Ik ben op de fiets gestapt, deze warme zaterdagmiddag, dwars door de Betuwe naar Eck en Wiel, dan met de pont naar Amerongen en langs de rand van de Utrechtse Heuvelrug via Elst naar Rhenen. Een fietstochtje van zo’n goede 25 kilometer.
Ik ben onderweg naar het Stadsmuseum van Rhenen om een moordwapen te bezichtigen. Ja zeker, een moordwapen.
Ergens in de vierde eeuw is Ursula, de mooie, wijze en vrome dochter van koning Deontus van Bretagne op pad met een groot gezelschap. Zij zou uitgehuwelijkt worden aan Aetherius, de enige zoon van de koning van Engeland. Haar vader zag dit niet zitten, de Engelse koning was heidens en hij en zijn dochter waren christenen. Maar de koning van Engeland vroeg het vriendelijk en als het niet goedschiks ging, dan kwam er oorlog. Dus ja, wat moet je dan als vader.
Ursula deed haar vader een soort tussenvoorstel. Zij wilde drie jaar op bedevaart naar Rome. In die tijd zou de prins de tijd hebben het christelijk geloof te bestuderen en zich te laten dopen.
Ze vroeg de koning van Engeland om schepen en tien adellijke gezellinnen die ieder 1000 maagden moesten meenemen. Ook voor haarzelf vroeg ze 1000 maagden als gezelschap. De schepen waren nodig om naar Rome te waren en ze ging scheep, maar niet over zee, zoals je mag verwachten.
Nee, ze ging naar Keulen, waar haar een engel verscheen die haar vertelde dat ze hier zou terug komen en dat zij en haar gezelschap de martelaarskroon zouden ontvangen.
Ze zeilden naar Basel en daarna gingen ze over land naar Rome waar ze verder ontvangen door paus Cyriacus, die zijn pontificaat opgaf om hen te vergezellen op hun terugweg. Vandaar dat hij niet in de pausenlijst staat.
Atilla de Hun was met zijn legers op oorlogspad in Germanië en in Keulen vermoordden zijn mannen het hele gezelschap, behalve Ursula. Zij was zo mooi dat Atilla haar als zijn bruid wilde hebben. Ursula weigerde waarop ze door Atilla werd doorboord met een pijl.
Haar beoogde Engelse bruidegom, inmiddels christen geworden, was ook naar Keulen gekomen, en hij werd ook door de Hunnen vermoord.
Een hemels leger, bestaande uit de zojuist vermoorde maagden, verdreef uiteindelijk de Hunnen.
Zo, dat is nogal een verhaal.
Het is een legende, opgetekend in de Legenda Aurea uit de 13e eeuw, en gaat terug op een 10e eeuws verhaal.
Uit deze legende ontstond ook de legende van Cunera, een Engelse prinses uit York, die aan de moordpartij ontkwam, omdat ze gered werd door koning Radboud.
Hij nam haar mee naar zijn paleis in de buurt van Rhenen en gaf haar de sleutels van de voorraadkamer. De koningin werd zo jaloers op Cunera, dat zij Cunera vermoordde door haar te wurgen, terwijl Radboud op reis was. Dit deed ze samen met een kamerheer of een dienstmeisje, daar is het verhaal dan weer vaag.
Cunera werd begraven in een stal, maar toen koning Radboud terugkwam van zijn tocht, wilden zijn paarden onder geen beding de stal in.
Onderzoek bracht aan het licht dat Cunera daar begraven lag.
De koningin pleegde zelfmoord, de kamerheer of het dienstmeisje werd geëxecuteerd.
Willibrord kwam op zijn tochten door Europa ook door Rhenen en hoorde over Cunera en over de wonderen die aan haar werden toegeschreven. Hij liet haar opgraven en in een kerkje in Rhenen begraven, op de plek waar nu de prachtige middeleeuwse Cunerakerk staat.
Haar relieken werden hier vereerd. Eén van die relieken was het moordwapen, een doek van Egyptische katoen, de worgdoek.
Vandaag ben ik in het stadsmusen van Rhenen, in het oude stadhuis. Dit gebouw doet aan de buitenkant 17e eeuws aan, maar binnenin zijn delen uit de 14e eeuw aangetroffen.
Ik loop door het gebouw, over oude trappen, krakende planken. Mooie schouwpartijen zijn er, maar ook een ovaal raampje waardoor de burgemeester de torenklok kon zien, om de tijd in de gaten te houden.
In een zaaltje is een kleine tentoonstelling gewijd aan Cunera van Rhenen. En hier ligt ook de worgdoek, een zeer oude prachtig geweven doek met grote lussen, zeer kwetsbaar, maar nu toch even te zien.
Vele pelgrims kwamen tot aan de Reformatie naar Rhenen om de relieken van Cunera te aanbidden.
Heiligen in de Rooms-katholieke kerk kun je veelal herkennen aan de attributen die ze bij zich dragen. Cunera heeft een smalle sjaal om haar nek gewonden en sleutels in haar hand.
Daarnaast worden heiligen vaak gekoppeld aan speciale voorbedes die direct of indirect zijn te herleiden aan hun martelaarschap.
Zo geldt Cunera als beschermer van paarden en behoedster tegen vee- en keelziekten.
Vandaag de dag worden haar relieken niet meer vereerd, maar Cunera is alomtegenwoordig in Rhenen. Het koekje bij de koffie is een poppetje met haar naam, er is een Cunera-likeur, diverse verenigingen heten naar haar.
En langs de Cuneraweg ga ik op huis aan.




