Soms maak je plannen en dan komt er niets van in. Zo ook vandaag voor mij. De sloten van de auto zaten dichtgevroren. Dus wat nu? Gelukkig had ik een plan B.

Maar ook plan B begon met strubbelingen. Mijn beginpunt werd daarom mijn eindpunt en andersom en zodoende zat ik in Breukelen bij de Mac aan de koffie.

Mijn startpunt blinkt uit door veel en rommelige infrastructuur. Spoorlijn, kanaal, snelweg, regionale weg, alles moet hier zijn weg zien te vinden, maar fraai is het allemaal niet. Als ik via de grote verkeersbrug in Breukelen kon, wordt het vriendelijker en kleinschaliger.

Breukelen is sinds de vroege Middeleeuwen bewoond, eerst als het dorpje Attingahem, waar Bonifatius een kerkje stichtte, later als Broeklede, een vergraven waterloop in broekland. En broekland, moerassig gebied, was hier voldoende. De veengronden waren drassig en niet echt geschikt voor bewoning. Afwatering was en is hier hard nodig.

Ik loop over de oostelijke oever van de Vecht naar het Noorden. Deze weg, het Zandpad, is het oude jaagpad voor de trekschuiten die mensen en goederen over de Vecht vervoerden. Een rolpaal brengt dat verleden in herinnering. Door de touwen hierlangs te laten lopen, werd voorkomen dat de trekschuit de boeg in de oever boorde.

In tegenstelling met de harde arbeid van de schippers en hun gezinnen, woonden de welgestelde stedelingen uiterst riant op hun buitenplaatsen. Zij investeerden hun geld in deze huizen om ’s zomers de stank, de pest en de drukte van de stad te vermijden. Om de kavel rendabel te maken werd er een boerderij gebouwd, die werd verpacht. De pachter fungeerde ook als schipper en voerman voor de familie. In eerste instantie was de boerderij voorzien van een aparte herenkamer, die door de landheer en zijn familie ’s zomers kon worden gebruikt. Boerderijen met zo’n herenkamer worden vaak als hofstede aangeduid. De eigenaren werden steeds rijker en lieten in het midden van de 17e eeuw een apart buitenhuis bouwen, naast de boerderij op het landgoed. Uiteindelijk kwamen er vanaf eind 17e eeuw luxueuze buitenplaatsen met barokke, symmetrische siertuinen.

Deze buitenplaatsen liggen meestal in landschappelijk aantrekkelijke gebieden die tegelijkertijd ook goed vanuit de stad bereikbaar waren, en hier aan de Vecht is dat goed te zien. Ik zie aan de overzijde Over-Holland, Sterrenschans en Rupelmonde liggen, waar ik straks de straatzijde van kan bewonderen. Eerst kom ik in Nieuwersluis.

In de 15e eeuw werd een kanaal gegraven tussen de Vecht en de Angstel om de reis van Utrecht naar Amsterdam te verkorten. Bij de Vecht werd in dit kanaal (Nieuwe Wetering) een sluis gebouwd, de Nije Sluse.

Het Rampjaar was aanleiding om Nieuwersluis om te vormen tot een vesting. Het kreeg een fort, een arsenaal en een damsluis om de inundatie te kunnen stellen. En het bleef onderdeel van de landsverdediging tot het begin van de tweede wereldoorlog.

Nieuwersluis herbergt ook een gevangenis. Deze is gevestigd in de gebouwen van de voormalige officiersopleiding en de voormalige pupillenschool. Deze gebouwen zijn onder beschermheerschap van koning Willem III gesticht. De pupillenschool leidde per jaar 250 jongens vanaf 12 jaar op. De ouders hadden veelal geen geld en de jongens gingen als 16 jarige in krijgsdienst. Ik krijg de rillingen van de opschriften: ‘Trouw tot in den dood’ en ‘ Eer aan de wapenen ‘.

De pupillenschool is ook een militaire gevangenis geweest. ‘Ik heb Nieuwersluis’ stond gelijk aan ‘ik heb straf’ en het regime was hard.

Ik lunch met zicht op het bruggetje bij de sluis over de Nieuwe Wetering en trek dan de grijze en witte wereld in voor deel twee van deze dag. Langs de landgoederen en de prachtige bossen kom ik bij het Amsterdam-Rijnkanaal en het pontje Aa.

Lees deel twee hier.


Eén reactie op “Nije Sluse”

  1. Slot – Geschiedenis! Avatar

    […] Lees deel één hier. […]

    Like

Plaats een reactie