Vorige week woensdagavond zat ik de Grote Kerk van Dordrecht voor een orgelconcert. Zoals ik verwacht had, was de kerk onverwarmd en ik was blij met mijn wijde wollen jas en mijn zelfgemaakte wollen trui. Met de voeten op de voetenplank hield ik het lekker warm. Het was toen helemaal niet echt koud buiten, maar als je stil zit in zo’n grote stenen kerk, trekt de kou toch op.

Vandaag is een heel ander verhaal. De wind is via het westen naar het noorden gegaan en er staat een fijn koud windje, de temperatuur is gevoelig aan het zakken, heel fijne miezer valt er zo nu en dan. Met muts, sjaal, wanten en dikke jas wandel ik voor de wind uit naar het zuiden, naar mijn bestemming van vandaag.

De zon gaat vandaag pas om kwart voor negen op, dus is het nog donker als ik naar de trein loop. Als ik in Den Bosch uitstap is de zon dan ook nog maar net op en het is somber en bewolkt met een lichte miezer als ik naar de Sint Jan loop. Ik stap even binnen in deze altijd weer indrukwekkende kerk en loop dan de Parade af naar de Oude Dieze om daar het Bossche Broek in te lopen.

Na een kleine vijf kilometer vind ik het tijd voor pauze bij de Pettelaarse Schans. Hier staat een voormalige boerderij uit 1880 die nu een restaurant is. De Schans zelf (ook wel Fort de Pettelaar of Fort Saint-Michèl genoemd) is opgeworpen in 1623. Maurits van Oranje had in 1622 voor de zoveelste maal geprobeerd Den Bosch in te nemen en de Bosschenaren wierpen deze schans op om zich te beschermen.
Het was een perfecte vijfhoek en ik sta daar elke keer weer van te kijken dat er zulke nauwkeurige berekeningen konden worden gemaakt. In 1672, toen Lodewijk XIV Nederland overliep, is het fort gesloopt om te voorkomen dat de Fransen het in bezit namen. Het was toch al bouwvallig.
In 1959 werd de Zuiderplas aangelegd en het fort gereconstrueerd.
Fun fact: in 1911 was het fort het eerste militaire vliegveld. Er vonden oefeningen plaats van de landmacht, die bij wijze van proef zes vliegeniers had uitgenodigd om, met hun eigen vliegtuigjes, verkenningsvluchten uit te voeren. Het werd uiteindelijk te klein bevonden en Soesterberg kwam in beeld.

Ik kruis de A2 en loop langs een drukke provinciale weg. Gelukkig kan ik met een tunnel naar de andere kant, richting Den Dungen en Maaskantje. (Maaskantje heeft niets met de Maas te maken, maar komt van kant = bewoning aan de rand en mase = modder in Middelnederlands. In het dorp zelf denkt men daar anders over, dus ja…)
Via buurtschap Hoek met een paar prachtige oude boerderijen (1833 en 1661) kom ik uit bij de Zuid-Willemsvaart.

Deze vaart uit 1825/1826 is vernoemd naar Koning Willem I (ook wel de kanalenkoning genoemd). Onder zijn bewind zijn in Nederland vele kanalen gegraven. Als ik bij de Milrooisebrug ben komt er een schip langs varen. Het kanaal was vanwege de overvloedige regenval gestremd geweest maar dat is opgeheven.

Dat er water gevallen is, was onderweg duidelijk te zien. Sloten lopen over en bij de Aa aangekomen is daar een voormalige strang weer onderdeel van de river geworden. Eenden, waterhoentjes, meerkoeten en een inimini-fuutje dobberen op het snelstromende water.
Nog een klein stukje, ik zie al een soort wachttoren en daar moet ik zijn. De toren heet Heeskijk. Echt, wie bedenkt zoiets.
Ik ga even naar boven en heb zo een mooi zicht op het Aa-dal. En dan nader ik, over een modderig bospad, mijn doel: kasteel Heeswijk.

Het kasteel is werkelijk bijzonder mooi. Vanwege de kerstperiode is het prachtig versierd met lichtjes, kerstbomen en andere ornamenten, wat heel veel sfeer geeft.
De tentoonstelling heet Koud!, over hoe men zich vroeger warm hield, zonder CV en warm stromend water.
Via IZI kan ik een rondleiding downloaden en diverse bewoners worden sprekend opgevoerd om te vertellen wat er in hun tijd gebeurd is.

