Bij Paleis Het Loo wordt nog druk gebouwd en de ingang is helemaal verplaatst en vernieuwd. De prachtige entree leidt ons naar het stallencomplex en de garage. Dit complex is een moderne toevoeging. In 1909 startte de bouw in opdracht van Koningin Wilhelmina. Het is een vrolijk geheel, vind ik. Witte muren afgezet met rode bakstenen en groen houtwerk.

Al fietsend over de Veluwe vanaf Stroe concluderen we dat we wel snappen waarom Koning Stadhouder Willem III en zijn vrouw Koningin Mary Stuart hier wilden wonen. Frisse lucht, rust en ruimte. En niet geheel onbelangrijk voor de adel: jachtgronden.

Er staat hier een oud 15e eeuws jachtslot: Het Oude Loo. Dat werd door Willem gekocht in 1684, maar het was te klein voor de prins en zijn gevolg.

Dus werd er gestart met een volledig nieuw paleis. Dit paleis werd in een jaar tijd gebouwd. Ook kwamen er classicistische tuinen met waterwerken. Immers, de Veluwe voorzag daarin door het heuvelachtige landschap.

Toen Willem en Mary koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland werden, moest de allure ook doorschemeren in het Paleis. Het werd uitgebreid met zijvleugels en ook de tuinen werden nog groter.

De vertrekken van Willem en Mary zijn soms uiterst intiem, soms pronkerig. De andere kant van het hoofdgebouw is ingericht met de woonvertrekken van Wilhelmina, Hendrik en Juliana. Heel gewoon (Juliana), statig soms (Wilhelmina) en uiterst bizar in het geval van Hendrik. Vele jachttrofeëen ‘sieren’ de muren, met als uitschieter: een olifantenslurf als lamphouder en een olifantenpoot als prullenbak.

Trappen leiden naar het dak vanwaar we een prachtig zicht hebben op de tuinen. Even later lopen we daar zelf. Mooi zijn de wereldbol en hemelglobe die als fonteinen zijn opgesteld.

Het is echt een pronktuin. Mooie beelden, geometrische motieven in grind, gras en haagjes. Overal exotische planten. En niet te vergeten de fontein die 13 meter hoog spuit. Als Willem en Mary op het Loo verbleven mochten de watermolenaars niet malen. Alle water moest dan naar Het Loo. Om te pronken.

We drinken nog een kop koffie op het terras dat is ingericht bij de vroegere garage. Ik verbaas me over de zilveren(!) arreslee die we in de stallen zagen.

Tussen de tafels door lopen de vrijwel tamme paleispauwen. Met jonkies. Kroontje op hun kop, zo klein als ze zijn. Pa pauw glimt mooi blauw en groen, maar zijn staart heeft ie nu niet. Er valt voor hem niets te pronken.

Onderweg terug stappen we af bij Eethuis Halte Assel. Voor een lekkere niet al te verantwoorde hap. Maar de plek is grappig. En bijzonder. Er was hier een halteplaats waar koning Willem III zo nu en dan gebruik van maakte om met zijn gezelschap vanaf hier per koets naar Het Loo te rijden.

Trouwens, Het Loo had ook een eigen station met spoorlijn vanaf station Apeldoorn. Later takte hier de lijn Apeldoorn Zwolle op aan.

We fietsen in de avondzon over de hei die al in bloei komt. En worden verrast door een hert dat voor ons het pad oversteekt en even blijft staan.


Plaats een reactie