Ik had nog een VVV cadeaukaart l liggen en gisteren heb ik die verzilverd. Ik kocht er een boekje van Maarten van Rossem van: Openluchtmuseum Nederland. Op de voorkant staat dit citaat: ‘Je hoeft zelden ver van huis om landschappen te vinden met een curieuze geschiedenis.’
En dat gaat in de stad Utrecht helemaal op, want daar ben ik vandaag aan de wandel. Na het veel te warme weer is het vandaag heerlijk fris en de regen van de afgelopen dagen heeft plaats gemaakt voor felle opklaringen. Prima wandelweer voor de Waterlinie Wandeltocht.

Bij Stadion Galgenwaard starten alle routes, van 5 km tot en met 32 km. Ik heb gekozen voor de Noordelijke Fortenroute van 24 km, een behoorlijke uitdaging, want nieuwe schoenen…
Vanaf het stadion lopen we meteen naar de oever van de Kromme Rijn en dan steken we over naar de Kromhoutkazerne, voor het eerste stempel. Op het kazerneterrein ligt het eerste stukje Nieuwe Hollandse Waterlinie dat we tegenkomen, nl. voormalig Fort Vossegat.

De Hollandse Waterlinie die in 1672 haastig in stelling was gebracht werd ver westelijk van Utrecht gelegd, want de Fransen waren al veel te dichtbij. Eind 18e eeuw begon baron Krayenhoff, directeur der Hollandse Fortificatiën, met plannen voor een meer oostelijk gelegen linie, waarin Utrecht zou worden opgenomen.
In de Middeleeuwen, maar ook daarvoor en daarna, bestond een verdediging van een stad uit wallen, muren, pallisades, grachten, direct om de stad heen. Bij het in gebruik nemen van een waterlinie, heeft dat ook nog wel zin, maar wat dan heel belangrijk wordt is het verdedigen van al die punten die niet onder water komen te staan, of die al water zijn. Dit worden accessen genoemd, toegangen. Er dat zijn dus landwegen, waterwegen en nog weer later ook spoorwegen. Op die punten moest een verdediging komen met soms een terugvalpunt daarachter of een extra post ervoor.
De lijn van Poederoyen via Gorinchem, Woerden en Naarden naar Muiden kreeg een flinke uitstulping, waar Utrecht in kwam te liggen. Hiervoor werd een ingenieus stelsel van forten, batterijen, versterkingen, duikers, sluizen en bruggen aangelegd, net voor de Tweede Wereldoorlog aangevuld met de zgn. kazematten ofwel groepsschuilplaatsen. Het karakteristieke silhouet hiervan is overal te zien op deze route.

Fort Vossegat lag op een splitsing van waterwegen, de Kromme Rijn en de Minstroom. Van het fort resteert vrijwel niets meer, alleen nog het bomvrije gebouw, en het terrein is alleen maar vandaag beperkt toegankelijk voor de Waterliniewandelaars. Dus gauw een fotootje gemaakt.
De route loopt verder Utrecht in en door het prachtige Wilheminapark kom ik in de buurt van het centrum. Bij de kop van de Plompetorengracht heb ik zicht op de Domkerk met de besteigerde toren. Op de kop van deze gracht heeft ooit een toren gestaan, voorzien van een waterpoort en twee verdedigingstorens aan weerskanten. Dit hele complex heeft de tand des tijds niet doorstaan en de naam van de gracht is het enige dat rest.

Op de plek waar het Rijnwater Utrecht verlaat als de Vecht, ligt de Weerdsluis. In de 16e eeuw was er al een schutdeur en in de 17e eeuw werd het vervangen door een echte schutsluis, die ook werd opgenomen in het innundatieplan. In de 19e eeuw werd de sluis vernieuwd en verdiept. De nog laagstaande zon werpt mooi licht op alles. Vlakbij ligt een restant van de Weerdpoort, onderdeel van de stadsmuur die dit voormalige voorstadje (Bemuurde Weerd) beschermde. Schuin er tegenover de Zandbrug. En het is dat ik erop geattendeerd word, anders had ik echt niet gezien, dat er een Duitse waarnemingsbunker uit de grachtmuur en brug steekt.

Langs de Vecht vervolg ik mijn weg, eerst op de linkeroever en bij Roode Brug steek ik over naar rechter. Ineens plenst er een buitje uit de lucht, maar als ik de paraplu heb opgediept is het ergste al over en schijnt de zon alweer. Het wordt landelijk aan de Vecht met voormalige boerderijen en de toegang tot huize Rosendael, met prachtig theekoepeltje.
Fort aan de Klop is de volgende stop. De naam komt van een herberg die hier ooit lag, de Clophaemer. De buurtschap ging zo heten, de vaart ernaast ook en ook de aarden versterking die al in 1629 hier werd opgeworpen. In 1787 werd er een schans aangelegd en na 1811 kwam er eerst een bomvrij gebouw met later allerlei bijgebouwen en kazematten. De Klopvaart, het kanaal, is het acces dat moest worden bewaakt en verdedigd.
De Klopvaart stamt zelf uit de 11e eeuw en is destijds gegraven voor afwatering voor de ontginningen. Het werd later ook onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, als innundatievaart.

