Als je nagaat hoe lang het wiel al bestaat (ca 3500 jaar vC) en dat de mensheid al sinds mensenheugenis bezig is met voortbeweging, is het verrassend dat de fiets nog maar 200 jaar bestaat.
De fiets, is er iets gewoners te bedenken? Als kind leerde ik op een driewieler fietsen, daarna een gewone fiets, elke zoveel jaar een grotere tot ik puber was. Mijn eerste jaar middelbaar fietsen naar school (18km enkele reis). Daarna fietsen naar de bushalte voor de volgende vijf jaar. In mijn eerste en tweede baan fietsen naar mijn werk (10 km enkele reis). Daarna een auto! Ja, nooit meer fietsen (dacht ik toen).
Toen kwam ik in de Betuwe wonen en ging ik dagelijks naar kantoor op de fiets.
Mijn kantoor verhuisde naar een andere plaats en ik bleef dagelijks fietsen. Waarom? Omdat ik anders niet buiten zou komen.
En als vanzelf werd ik een fietser.
Mijn kantoor verhuisde nog verder weg en nu heb ik een speed-pedelec, waardoor ik nog steeds kan fietsen en niet in de file hoef te staan.
Vandaag stapte ik op de fiets om naar Nijmegen te gaan. Ik wilde eigenlijk alleen maar een rondje maken, maar in Nijmegen zag ik het Velorama, het fietsmuseum!
En dat is een niet zo heel groot museum, maar wel heel interessant. En het enige fietsmuseum van Nederland en wellicht het belangrijkste ter wereld.
Met behulp van oude tekeningen wordt duidelijk gemaakt, dat de mensheid al heel lang op zoek was naar allerlei manieren van voortbeweging, met en later ook zonder gebruik van dieren.
Ik zie een afbeelding van een moeder die haar kind leert lopen met hulp van een soort step met drie wieltjes Het jaar? 1420.
Maar ook mensen die slecht ter been waren of oud, konden met hulp van een looprek of een plank met wielen zich voortbewegen,
Allemaal van hout, dus zwaar en moeilijk, maar je kwam vooruit.
Het is 1817. Baron Karl Drais baart opzien met een bijzondere machine, een Laufmachine in het Duits, nu ook wel draisine genoemd, naar de uitvinder. Een loopmachine, je zit op het zadel en zet je af met je benen, er is een stuur en er zijn twee wielen. Sturen ging niet makkelijk, maar toch kon je redelijk snel vooruit komen.
Als je in het museum staat, zie je hoe de ontwikkeling gaat. Eerst allerlei vormen van de loopfiets, tegelijkertijd ook allerlei rijtuigjes waarbij je moet trappen.
Een Fransman zet in 1862 pedalen op het vergrote voorwiel en daarmee is eigenlijk de fiets echt geboren, de vélocipède zoals de Fransen het noemen. Van Latijn voor snel en voet (velox en ped).
Volgende probeem om op te lossen: de overbrenging van de snelheid van de trappers naar de wielen.
We kennen ze allemaal: de hoge Bi of het daalder-dubbeltje. De fiets met het idioot hoge voorwiel en een klein achterwieltje. Het speeltje van de rijkere heren.
Ze konden heel snel, maar waren ook gevaarlijk, want bij het minste of geringste obstakel maakte je een akelige val van grote hoogte. En opstappen was ook al geen sinecure. En vrouwen konden het sowieso vergeten. Ze werden geacht lange rokken te dragen en daarmee kun je op een hoge Bi absoluut niet terecht.
En dan wordt in 1885 in Engeland de safety ontwikkeld, een veiligheidsfiets: een driehoekig stevig middenframe, een ranker driehoekig frame naar het achterwiel, een stuurvork naar het voorwiel, een zadel, trappers: ziedaar onze moderne fiets.

Nederland is een fietsland bij uitstek, waarbij vrijwel altijd wordt gezegd dat dat komt omdat Nederland vlak is. Tuurlijk speelt dat een (kleine) rol, maar onze fietsinfrastructuur is de beste ter wereld, waardoor het veilig en makkelijk is om te fietsen, in en buiten de stad.
En daar maak ik dankbaar gebruik van, vandaag om een lange fietstocht te maken en binnenkort hoop ik weer een fietsvakantie door Nederland te maken.
En waar de naam fiets vandaan komt? Daar zijn de meningen zo over verdeeld, dat ik me er niet aan waag.
PS: leuk detail: de tegels in het toilet.