Het kasteel heeft een geschiedenis van 1000 jaar. In de kelder bevinden zich de oudste stenen gedeelten van het kasteel, bijna 1000 jaar oud, waaronder een stuk ijzeroer dat in de fundamenten is verwerkt.
Het kasteel is begonnen ergens rond 1050 als een mottekasteel: een gracht werd gegraven, met de grond werd een heuvel opgeworpen, een houten toren met een pallisade werd gebouwd en hierop kon de bevolking van deze kleine samenleving zich terugtrekken in geval van onrust.

Veertig verschillende eigenaars zijn er geweest in al die eeuwen, de eerst bekende was een Ridder Almericus van Heswic, de laatste was Baron Willem van den Bogaerde. Deze familie heeft het kasteel nog het langst in bezit gehad, vanaf 1835. De eeuwen daarvoor was het een komen en gaan van adelijke en niet-adelijke eigenaars. Zelfs Pichegru heeft er gewoond, de beroemde generaal die de Franse legers aanvoerde bij de verovering van Nederland.
Een eeuw eerder heeft Lodewijk XIV er een keer de nacht doorgebracht.

Het kasteel heeft heel wat doorstaan, brand, beschadiging door oorlogsgeweld en in de 19e eeuw de middeleeuwisering (zo noem ik het maar). De jonkheren Louis en Alberic van den Bogaerde lieten diverse delen van het kasteel herbouwen en andere delen herinrichten naar hoe zij dachten dat het in de Middeleeuwen er uit had gezien. Een beetje vergelijkbaar met wat er bij kasteel De Haar gebeurde.

In de verschillende ruimtes is van allerlei moois te zien en overal tussendoor wordt je bijgepraat over kou en warmte.

  • IJzeren haardplaten waren niet alleen maar voor het mooi, ze reflecteerden warmte en hielden die ook even vast.
  • In de zomer was zo’n kasteel een prima verblijf, maar in de winter verbleef de familie in een huis in de stad. Gerieflijker en beter warm te houden. De meubels werden met stoflakens afgedekt en een kleine staf bleef achter. Zij hielden zich het meest op in de keuken. Daar brandde altijd vuur.
  • Hoe hou je je warm in je kamer? In de bibliotheek staat een pop met een prachtige kamerjas met een warme voering en bijpassende warme muts.
  • Een stoof met kooltjes zorgde voor warme voeten en kaarsen en later olielampjes zorgden voor licht én warmte. Én je kon ze ook meenemen naar een andere ruimte.
  • IJsbloemen op je slaapkamerruiten zijn prachtig -weet ik uit ervaring- maar hoe hou je je warm in bed? Wij kregen vroeger een ijzeren kruik mee, gevuld met kokend heet water met een door mijn moeder zelfgebreide kruikenzak er omheen. Maar nog vroeger gebruikte men een beddenpan. Een soort grote koekenpan met deksel en een lange steel, gevuld met hete kolen, werd in het bed gelegd en daardoor kon je in een lekker warm bed stappen. Met dikke gewatteerde dekens lukte dat best.
  • Natuurlijk geeft kou ook plezier: ijs- en sneeuwpret en dus staat een kleine arreslee en hang er een schilderij met een wintertafereel.

Ik eindig mijn bezoek onder toeziend oog van de laatste barones in het naar haar genoemde restaurant. Het is intussen nog ietsje kouder geworden en dus wil een beker warme chocolademelk er best in.

Als ik vertrek zie ik op het voorplein bloeiende sneeuwklokjes kleumen, die de komende dagen nog wel meer kou zullen moeten verduren. Ik loop naar de bushalte en heb vandaar nog een mooi zicht op dit imposante kasteel.


2 reacties op “Koud!”

  1. Bert van Loon Avatar
    Bert van Loon

    Geweldig interessant, wat hebben we toch veel moois nog uit het verleden en het leest als een trein; heel leuk en het prikkelt om nog eens wat na te lezen.

    Geliked door 1 persoon

    1. Spirit Avatar

      Wat leuk om te lezen.

      Like

Plaats een reactie