Ik zit op het dek aan stuurboord, de zon is net onder. Rechts verdwijnt het eiland, links begint Lange Jaap te knipogen. 4 keer kort en dan even niets, weer 4 keer kort enzovoort. Inderdaad, ik zit op veerboot van Texel naar Den Helder op het Marsdiep.

Het Marsdiep was ooit een beek ontsprongen op de Hoornder heuvel die in het Wieringermeer uitmondde. In de 9e eeuw werd de beek genoemd: Maresdeop, van mare (meer) en deop (diep, of stroom). Het vormde deels de grens tussen de gouw Texla (Texel) en de gouw Wiron (Wieringen), in de tijd dat West-Friesland en Friesland alleen waren gescheiden door ’t Vlie. Ergens eind 12e eeuw veranderde dat door o.a. een aantal stormvloeden, zoals de Allerheiligenvloed van 1170 en de Sint-Nicolaasvloed van 1196. De Noordzee brak tussen het huidige Huisduinen en Texel door de duinenrij. Het Almere werd Zuiderzee, het Marsdiep kreeg een verbinding met de Noordzee en Texel werd een eiland.

Ik wandelde vanmorgen door de lichte regen van station Den Helder naar de veersteiger. Het regende hard toen ik aan boord ging, maar zoals dat met eilanden gaat: de lucht klaarde op, de zon kwam door en ik begon aan een etappe van het Texelpad. Het waaide flink vandaag en zo nu en dan viel er wat regen, hoewel de dreigende luchten erger beloofden.

Hoogstwaarschijnlijk is de naam Texel afgeleid van het Germaanse woord tehswa, wat “rechts” of “zuidelijk” betekent. Wellicht dankt Texel dit aan diens positie als meest zuidelijke waddeneiland.

Ik loop eerst over een fietspad maar later over dijken, waardoor ik prachtige vergezichten heb. Den Burg zie ik in de verte liggen maar de route slingert nogal waardoor ik uiteindelijk vanaf de oostkant het dorp benader.

Den Burg heet niet voor niets zo. Ergens in de 7e eeuw is de Friese ringwalburcht die hier stond verwoest. Later werd het opnieuw een versterkte plaats. Het cirkelvormige stratenpatroon herinnert hier nog aan.

Inmiddels ben ik ook aangeland in het gebied met tuunwallen. Op Texel was hout schaars en duur. Dus hekken maken om vee binnen een perceel te houden ging niet. In het winderige en zoute klimaat wilden struiken en bomen ook niet echt goed groeien waardoor ook daarmee geen afscheiding kon worden gemaakt. In het hoge en droge gebied rondom de Hoge Berg konden ook geen sloten worden gegraven en dus zijn daarom tuunwallen aangelegd. Plaggen werden opgestapeld tot wallen van ca 1 meter hoog en aan de basis 1 meter breed. Tuun is verwant met het Duitse zaun: omheining. In het Nederlands is het woord tuin voor omheining op een gegeven moment het afgesloten gebied gaan betekenen: dus tuin.

Texel en schapen horen bij elkaar. Het eiland heeft ongeveer net zoveel inwoners als schapen. Het eiland was/is schraal en schapen gedijen hier vanouds goed, beter dan rundvee. Texelaar is het schapenras van Texel, een kruising van het Texeler schaap met Engelse rassen. Overal is ook het karakteristieke silhouet te zien van de boet, een schuurtje bedoeld voor opslag van voer en gereedschap op land dat verder van de boerderij lag, niet voor onderdak van de schapen. Het woord boet is verwant met de Duitse Bude en het Nedersaksische boô, wat ook schuur betekent.

Het landschap tussen Den Burg en Oudeschild is glooiend, en de Hoge Berg is inderdaad duidelijk hoog. Het gebied is een landschapsreservaat, en doorsneden met wandelpaden tussen tuunwallen. De berg is 15 meter hoog en ik heb een weids uitzicht over Texel. Het is een keileembult, ontstaan tijdens een ijstijd, net als de keileembulten op Wieringen en in Gaasterland.

Op Texel is nog welgeteld één buitenplaats: Brakestein. Een klein 17e eeuws huis, waar Michiel de Ruyter nog op bezoek is geweest. Tegenover de buitenplaats liggen de wezenputten. Schepen die op de Rede van Texel lagen sloegen op Texel drinkwater in. Het water was zuiver en ijzerhoudend, waardoor het langer houdbaar was. De opbrengst uit de putten was voor het weeshuis.

Ik nader Oudeschild, het eindpunt van mijn etappe, maar ook het doel van mijn bezoek vandaag.

En die stad? Texel heeft al sinds 1415 stadsrechten. Het hele eiland dus. Graaf Willem VI van Holland wilde niet dat er op eiland onenigheid zou ontstaan als één plaats stadsrechten zou krijgen en de rest niet. Dus daarom het gehele eiland maar stad gemaakt. Sinds de grondwet van 1848 zijn alle stadsrechten afgeschaft. Maar op Texel geldt er nog steeds het strandvindersrecht. Dit recht zorgt ervoor dat strandjutters hun gevonden spullen officieel nog moeten inleveren bij de gemeente, die ze later gaat veilen.

Over vinden gesproken: lees hier deel twee.


2 reacties op “Stad”

  1. Bert Van loon Avatar
    Bert Van loon

    Dank, altijd weer nieuw

    Like

Geef een reactie op Bert Van loon Reactie annuleren