en via een prachtige dijkweg kom ik in Strijen bij mijn B&B.

Diverse weetjes en feitjes:

  • Tot op de dag van vandaag voert de koning(in) van Nederland de titel Heer danwel Vrouwe van Willemstad. De Staten van Holland hadden het stadje tot hoge heerlijkheid verheven.
  • In het museum staat een replica van het Mannetje van Willemstad, een 6500 jaar oud eiken beeldje dat op acht meter diepte in het veen gevonden is tussen de wortels van een boom. Niemand weet wat het was en waarom het daar lag.
  • Op een aantal bastions aan de westzijde staan grote betonnen bunkers. Het blijken Duitse bunkers uit de Tweede Wereldoorlog te zijn.
  • De muur van een huis aan de Kerkstraat (de straatnaambordjes zijn allemaal van hout) ziet er heel pokdalig uit. Blijkt schade te zijn van kogel-en granaatinslagen uit 1944.
  • Langs de dijk tussen Noordschans en Willemstad staan op de dijk betonnen elementen, Muraltmuurtjes. Ooit bedacht als een goedkope manier om de dijk iets te verhogen en zo overmatige golfslag tegen te houden. Betonnen platen tussen betonnen palen met een uitsparing. Door bedenker, meneer De Muralt, nooit bedoeld als waterkering, maar wel als zodanig ingezet door veel Zeeuwse waterschappen. De nu nog bestaande muurtjes zijn monumenten en geen waterkering.
  • De prachtige molen van Willemstad draait voor de Prins. Zo wordt dat genoemd als de molen geen stel stenen meer heeft (zoals in Willemstad} of als het maalwerk wordt losgekoppeld. Dit spreekwoord stamt uit tijd van het beleg van Leiden (1573/74). De molens op de stadswallen (goede windvang) draaiden zonder echt te malen, om de Spanjaarden te laten denken dat er nog voldoende graan voorhanden was.

73 km gefietst maakt 175

6,1 km gewandeld maakt 17,4

1 kerk bezocht maakt 3

1 museum bezocht


2 reacties op “Het pad van Oranje”

  1. martentel Avatar
    martentel

    Weer een mooi verslag, bedankt. Extra gaaf omdat Anneke net gister de veertiende met een jacht aan kwam in Willemstad, die (met anderen) op de 15e ’s ochtends weer vertrokken is.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Spirit Reactie annuleren