Deze warme septemberzaterdag was een perfecte dag voor een lange fietstocht. Weer eens de Linge langs. Eigenlijk een rivier met een gespleten persoonlijkheid, maar dat is logisch. Het deel vanaf Tiel richting Gorinchem is het natuurlijke deel, een romantisch meanderend riviertje, omzoomd met mooie stadjes en dorpjes, her en der een kasteel en een voetveertje. Tussen Pannerden en Tiel is het een gegraven waterloop, waarbij gebruik is gemaakt van aanwezige stroompjes.
In 1304 werd de Linge in Tiel afgedamd, om de Gorkummers voor natte voeten te behoeden. De Linge was tot dat moment een grote zijtak van de Waal, en dat kun je vandaag nog steeds zien. De lage dijken aan weerszijden liggen ver uit elkaar. Bij Zoelen werd een aantakking gemaakt op een wetering, bestaande uit een reeks diverse vergraven weteringen zodat er een kunstmatige rivier ontstond.
Ik besluit de benedenloop langs te fietsen en per plaats de kerk te fotograferen, en als er meerdere kerken zijn, de oudste.

Ik steek de Linge over naar Kapel-Avezaath, met de Agathakapel, de 14e eeuwse dorpskerk met een laatgotisch koor en een wit gepleisterd schip.

Deil heeft een Michaëlkerk, kom ik achter. Het is een Waterstaatskerk uit 1847, met nog de oude toren, deels 12e eeuws, deels 16e eeuws. Aan de muur een nieuwe zonnewijzer van Belgische hardsteen. En die geeft precies de tijd aan.

Ik duik onder de A2 door en kom in Rumpt. Hier staat een grote middeleeuwse kerk, ooit gewijd aan Sint Gallus, een Ierse monnik die in de 6e en 7e eeuw als zendeling in de omgeving van het Bodenmeer werkte. Zijn naam is Latijn voor Kelt. De kerk is een 15e eeuwse vervanging van de 13e eeuwse kerk. De toren is 13e eeuws en heeft een bijzonder groot, nu dichtgemetseld ingangsportaal.

Asperen is de volgende plaats en het eerste stadje van de tocht. Dit stadje heeft nog steeds de middeleeuwse stadswallen en -muren en een prachtige 15e eeuwse Catharinakerk. Een kruiskerk met een Kempische toren. De karakteristieke spits kon ik al een hele tijd vanuit de verte zien.

Ik fiets over een prachtig fietspad op de Lingedijk naar Spijk. Daar staat een kerk waarvan men gedacht moet hebben: een toren kan ook hoog worden door een heel hoge spits op de kleine toren te zetten. De dijken zijn hier behoorlijk hoog, en onderaan die dijk staat de laatgotische kerk mooi te wezen.
Spijk is mijn keerpunt. Met het veerpontje de CaroLinge steek ik over naar de provincie Utrecht. Aan de oever geniet ik in de theetuin van koffie mét en het uitzicht.

Oosterwijk is een mini-dorp, 80 huizen groot, aan de dijken en paar straten. Het Kerkelaantje is de kern en daar staat een nieuw kerkje, tenminste de 19e eeuwse vervanging van de middeleeuwse kerk. De toren is een replica van de oude toren die ruim 30 jaar geleden werd afgebroken vanwege de bouwvallige staat.

Ik fiets langs fort Asperen naar Acquoy. Tegenover het kleine gemeentehuisje staat een enorme Kempische toren, kort en erg scheef. De Catharinakerk is in 1674 verwoest door dezelfde windhoos die het schip van de Domkerk verwoestte. De huidige kerk stamt uit begin 19e eeuw.

Beesd heeft een Sint Pieter, ooit de plaats waar Abraham de Geweldige zijn carrière begon. De zware Kempische toren stamt uit de 15e eeuw en diende als schuilplaats bij overstromingen. De kerk is in 1825 verbouwd met gebruikmaking van delen van de oude middeleeuwse kerk. Voor Abraham Kuyper was dit zijn eerste gemeente als dominee en zijn kennismaking met Pietje Baltus, een eenvoudige gelovige vrouw, veranderde hem.

Ik steek bij Geldermalsen de Linge werd over en over de oude Lingedijk slinger ik naar Wadenoijen. Na 91 km ben ik weer thuis.
Opmerkelijk: Acquoy heeft niet alleen een erg scheve toren, maar vlakbij op het kerkhof liggen de graven van ds Kuipéri en zijn vrouw, Cornelia Pisa. Je verzint het niet.

