Zei onze grote filosoof Johan Cruijff het niet zo: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel.’?
Enfin, vier(!) wegomleidingen verder…
Hij had gelijk, hoor, Cruijff. Door de wegomleidingen kwam ik door hele mooie stukjes Nederland, vooral toen ik niet via Uitdam en Durgerdam kon fietsen. Ik fietste door het prachtige lage polderland, over fietspaden en autoluwe wegen. Het was écht genieten.
Halverwege mijn tocht vandaag legde ik aan in Muiden voor de volgende wandeling van Het Verhaal van Nederland.
Zijn vader was de machtigste man van Europa. Als Koning van het Heilige Roomse Rijk regeerde hij over een gebied van Frankrijk tot Polen en van Italië tot Nederland. Deze positie was niet erfelijk. Hij was gekozen door de keurvorsten. Keuren betekent hier kiezen.
Hij moest alleen nog even naar Rome. Na zalving door de paus zou hij zich dan Keizer mogen noemen. Maar het kwam er niet van. Die ellendige West-Friezen bleven maar opstandig.
Tocht na tocht bleven Willem en zijn ridders machteloos. Tot tijdens een strenge winter Willem zijn kans schoon zag. Helaas voor hem zakte hij, met harnas en al, door het ijs. De Westfriese boeren duwden hem kopje onder. Toen ze wisten wie het was, begroeven ze hem in een boerderij onder de haardplaat.
Zijn zoontje was nu halfwees, 1.5 jaar oud nog maar. Zijn moeder, zijn oma en zijn tante van vaderszijde namen zijn opvoeding ter hand. En met succes. Op 12 jarige leeftijd werd Floris meerderjarig verklaard. Als jonge graaf moest hij de dromen van zijn vader proberen waar te maken.
Hij had te maken met machtige ridders als Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden. De ridders leefden van de opbrengsten van het land. De boeren waren horig aan hun landheer. Ze waren niet vrij om te gaan en te staan. Ze moesten blijven en de heer een deel van hun opbrengsten afdragen en helpen bij oorlogsvoering van hun heer.
Floris V schafte dit af. De boeren waren nu vrij! Zijn bijnaam werd ‘der keer’len god’, vrij vertaald: de held van de gewone man’.
Maar! Gijsbrecht van Amstel zag dit met lede ogen aan. Hij was afhankelijk van de inkomsten vanuit zijn boeren en die vielen nu weg. Hij ging vanaf de burcht Vreeland tol heffen op de Vecht. De bisschop van Utrecht kwam hier tegen in het geweer. Zijn verbinding met Muiden en de Zuiderzee kwam in gevaar.
Na een verzoening hierover bleef er toch wrok bestaan. Floris V was dol op de valkenjacht. En dat werd hem fataal. Hij werd uitgenodigd voor een partij. Hij kwam alleen, zelfs zonder lijfwacht. Hij werd gevangen genomen door o.a. Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden. Vijf dagen zat hij opgesloten op zijn eigen kasteel, het Muiderslot.
Zijn boeren kwamen hem redden maar hij werd naar elders overgebracht. Vastgebonden op zijn paard ontsnapte hij, dwars door zijn polders waar hij zoveel energie in had gestoken voor waterbeheer en dijkonderhoud. Hij kwam ten val en werd om het leven gebracht.
Koning, laat staan keizer van het Heilige Roomse Rijk is hij nooit geworden. Maar tot op de dag van vandaag is zijn erfenis aanwezig. De Ridderzaal op het Binnenhof, door zijn vader begonnen, door hem afgebouwd, staat er nog steeds. Al bijna 800 jaar. Het Muiderslot staat er al bijna 740 jaar.
En de waterschappen! Dat is zijn grootste erfenis. Waterbeheer en dijkonderhoud heeft hij voortvarend ter hand genomen en verbeterd. Hij zorgde ervoor dat er werd samengewerkt. Boeren, clerus en adel waren nu van elkaar afhankelijk. Daardoor kon hier Nederland geen compleet feodale samenleving ontstaan. Het polderen begon hier letterlijk in de polder.
Vanaf Muiden is het nog een hele tocht naar Noorden. Ik rij door het typisch Hollandse landschap dat al voor de tijd van Floris ontstond. Lange kavels, een ontginningskade, smalle sloten, hoog water. Het is moeilijk hier droge voeten te houden zonder samenwerking.
78 km gefietst en 6 km gewandeld. Totaal 648 km en 57 km.






