Mode. Of smaak. En die kan nogal veranderen met de tijd. Vandaag kunnen we dat zien en horen in Amsterdam. Want orgels en kerken zijn net zo goed aan mode en smaak onderhevig als alles in ons leven.

Ik ga mee met de derde Amsterdamse Orgeltocht met Evan Bogerd. Startpunt: de Ronde Lutherse Kerk. Gebouwd als tweede en dus nieuwe Lutherse kerk in 1668/71. Vlak ernaast twee scheef hangende pandjes uit 1614, de gouden spiegel en de silveren spiegel, gebouwd voor zeepzieder Laurens Spiegel. Daarboven de forse bakstenen muren van de kerk. De relatieve godsdienstvrijheid in de Nederlanden destijds had wel voorwaarden. Lutherse kerken mochten wel gebouwd worden, maar zonder toren. Dat was voorbehouden aan de calvinistische kerken. Met de hoge koepel maakten de Luthersen een lange neus naar de calvinisten, denk ik maar. De kerk is nu congreszaal van het tegenover gelegen hotel, maar heeft nog wel een orgel.

De kerk zelf is ondanks branden in 1826 en 1993 nog steeds een fraai voorbeeld van barokke kerkbouw, maar dan wel in classicistische stijl. Om als congreszaal te kunnen dienen is er het nodige veranderd: de diepe galerijen zijn deels dichtgezet met vergaderruimtes, er ligt vloerbedekking en meest in het oog springend: de hypermoderne immense kroonluchter.

Het Bätz-orgel uit 1830 is een zusje van dat in de Dom van Utrecht. Maar de uitstraling is totaal anders vanwege het donkere hout. Het vormt één geheel met de preekstoel. Evan speelt een prachtig programma met Bach, Krebs, Saint-Saëns en een improvisatie. Sluitstuk: Ein feste Burg ist unser Gott, het Lutherlied bij uitstek en natuurlijk van Reger. Imposant en majestueus klinkt het door de zaal.

We hebben een uurtje voor het volgende concert in de Nicolaasbasiliek, officieel de Basiliek van de Heilige Nicolaas. Ik loop even een rondje langs de kerk. De achterkant grenst aan de Oudezijds Kolk waar de rondvaartboten af en aan varen. Tot het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland, we praten 1853, werden er alleen schuilkerken gedoogd voor de Rooms-katholieken. De Oude Kerk, de eerste Sint-Nicolaaskerk, die in protestantse handen was overgaan na de Alteratie van Amsterdam in 1577, staat iets verderop. Nog dichterbij de tweede Nicolaas, een schuilkerk, beter bekend als Ons Lieve Heer op Solder.

De huidige Nicolaas is gebouwd tussen 1884-1887 en niet zoals wellicht te verwachten was door Pierre Cuypers. De gemeente Amsterdam drong daar wel op aan, vanwege Cuypers’ monumentale station vlakbij. De Rooms-katholieke parochie was wel even klaar met overheidsbemoeienis en koos voor een andere architect. De kerk is vrij donker en is gebouwd in diverse neostijlen, neo-barok, neo-gotisch en neo-classistisch, maar is toch een evenwichtig geheel.

Het orgel uit 1889 is niet gebouwd door een Franse of Frans-georiënteerde bouwer, zoals de mode was destijds, maar door het Duitse bedrijf Sauer. Het orgel heeft vooral in de jaren 1960 wat aanpassingen over zich heen gehad, door de toen heersende smaak en inzichten. En de wal keerde het schip weer, zo’n 30 jaar later, toen met teruggevonden pijpwerk en stukken van andere orgels het instrument weer een echte Sauer werd.

Evan speelt een improvisatie en 19e eeuwse romantische muziek, Karg-Elert, Franck en Reger. Maar ook een bewerking van stukjes uit de Vuurvogel van Stravinsky, uit 1909/1910.

Een half uurtje later worden we onthaald op koffie met een heerlijke koek in de Westerkerk. De kerk staat op de voorpagina van ons programmaboekje, een oud schilderij, waaruit blijkt dat veel is veranderd in de omgeving.

De kerk zelf staat er al bijna 400 jaar. Tussen 1620 en 1631 werd de kerk gebouwd in de renaissancestijl. Ontwerper was bouwmeester Hendrick de Keyser. Hij overleed al in 1621 en zijn zoon Pieter voltooide de kerk.

De beroemdste toren van Amsterdam was toen nog niet klaar. In 1637 werd de keizerskroon op de 87 meter hoge Westertoren gezet. Daarmee is het de hoogste van Amsterdam.

De kerk beschikt over twee orgels. Een koorogel, al heeft de kerk geen stenen koor, en het grote orgel aan de torenzijde.

De kerk had geen orgel bij oplevering. Zover was men nog niet in de protestantse traditie, want Calvijns tirade over ’s duivels fluitinstrument lag nog vers in het geheugen. Maar in 1686 was het zover. Vader Duyschot was begonnen met de bouw en zijn zoon leverde het instrument op. Al in 1727 werd het door Vater uitgebreid. Maar in 1895 werd het naar de stijl van die tijd herbouwd en in 1939 gingen drie firma’s aan de slag met diverse onderdelen van het orgel. Resultaat: problemen en nog eens problemen.

In 1992 was een grootscheepse reconstructieve nieuwbouw gereed die in 1989 was begonnen. Uitgangspunt was de situatie van 1686 en 1727 en na groot onderhoud in 2020 klinkt het als een klok. De kas is nog steeds die van de 17e eeuw met grote beschilderde luiken voor zowel rug- als hoofdwerk.

In de tijd dat het orgel in reconstructie was, werd het koororgel ingezet, een klein instrument met een prachtige klank. Het stamt uit 1963 en is door de toenmalige predikant bij elkaar gespaard om cantatediensten mee te begeleiden.

Evan improviseert op beide orgels en speelt vervolgens op het grote orgel muziek van Bach en Elgar. En natuurlijk het fameuze Een vaste Burg van Jan Zwart.

Thuis kijk ik naar een YouTube concert van Jonathan Scott. Nog meer orgel dus. Tja…


2 reacties op “Mode”

  1. Lambertus Avatar
    Lambertus

    Dank je wel, altijd weer interessant, Hendrien; wat me verbaast: de lange reconstructie-periode van het hoofdorgel in de Westerkerk, terwijl in die periode toch voor de Westerkerk werd gekozen, oa bij het huwelijk van Beatrix. Wellicht dat bij de cantate-diensten het andere koororgel werd gebruikt

    Geliked door 1 persoon

    1. Spirit Avatar

      Ik pas het even aan. Het orgel is tussen 1989 en 1992 gereconstrueerd.

      Like

Geef een reactie op Lambertus Reactie annuleren