Vandaag begint met een verhaal over huizen en eindigt met een verhaal over een huis.

Vanmorgen liep ik door de stille straten, met de verse sneeuw krakend onder mijn schoenen. Onderweg zag ik sneeuw langs de ramen van de trein, reizigers kwamen met sneeuw op muts en jas binnen. Heerlijk winterweer in het vooruitzicht.

Het is net acht uur als ik in Meppel de Stationshuiskamer binnenstap en even later loop ik de prachtige Stationsstraat uit. Ondertussen luister ik naar het  Luisterpad, de verhalen die horen bij het Westerborkpad. Na bijna twee jaar pak ik dit pad weer op.

In het Luisterpad zijn getuigen aan het woord, destijds kinderen. Je hoort nog de verwondering in hun stem. ‘Kijk, pappa, daar komen mensen aan, ze gaan naar de trein, die zijn nogal wat van plan met al die koffers.’ Vader ziet wat de kinderen later ook zien. Jodensterren, de zoekende en vragende blikken, de gelatenheid ook.

Meppel werd het Mokum van Drenthe genoemd, met zijn Prinsengracht, Heerengracht en Keizersgracht. En het had al vanaf 1767 een Joodse gemeente met synagoge en in de kleine stad woonden in 1941 267 Joden. Na de oorlog kwam er één uit een kamp terug en 17 uit de onderduik. Tachtig huizen stonden leeg, bleven leeg.

Het begint lichter te worden, de wolken trekken steeds verder weg en het wordt stralend weer. Na Meppel volgt een ongelooflijk mooi stukje Drenthe: wandelen langs de Wold Aa. Dit riviertje is gekanaliseerd en loopt vanuit Centraal Drenthe (Wijster) naar het Meppelerdiep.

Ik loop over besneeuwde wegen en paden, de zon schittert, de sneeuw is blinkend wit, de lucht hoog en hemelsblauw. Aan het spiegelende water staan prachtige boerderijen. En bij Ruinerwold zie ik een torenhaantje goud flitsen in de zon. Het is het kerkje van Blijdenstein, een buurtschap van Ruinerwold, een eenvoudig Gotisch kerkje uit de 15e of 16e eeuw. Dit Godshuis staat op een prachtig punt tussen twee strangen van de Wold Aa.

Ik steek de Wold Aa over en kom in Berghuizen, een heel klein dorpje met een heel grote Gereformeerde Kerk. Wat blijkt? Hendrik de Cock, predikant in Ulrum en degene die, bezwaard over de gang van zaken in de Nederlands Hervormde kerk, in 1834 een afscheiding in gang zette, stichtte hier in 1835 een kerk voor de streek tussen Koekange en Ruinerwold. . Hoe oud het gebouw is kan ik niet goed peilen, ook door alle aanbouwen. Achter de kerk ligt het Trekgat en aan deze weg stond een theologische school, voorloper van beide huidige theologische universiteiten.

Bij Koekange is de sneeuw vervangen door blubber op de weg. Bij elke auto stap ik in de berm. Liever geen sproeiregen.

Dit gebied met het weidse ontginningslandschap doet jonger aan dan het is. Maar Koekange is toch echt een middeleeuwse randveenontginning en al heel oud. 1290 is de eerste vermelding. En Koekange? Dat komt van Kokanje, het luilekkerland. Of om het te promoten of (waarschijnlijker) een sarcastisch of satirisch commentaar op de werkelijkheid.

Na koffie met gebak ga ik op pad naar Echten. Ik wandel een ander landschap in, dat van een esdorp. Over de glooiende es loop ik het prachtige dorpje in. Mooie Saksische boerderijen staan her en der, ogenschijnlijk zonder plan neergestrooid.

Hier staat ook een reconstructie van een plaggenhut, het onderkomen van de allerarmsten. Twee kleine bedstedes, een klein woonvertrek, een hok voor varken of geit. Buiten voor de houten pomp en achter de houten kakdoos. De overeenkomst met de Verscholen Dorp in Vierhouten vallen me op.

Groter contrast is niet denkbaar als ik schuin oversteek naar Huis te Echten. Deze havezate stamt uit de 15e eeuw, wellicht zelfs de 14e, en straalt grandeur en een zekere voorname ingetogenheid uit. Terzijde: edelman Roelof van Echten was waarnemer bij de Synode van Dordrecht in 1618/1619.

Bij Boschzicht lunch ik en dan nog een paar kilometer te gaan. Langs de oever van de Hoogeveense Vaart, die in wezen het vergraven Oude Diep is dat in de 17e eeuw al in gebruik is voor afvoer van turf.

Vlak bij de bushalte het laatste verhaal. We reden wel eens over deze weg en mijn vader wees dan naar deze grote Groninger boerderij. Hier woonde Flokstra, die onderduikers had in de oorlog. Het fijne wist ik er niet van. Maar vandaag luister ik naar Pietje, een dochter van Cornelis en Jentina Flokstra, die vertelt over haar vader en moeder.

Vanuit zijn geloof stelde Flokstra zijn huis open voor onderduikers. In augustus 1942 drie. Na een razzia werd er in de hooiberg een ruimte van 4×5 meter gemaakt, deels gegraven, waarin nog eens zes mensen werden ondergebracht. In maart 1944 werd de boerderij door 17 man Grüne Polizei grondig doorzocht. Ze leken te weten wat ze zochten, maar vonden niets. Er kwamen nog vier onderduikers bij. Pietje wist van niets en lifte iedere dag mee naar school met de auto die de Duitsers in de omgeving bevoorraadde. Wel vond ze het vreemd dat haar moeder zoveel eten kookte. En die vele was aan de waslijn, die herkende ze maar deels. Na de bevrijding kwamen er 13 onbekende mensen te voorschijn uit hun provisorische huis.


4 reacties op “Huis”

  1. Anna Avatar
    Anna

    Wij gaan volgende week beginner het Westerborkpad! Maar wat een prachtig verhaal over de geschiedenis! Dankjewel!

    Geliked door 1 persoon

    1. Spirit Avatar

      Dank je wel voor je reactie en ik wens jullie veel wandelplezier.

      Like

  2. Inge Stolk Avatar
    Inge Stolk

    Prachtige foto s en wat een mooie begane vertelling, dank je wel! Laat me zelf ook weer het Westerborkpad mee lopen.

    Geliked door 1 persoon

    1. Spirit Avatar

      Dank je wel voor je reactie.

      Like

Geef een reactie op Inge Stolk Reactie annuleren