Ok, ok, ik beken. Ik ben eigenlijk een luie fietser. Wind tegen heen, wind mee terug, maar nog liever altijd wind mee.
Nou, dat lukte vandaag niet. Het is een warme dag met variabele wind, kracht 1 of 2. Dus telkens had ik dan de wind tegen, dan weer mee. Maar eigenlijk was het wel lekker met de warmte.
Ik fiets langs de Linge. Dit blijft toch een favoriete fietstocht. De Linge slingert vanaf Tiel prachtig door de Betuwe. Poëtisch gezegd lijkt het wel een ketting met de dorpjes als kralen.
De naam Linge zou van lange komen maar dat schijnt toch niet te kloppen. Toch is het een lange rivier als je het deels gegraven deel tussen Doornenburg en Tiel meerekent, nl. 108 km.
Ooit moet de Linge de hoofdstroom geweest zijn tussen Tiel en Gorinchem, groter dan de Waal. Na de afdamming in 1304 heeft de Waal de hoofdrol gekregen. Maar na het graven van de wetering tussen Doornenburg en Tiel wordt de Linge nog steeds gevoed met Rijnwater.
‘Rust wat’ is de uitnodigende naam van een terras aan de Linge en ik geniet daar van koffie met lekkers in de schaduw met uitzicht op de bedrijvigheid op de rivier. De Linge is tot aan Leerdam nog bevaarbaar voor niet al te grote vrachtschepen, maar dit stuk is alleen voor pleziervaart geschikt. Zoals een varende barbecue…
In Tricht stop ik even bij de kerk. Er is daar een tentoonstelling van christelijk geïnspireerde kunstwerken. Het is er heerlijk koel en donker en ik krijg een stukje leisteen mee met daarop de tekst: de Geest verbindt. Toepasselijk, zo vlak na Pinksteren.
Ik slingerde langs de rivier westwaarts vanaf Tiel en kwam achtereenvolgens door Wadenoijen, Geldermalsen, Deil, Enspijk, Rumpt en Gellicum. Ik keerde hier en ging oostwaarts en kwam door en langs Rhenoy, Beesd, Mariënwaerdt, Tricht, Buurmalsen, weer Geldermalsen en dan Kapel-Avezaath. Ik schamp langs Erichem, dat iets verderop ligt, op een stroomrug. Langs Thedingsweert ga ik weer naar huis.
Al die plaatsnamen vind ik zo fascinerend.
- Tiel: moeilijk te verklaren. Kan komen van het Nieuwnederlandse tuil: arbeid of bouwland of van het Middelnederduitse tûl: bosgebied.
- Wadenoijen: van het Germaanse wadô (poel of doorwaadbare plaats) en ooi: weideland in riviermeander.
- Geldermalsen: het Malsen van de Hertog van Gelre. Malsen of malsna is niet zeker, wellicht gaat het terug op een jongprehistorische waternaam.
- Deil: gaat terug op een woord voor deel in de betekenis van perceel, stuk grond.
- Enspijk: spijk is een landtong en en komt van in, landinwaarts gelegen ten opzichte van Spijk bij Gorinchem.
- Rumpt: komt van Oudnederlands rûm, ruimte.
- Gellicum: woonplaats van de lieden van Gallo.
- Rhenoy: komt van rin, waterloop en ooi, weideland.
- Beesd: van bisde, biezen.
- Mariënwaerdt: waard, eiland van Maria.
- Tricht: van het Latijnse trâjectus: punt van overgang, veer. Vergelijk Utrecht en Maastricht.
- Buurmalsen: het Malsen van de graaf van Buren.
- Kapel-Avezaath: havezate bij de kapel. Bij boerderij Aldenhaaf is nog een gracht met een motte of kasteelheuvel te ontwaren.
- Thedingsweert: waard of eiland van Theding, al sinds 450 bewoond gebied.
- En als laatste Erichem: woonplaats van de lieden van Aro.
Prachtig, toch? Zo’n ketting van namen die iets vertellen over de geschiedenis van de Betuwe, over wonen en werken, en hoe dit gebied ooit werd gebruikt. En ook dat hier al heel lang mensen wonen en dat namen beklijven. Iets uit het verleden klinkt daarin door.




