D8, D7, zo staan ze bekend, de hunebedden in de bossen bij Anloo. Tuurlijk, ze moeten wetenschappelijk beschreven worden, maar zo…?

D staat voor Drenthe, 7 en 8 staan voor de serie van 52 hunebedden in totaal die er nog zijn in Drenthe. Er staan er ook nog 2 in Groningen. G1 en G5. 2, 3 en 4 zijn in de loop van de tijd verdwenen.

Vandaag maak ik een rondrit vanuit Langelo, ten noorden van Norg. Ik heb de kop van Drenthe van West naar Oost overgestoken. Langs Donderen (ja, echt!), Vries, Tynaarlo, Zuidlaren en Schipborg ben ik op de Hondsrug beland. Het was heerlijk fietsweer. Zonnetje, windje, niet te warm.

Dit landschap geeft niets weg. Je kunt in de buurt van een dorpje fietsen, zonder er erg in te hebben. De bossen en de bomenrijen schermen het zicht af. In één keer piept de dakruiter van de kerktoren van Anloo boven de bossen uit. Deze kerk is een prachtig Romaans gebouw, gebouwd rond 1100, op een mooie kerkbrink.

Ik loop het bos in. Dit gebied wordt al zo’n 12.000 jaar bewoond. Jager-verzamelaars woonden er in de steentijd. Nomaden die hun hele hebben en houwen met zich mee konden nemen. Ze leefden in, met en van de natuur. Kleine kampjes van 1, 2 of 3 families, bij water, in voedselrijke gebieden, zoals hier.

Het gebied bevat veel grafheuvels, het pad loopt zelfs over een grafheuvel heen. Grafheuvels stammen uit een iets latere tijd, zo’n 4000 jaar voor Christus. Er zijn invloeden aangetroffen uit de Jamnaja-cultuur uit Rusland. Hoe deze cultuur zich hier verspreidde is onderwerp van onderzoek.

Boeren kwamen ook in dit gebied wonen. Zij zorgden voor een complete ommekeer in het gebruik van het landschap en de omgang met de natuur. Heel belangrijk was ook dat zij geen nomaden (meer) waren. Ze bleven langere tijd op één plek wonen, in dorpjes.

Hunebedden worden in die tijd ook opgeworpen. We praten over 3000 jaar voor Christus. Ontzagwekkend zijn ze. Zware dekstenen die op staande stenen worden geplaatst. Het is een heidens karwei, maar blijkbaar voor de late steentijd-mens erg belangrijk. In Nederland zijn weinig botresten aangetroffen in de hunebedden, maar in Duitsland en Zweden wel. Het zijn dus grafkamers die jaren in gebruik bleven.

Grafheuvels dienden ook nog een ander doel. Vlakbij de weg die hier over de Hondsrug liep in de Middeleeuwen stond de galg op de Galgheuvels: ideale plek, buiten het dorp, op een publieke plaats die ook nog goed bereikbaar was.

Langs een stuk moeras wordt het verhaal verteld van de veenlijken. Opgegraven gemummificeerde lichamen van mensen die duizenden jaren geleden in de moerassen verdwenen: geofferd, vermoord. Wie zal het zeggen?

Gisteren stond ik in het Drents Museum nog bij de schamele restanten van ondermeer het meisje van Yde. Ook zij lag in het veen, gewurgd, half kaal geschoren. Mantel bij haar. Ze was 16 jaar toen ze ca 2000 jaar geleden stierf. Haar zorgelijk aandoend gezichtje staat er vlakbij, een forensische reconstructie op basis van haar schedel.

Over forensisch gesproken, mijn wandeling in gevangenisdorp Veenhuizen van deze zelfde dag lees je hier: /https://geschiedenisoveraltevinden.home.blog/2022/08/19/een-beter-mens/


3 reacties op “Spoor van jagers”

  1. martentel Avatar
    martentel

    Op m’n vrije dag dacht ik: naar het Flipje museum. In Tiel dacht ik opeens oh ja, die blog van Hendrien. Gevonden en nu je reis aan het volgen. Je schrijft leuk Hendrien!

    Geliked door 1 persoon

    1. Spirit Avatar

      O, wat leuk om te horen!

      Like

Geef een reactie op martentel Reactie annuleren