‘Schafe können sicher weiden’ De melodie uit een cantate van Bach wiegt door de kerk.
We zijn nog steeds in Hamburg. Hamburg is een Großstad, zoals de Duitsers dat zelf zo mooi noemen. Het stadhuis dat we gisteren zagen is een gigantisch gebouw uit de 19e eeuw, de vele kerken hebben allemaal zeer hoge torens. 147 meter, 132 meter, 120 meter. De kerken zijn navenant groot. Ooit moet de binnenstad prachtig geweest zijn. Her en der zien we nog glimpen van het verleden.
Het land dat Bach, Mozart en Mendelsohn, Goethe, Schiller en Heine voortbracht, bracht ook de verwoestende nazi-beweging voort. En als reactie op het oorlogsgeweld en de Holocaust, werd Duitsland gebombardeerd.
‘Bomber Harris’ werd hij genoemd, commandant Harris van Bomber Command van RAF. En tapijtbombardementen waren zijn specialiteit, met als doel de Duitse bevolking moreel te breken. Dresden en Hamburg zijn de meest bekende voorbeelden van ‘geslaagde’ bombardementen.
Tussen 24 juli en 3 augustus 1943 vond Operation Ghomorra plaats. Eerst werd het gebied vastgesteld, en de perimeter werd met bommen afgebakend. De middeleeuwse binnenstad werd daarna bestookt met luchtmijnen waardoor daken werden afgerukt en vensters open sprongen. Eens dat gebeurd was, werden brand- en brisantbommen afgeworpen, sommige met tijdsontsteking om het blussen te bemoeilijken.
De open huizen met houten vloeren en binnenwanden werkten als schoorstenen en de brand zoog steeds meer zuurstof naar zich toe. De weersomstandigheden versterkten deze thermiek. Vuurstormen ontstonden waardoor uit de schuilkelders alle zuurstof werd weggezogen. Ook vanuit de wijde omgeving werd zuurstof aangezogen. De stormen waren zo sterk dat alles en iedereen het vuur in werd getrokken.
42.000 doden, de helft van de huizen was vernietigd. Hamburgiseren, zo noemde de Britse propaganda dat.
De kerk van vanmorgen staat in een buitenwijk en heeft dit geweld ongeschonden doorstaan. Het ongenaakbare gebouw uit 1928 van grote grijze blokken detoneert tussen de elegante witte huizen. Binnen is de kerk verrassend licht en prettig. En het orgel is de grote verrassing. Zeldzaam helder van klank waardoor de muziek goed te volgen is. Bach, Reger, schetsjes van liederen uit Valerius Gedenkklank, en een weergaloze improvisatie op een Pinksterlied.
We gaan naar de binnenstad voor de laatste kerk van deze reis: de Sankt Katharinen. Maar eerst lunchen we in het havengebied. Op het terras laten we ons het bier goed smaken.
De Sankt Katharinen is een oorspronkelijk 13e en 14e eeuwse kerk, in de 17e en 18e eeuw uitgebouwd, maar in 1943 viel deze kerk ten prooi aan de vlammen, net als de kerken die we gisteren bezochten.
In de jaren na de oorlog werden kerk en orgel herbouwd. Ooit speelde Bach in deze kerk op het orgel. Uit dat oude orgel zijn nog 520 pijpen in het nieuwe orgel opgenomen. In 2013 was het orgel klaar. Evan improviseert over kerkmuziek en laat maar liefst driemaal Bach horen.
We rijden de stad uit en passeren daarbij het Mahnmal Sankt Nikolai. Deze kerk was ooit de grootste van Hamburg en de kerk van de patroonheilige van de stad, Sint Nicolaas. In de 12e eeuw werd begonnen met de bouw, maar in 1842 brandde de kerk volledig uit. De kerk werd in neogotische stijl herbouwd met een toren van ruim 147 meter. Destijds (1874) het hoogste gebouw ter wereld.
1943 was ook voor deze kerk desastreus. Na de oorlog is deze kerk niet herbouwd. De muurresten werden afgebroken en de toren werd een monument ter nagedachtenis aan de verschrikkingen van oorlog. De grijze toren is nu een waarschuwing. Ik denk weer terug aan de cantatemelodie: Schafe können sicher weiden.





