Op 28 mei 1932 was het zo ver: de Afsluitdijk werd gedicht! Nooit meer een overstroming zoals in 1916. Grote delen van de Zuiderzee-kust werden door het water getroffen. Overvloedig water vanuit het land, hoog water op zee, achterstallig dijkonderhoud en een ramp was geboren. Midden in de Eerste wereldoorlog, waarin Nederland weliswaar neutraal bleef, maar toch van te lijden had.
Dit nooit weer! Dus werd er werk gemaakt van afsluiting van de Zuiderzee. In 1924 werd begonnen met een proefpolder bij Andijk, daarna werd het eiland Wieringen aan het vasteland geklonken. Daarna het echte werk: de aanleg van een 30 km lange dijk tussen Den Oever op Wieringen en Kornwerd aan de Friese kant.
Het zorgde voor werkgelegenheid voor de polderjongens, mannen die met spade en kruiwagen de zee te lijf gingen, het soms met hun eigen leven bekochten.
Ik fiets vandaag een kort stukje, maar wat is het hier mooi, op de oude Zeedijk, die ooit de Zuiderzee moest weren.
Buurtschap ’t Oever bij Putten is een plek waar vroeger paard en wagen de zee werden ingereden voor het laden en lossen van schepen. Deze bedrijvigheid viel al stil bij de aanleg van de spoorlijn en na 1932 was het helemaal stil.
Mijn vader werd 1,5 maand na de sluiting geboren, als boerenzoon in Spakenburg, bij de haven en de scheepswerf. Hij heeft nooit de bedrijvigheid van de visserij gekend, maar zag natuurlijk wel de terugval van de visserij en alle aanverwante bedrijfstakken.
Ik kijk uit over het Nijkerkernauw. Het waait weer stevig en ik bedenk wat een geweld dat moet zijn geweest, in 1916. In de Arkemheense polder ligt het gehucht Bonte Poort, waar in 1901 mijn oma werd geboren. Het fietspad op de dijk heeft een merkteken waar de dijk doorbrak, daar niet ver vandaan.
Gisteren kocht ik bij de gezelligste boekhandel van Nederland, Riemer&Walinga in Ermelo, het boek Eens ging de zee hier tekeer van Eva Vriend. Over de impact van de afsluiting van de Zuiderzee op de kustplaatsen. Een mooie herinnering aan deze korte vakantie.


