Het is bijna half zes als ik aankom bij mijn overnachtingsplaats, een pelgrimshuis op de plek van het vroegere klooster Mariëndaal. De ontvangst is met koffie en kersenvlaai en dat wil er best in na deze lange tocht.
Ik rij vandaag een geweldig mooie route met behulp van de knooppunten. Vanuit Klein Welsden ga ik via de gehuchten ’t Rooth, Gasthuis en Wolfshuis richting Valkenburg. Ik rij vandaag in noordelijke richting, dus ik zal veel dalen en bij Valkenburg heb ik meteen de spectaculairste te pakken. Ik rem bij, maar ga evengoed nog net geen 50 km per uur. En ja, dat is opletten geblazen, maar o, wat is dat geweldig!
Ik kan het station van Valkenburg nog even zien, het oudste nog bestaande station (1853) en geheel uit mergel opgetrokken, de plaatselijke zachtgele steen, in de stijl van de Engelse neogotiek.
Ik rij vandaag veel door landelijk Limburg, met veel klimmetjes en evenzovele afdalingen. Het is genieten vandaag. De lucht is strakblauw, zon en wind grotendeels in de rug, soms bossen, dan weer velden met koren, bieten en aardappels. Én natuurlijk ook wijngaarden.
Ik passeer lieflijke dorpjes met grote kastelen en op bijna elke kruising staat wel een kapelletje of weg- of veldkruis. Bij zo’n veldkruis pauzeer ik even om te genieten van de prachtige omgeving.
Hulsberg (met klim), Wijnandsrade (met kasteel), kasteel Hoensbroek, Vaesrade, Schinnen en dan Oirsbeek. Een beek oversteken betekent altijd dat je daarna moet stijgen. Daarom verzamel ik moed en calorieën op het terras, met een lekker stuk vlaai bij de koffie.
Ik beland in Duitsland en kom aan de praat met een mevrouw die een wegkapel schoonmaakt. Dat is zo grappig als je alleen op pad bent. Mensen knopen heel gemakkelijk een praatje met me aan.
Ik vervolg mijn route door het mooie landschap. In Sint Odiliënberg torenen de twee torens van de basiliek boven de omgeving uit.
De omgeving wordt drukker en minder landelijk en ik rij Roermond binnen. Na de soep stijg ik op en mijn telefoon heeft geen internet meer. En nu? Ik fiets richting Venlo en opeens denk ik: Herstarten! Dat is de truc!
In Venlo breng ik een bliksembezoek aan het Limburgs Museum. Hier is een tentoonstelling over de twee hoofdpersonen van o.a. 1672, het Rampjaar. Willem belette de opmars van Lodewijk XIV met de Waterlinie, naar dat is maar een deel van het verhaal. Lodewijk wilde de Maas als natuurlijke grens van zijn grondgebied en daartoe sloeg hij het beleg voor Maastricht.
In de tentoonstelling wordt van beide mannen een soort dubbelportret geschetst. Beiden als kind vaderloos, maar een totaal andere (maar wel strikte) opvoeding.
Bij Maastricht komen ze in 1673 tegenover elkaar te staan en Willem delft het onderspit. Heel bijzonder is dat van één van de vijanden een standbeeld in Maastricht staat, nl. van d’Artagnan. Ja, die uit de boeken van Dumas. Hij bestond echt en bij het beleg van Maastricht liet hij het leven.
Ik fiets nog een klein stukje voorbij Venlo, naar Genooij. Op de plek van het Pelgrimshoes stond vroeger klooster Mariëndaal. Het klooster verdween onder het geweld van de rond zwervende huurlingen van Willems overgrootvader, Willem de Zwijger
98 km maakt totaal 280 km




