Alles blijft,

Alles gaat voorbij,

Alles blijft voorbijgaan.

Ergens in het Botlekgebied tref ik deze filosofische tekst van Jules Deelder aan op een muur van een bedrijf.

Het Botlekgebied? Ja, daar kwam ik vandaag doorheen. Ik zit nu in Krimpen aan de Lek, op een bankje aan de Lek. Net een houtgestookte pizza achter de knopen, zicht op Kinderdijk en de pont.

Was ik meteen hierheen gefietst, dan had ik een goeie 20 kilometer gefietst, maar nee, dat gaan we niet doen.

Vandaag pak ik de Deltawerken bij de kop. In het kader het waterthema van mijn vakantie.

Vandaar dat ik op deze kleffe warme ochtend om iets over achten al vertrek voor een lange tocht. Door de randen van Delft fiets ik langs de Schie richting Schipluiden. Vervolgens kom ik in het kassengebied van het Westland met Maasdijk en Maasland. En ineens zie ik de bovenkant van grote zeeschepen voorbij schuiven. Ik ben bij de Nieuwe Waterweg aangeland. Ik sla rechtsaf voor een tripje naar de Maeslantkering.

De Maeslantkering was het laatste onderdeel van de Deltawerken dat gereed kwam. 1997 was het toen, 44 jaar na de Watersnoodramp van 1953, de directe aanleiding van de Deltawerken. Vanuit de verte zie ik de schitterend witte armen van de kering liggen, eigenlijk twee Eiffeltorens op zijn kant. Helaas is het Keringhuis niet open, jammer, want het is altijd interessant. (Lees hier mijn verhaal over mijn bezoek vorig jaar aan de Maeslantkering.)

Ik keer de steven en vertrek naar Maassluis. Daar is het akelig stil op de voorheen zo drukke veerstoep. In plaats van auto’s rijen dik, niets. De autopont vaart niet meer vanwege de aanleg van de Maasdeltatunnel. Gelukkig vaart er een provisorisch voetfietsveer in de gedaante van een salonboot. Met moeite worden de vele fietsen geparkeerd, maar we komen aan de overkant. Gratis ook nog. (Nog tot 1 september.)

Op naar de Hartelkering. Hiervoor rij ik het eiland Rozenburg af richting Spijkenisse. Daar bevindt zich het Hartelkanaal met daarover de gelijknamige brug en deze kering. Samen met de Maeslantkering vormt deze de Europoortkering.

Hoog boven alle betonnen viaducten uit zie ik de schuiven opdoemen. Deze kering bestaat uit twee ellipsvormige schuiven die een overspanningslengte hebben van 49 en 98 meter. De schuiven zijn tussen ovale torens verticaal beweegbaar opgehangen. De ellipsvorm moet de belasting opvangen van de golven na het neerlaten. De kerende hoogte bedraagt in gesloten toestand drie meter boven NAP. En dat is met opzet. De hoeveelheid water die over de kering zou spoelen veroorzaakt geen problemen in het achterland, terwijl een hogere kering zou kunnen leiden tot overstromingen in het Europoort-gebied en tot een overstroming van de dijk van de Brielse Maas.

Tijd om een pauzeplek op te zoeken. Ik kijk op de kaart en zie een Mac niet al te ver weg. Top! Het zit in Hoogvliet op een onmogelijke plek tussen heel veel wegen en veel drukte in. Ik zit er even heel prima. 60 km in de benen, nog 30 te gaan.

Al het geweld van de industrie en de wegen en de auto’s en de schepen en o ja, ook de treinen laat ik zomaar even achter als ik Charlois inrij. En nee, dat spreek je natuurlijk niet op z’n Frans uit maar als Sjaarloos, klemtoon op de eerste lettergreep.

Het doet dorps aan, met een oude boerderij en oude huizen aan de slingerende dijk.

En het was natuurlijk ook een dorp voordat Rotterdam het opslokte. Ergens rond 1200 woonden hier al mensen en in 1458 wordt het gebied “De Reijerwaard” waar Charlois in ligt, door Filips van Bourgondië aan zijn zoon Karel de Stoute geschonken. Als Karel het bestuur opdraagt aan de plaatselijke bestuurders met toestemming tot bedijken, bepaalt hij ook de naam, nl. dat de ingedijkte grond “voortaen heten sal ’t land van Charollais”. Deze naam is afkomstig van het graafschap Charolais in het huidige Frankrijk dat ook in het bezit van Karel de Stoute was.

En dan sta ik voor de Nieuwe Maas. Hier ga ik met de Maastunnel onder de rivier door. De entreegebouwen zijn prachtig vormgegeven in de typische jaren ’30 stijl.

Niet alleen water tegenhouden doen we als Nederland, maar ook water overwinnen met bruggen en tunnels. De Maastunnel is de oudste tunnel van Nederland. Het is een afgezonken tunnel en verbindt in Rotterdam de oevers van de Nieuwe Maas met elkaar. De tunnel heeft vier buizen: twee voor auto’s, één voor fietsers en één voor voetgangers. De bouw ging in 1937 van start en was in 1942 voltooid, in de tweede wereldoorlog dus.

En met een paar minuten sta ik aan de overkant. Dan op naar de Stormvloedkering Hollandse IJssel. Ik heb gelukkig de tijd en daarom pauzeer ik even aan de oever, gewoon om te kijken en te genieten van het uitzicht. Water en de bedrijvigheid die het met zich meebrengt blijf ik mooi vinden.

Langs Kralingen fiets ik over de dijk, onder de immense Van Brienenoordbrug door, naar ‘s-Gravenland, waar ik de Stormvloedkering voor me zie opdoemen. Wat een immens gevaarte. Vier hoge torens, twee grote schuiven.

De bouw van de eerste schuif met torens begon al in januari 1954, nog geen jaar na de Watersnoodramp. En in oktober 1958 werd de kering geopend samen met de brug die er naast ligt en het sluiscomplex er naast met basculebrug. In 1976 was ook de tweede schuif klaar.

De torens zijn 45 meter hoog, de schuiven zijn 11 meter hoog en 80 meter breed. En ze zijn deels ellipsvormig. De schuiven hangen aan staalkabels van 7 cm dikte.

Wat een werk is er in al die waterkeringen gestoken. Alles om er voor te zorgen dat we kunnen blijven wonen zoals we wonen.

Ik heb Krimpen aan den IJssel inmiddels achter me gelaten en zoek in Krimpen aan de Lek mijn B&B op.

Tijd om een tukje te doen.


89 km gefietst maakt 903 totaal.


2 reacties op “Alles blijft”

  1. Bert Van loon Avatar
    Bert Van loon

    Van deze streek van ons land krijg je altijd weer energie; dat kan je ook merken aan je schrijfstijl van vandaag😉😀

    Like

Geef een reactie op Bert Van loon Reactie annuleren