De dag begint grijs en zal ook zo eindigen. Het is koud, deze decemberdag, net boven nul en aan het eind van de dag zelfs onder nul. De wind waait uit het oosten en later op de dag zien we enkele verdwaalde sneeuwvlokjes. Kortom: prima wandelweer, toch?
Als eerste Havezate Nijenhuis: ooit aangekocht door een wijninkoper voor zijn zoon, Rutger Jan Schimmelpenninck. Jawel, inderdaad, de raadspensionaris van de Bataafse Republiek. Hij stamde uit een bastaardtak van de adellijke familie Schimmelpenninck van der Oye en één van zijn nazaten werd in de adelstand verheven.
’t Stedeke: onze eerste stop, al na 3 kwartier. Even weg van de kou. In het gezellige café wordt de koffie geschonken in prachtige Engels porseleinen kopjes. Ik heb deze zelf ook, uit de erfenis van mijn moeder die daar dol op was. En de gebakjes…. heerlijk!
Waar we zijn? Diepenheim, het kleinste van alle Overijsselse steden. Maar liefst zes havezates liggen rondom het kleine stadje en alle industrialisatie is aan het stadje voorbijgegaan.
Bij Havezate Westerflier (ook bezit van de familie Schimmelpenninck) lopen we ineens vlak langs de Boven-Regge, het riviertje dat vanaf de Schipbeek naar de Overijsselse Vecht meandert. Over de dijk lopen we langs de Schipbeek. Deze gekanaliseerde beek is de voortzetting van de Buurserbeek en Ahauser A. De beek komt bij Deventer uit in de IJssel en was voor Deventer een belangrijke verbinding met Duitsland.
We lopen omhoog over het pad, naar Markelo. Markelo ligt op vijf heuvels en dat merken we. Over de Bergweg dalen we af naar het centrum voor pauze twee. Berg, grappige naam voor een heuvel van 40 m boven NAP. Maar ja, als je op een pannenkoek woont is een krent al een berg. Grapje. Nee, hoor, het is hier prachtig en door de heuvels genieten we van het uitzicht.
Ten noorden van Markelo steken we de Postweg over. Je ziet het er niet aan af, maar ooit was deze postweg een belangrijke verbinding voor de postkoets van Naarden naar Hamburg. In 16 uur reed de koets van Naarden naar Deventer. Daarna o a. langs Markelo verder. Elke 20 kilometer lag een verversingsstation, een plek waar verse paarden voor de koets werden gespannen, met een taveerne en een herberg. Een bord onderweg geeft ook prijzen aan voor het weggeld dat betaald moest worden. En net als bij vliegtuigen nu, mocht je een maximum gewicht bagage meenemen op de postkoets of bijbetalen.
Hijgen als een postpaard: dat komt hier vandaan. De postwegen waren in natte periodes slecht begaanbaar en de paarden moesten zwoegen om de koets vooruit te krijgen.

We zijn op pad met etappe 4 van het Overijssels Havezatepad, van Goor naar Rijssen. Na Markelo komen we bij De Borkeld, een groot natuurgebied aan de A1. De zon gaat onder oftewel het wordt grijzer en grijzer, het vriest licht en na 28 km hebben we de auto weer bereikt.
In dit gebied zijn diverse stuwwallen, zoals bij Markelo te merken is. Daar horen ook grote zwerfkeien bij. En die zien we her en der dan ook onderweg, zoals die van Westerflier. En die heeft ons iets te zeggen:
Ik lêa in ’t Westerflier
rustig, tevrêane
toon stond ‘k vuur ’t gemeentehoes
fier, recht overêane
Noe, noa een reeks van joar’n
bin ‘k terugge op ’t oale nus
en doot miej één plezeer
loat miej hier noe met rus(t)