Langs dit mooie kanaal loop ik naar Fort de Gagel. Hier loopt een verschrikkelijk drukke weg langs, maar eenmaal in het fort is het heerlijk rustig. Ik vind het tijd voor een pauze. Op het terras geniet ik van koffie mét en de schoenen gaan ook even uit. Valt niet mee, hoor, nieuwe schoenen inlopen.
De functies van fort de Gagel bestonden uit het afsluiten en verdedigen van de Klopvaart, de Gageldijk en de Kerkeindsche Dijk (de accessen) en het flankeren (vanaf de zijkant verdedigen) van de Klopdijk.
De drukke weg vergezelt me rechts. Links is het prachtige veenweidelandschap te zien, lange stroken land met brede sloten, op de kop de voormalige boerderijen, her en der de groepsschuilplaatsen, felblauwe lucht met spierwit aangelichte wolken. En plotsklaps weer regen. Dus de paraplu maar weer bovengehaald.

Ik ploeter over het graspad naar fort Ruigenhoek. Het is hier erg stil, terwijl de stad zo dichtbij is. Weer dat donkere water van de geheimzinnig aandoende grachten, een imposant wachtgebouw, bomen in overvloed, en op het binnenterrein… een veldkeuken. Een vettige rookpluim komt uit het fornuisje en soldaten in diverse oude uniformen scheppen heerlijke tomatensoep in voor de wandelaars.
Het fort is onderdeel van een vooruitgeschoven ring, noodzakelijk vanwege de verbetering van artillerie (lees: zwaarder geschut dat verder kon schieten). Deels nam het de taken over van Fort Blauwkapel, maar ook sloot het het acces van de Ruigenhoeksedijk af en verdedigde het de innundatiekade.
Het is prachtig weer met die felle opklaringen, maar de zon lijkt iedere keer wel een bui op te halen. Onder het grote verkeersviaduct wacht ik een forse plensbui gelaten af. Het is even niet anders.

Dan volgt fort Blauwkapel. Via de omwalling komen we achter de kapel en daar dalen we af. De kapel is open voor bezichtiging. Het is een klein 15e eeuws kerkje, in baksteen met vrij kleine ramen, en een houten plafond dat in een groenige kleur blauw is geschilderd. Het dorpje heette ooit Voordorp, maar de kapel had een blauw plafond en blauwe muren, een blauwe kapel dus. De naam ging over op het dorpje. In de 18e eeuw werd hier een versterking aangelegd om de weg naar Hilversum (een acces) te verdedigen en later in de 19e eeuw kwam het hele dorpje in de omarming van een gigantisch fort te liggen. Nu is het een idyllisch plekje, ook al is het omringd door allerlei verkeersdrukte.

Fort Voordorp (eigenlijk Fort op de Voordorpse Dijk) is niet toegankelijk. Ook dit fort was onderdeel van de vooruitgeschoven ring, om de accessen die de hoger gelegen Voordorpsedijk, de Biltse straatweg, de Groenekansedijk en de spoorlijn Utrecht-Amersfoort vormden te verdedigen.

Op naar het een na laatste onderdeel van de tocht: Fort de Bilt of het Fort op de Biltstraat. Het sloot inderdaad de Biltstraat af, een acces tot Utrecht. Het is een groot fort, maar dat is vandaag alleen op een kaart goed te zien. De weg en de tramlijn liepen ooit zuidelijk van het fort maar met de toename van het verkeer werd dat kronkelweggetje steeds lastiger begaanbaar. Uiteindelijk werd in 1929 de Biltse Straatweg dwars door het fort gelegd.

Het is nog maar een klein eind naar het stadion, maar eerst duikt de route onder de brug door, naar de Kromme Rijn. Langs de oever gaat de route naar de eerste van de vier Lunetten die ook Utrecht moesten verdedigen. Deze lunetten beschermden Utrecht tegen gevaar dat over de Houtense vlakte zou kunnen komen. Zoals de naam al zegt, deze vlakte ligt ietsje hoger en was daardoor niet te innunderen. De impossante stenen muren rijzen op uit de grachten. Wat een bakstenen zijn er gebruikt, en alle berekeningen die gemaakt zijn, en het zand dat moest worden aangevoerd, en dat graven van de grachten (handwerk!).
Nu zijn het prachtige stukjes natuur in een verstedelijkte omgeving. En al die bomen, die wij zo mooi vinden? Grijze haren, zou de 19e eeuws verdediging er van hebben gekregen. Een gruwel, zoiets. Je hele schootsveld naar de vaantjes.

Weet je wat zo grappig is aan die forten? Kaartenmakers brengen minitieus een gebied in kaart, dus ook een fort, militair of niet. Ik heb de TopoTijdreis er op na gekeken en ja, hoor, op sommige kaarten zie je op de plek van een fort alleen maar de wegen er om heen en niet wat er in het fort staat, zeg maar een fortvormige vlek. Bij fort Blauwkapel is er zelfs iets overheen geplakt, lijkt het. Een beetje spion zou hier echt wel raad mee geweten hebben. Toch? Die zou wel acces gehad hebben tot de benodigde informatie.

En zo blijkt maar, Van Rossem heeft gelijk: dichtbij huis is er van alles te zien.


2 reacties op “Acces”

  1. willem van twillert Avatar
    willem van twillert

    Wow ik dacht Utrecht een beetje te kennen, maar wat is er veel. Goed verhaal, en mooie foto’s die verhelderend zijn. Je hebt er een flinke studie van gemaakt, mijn respect

    Geliked door 1 persoon

    1. Spirit Avatar

      O, er is zoveel te zien. En een mooie dag als vandaag maakt dat een feestje.

      Like

Geef een reactie op willem van twillert Reactie annuleren