Buienradar laat het somber inzien, maar we stappen toch even van de route af. We moeten even rusten, wat eten en drinken. En dat kan bij Natuurmonumenten in ‘s-Graveland. We kijken nog even op 9292 of er hier ergens een bus rijdt, maar dat kunnen we vergeten. En dus lopen we de laatste kilometers in de regen. Soms wat druppels, soms behoorlijk hard. En als we bij het station komen heeft mijn trein één minuut vertraging. Ik check snel in en ren naar de trein en ik mag instappen, ook al is er gefloten. Phew! Dat was een meevaller…
De dag begon met logistieke troubles. Mijn trein naar Utrecht viel uit en vervolgens stonden we op het verkeerde perron te wachten voor de trein naar Abcoude. Ofwel, een uur later dan de planning zaten we in de Eendracht in Abcoude achter de koffie met gebak. We wandelen vandaag de tweede etappe van de Oudste Bondswandeling van de ANWB. Uit 1914. En dan moet je eens lezen hoe wandelen en deze wandeling destijds werd beschreven.
We stappen af van onze met drie versnellingen windvlugge fietsen; we zetten even den motor af onzer benzine-booten; we klemmen de remmen aan onzer auto’s; we zweven even per aëroplane in glij-vlucht uit de hemelen omlaag, om ons toch wel goed te overtuigen, dat dit boekje geen pré-historische opgraving is uit eeuwen geleden Neen, hier is het, in on-klassiek gewaad, als hedendaagsche uitgave, kers-versch door de nieuwste rotatie-drukpersen afgeleverd: het handboekje voor w a n d e l e n!
Hilarisch, toch?
In Abcoude staat voor de 15e eeuwse Dorpskerk de eerste verkeersspiegel uit de Nederlandse verkeersgeschiedenis. Daar geplaatst in 1921 om het verkeer dat de smalle Geinbrug overstak zicht te bieden op het verkeer dat van links en rechts kwam.
Na de koffie mét bij de Eendracht lopen we een stukje langs de Angstel naar het Fort bij Abcoude, het oudste landfort van de Stelling van Ambsterdam, gebouwd tussen 1884 en 1887. We kunnen er weinig van zien want overal staan hekken. Er wordt gerenoveerd en verbouwd.
Langs het spoor hebben we prachtig zicht over de weilanden op Abcoude. De Witte Dame staat nog steeds op haar plek, langs het spoor, dat nu wel iets verder ligt. Het eerste station werd in 1843 opgeleverd, maar er stopten slechts twee treinen per dag en dus was het maar een schamel ding. In 1871 werd er toch nog een volwaardig stationsgebouw gebouwd met op de bovenverdieping drie dienstwoningen.
In 1977 werd het buiten bedrijf gesteld en het nieuwe station ligt enkele honderden meters richting Amsterdam. Het oude station is nu een boutique hotel en, gelukkig voor de gasten, is het spoor verdiept aangelegd.
Vorige keer liepen we langs Gein Noord, nu pakken we Gein Zuid. Prachtige boerderijen, knotwilgen en veel bloemen en bloesem. Dotterbloemen aan de waterkant, slootswallen vol met koolzaad, paardebloem, fluitekruid en dovenetel. Sierkers, magnolia en appelbomen in de tuinen. Het is gewoon feest.
Aan deze zijde van het riviertje Gein staat ook de zgn. Mondriaanmolen. Deze Oostzijdse Molen, zoals de officiële naam luidt, is maar liefst 20 keer door Mondriaan vastgelegd. De molen is sinds 2009 weer in gebruik als poldergemaal.
De Stelling van Amsterdam is hier niet ver weg. We passeren tweemaal de Liniewal Geindijk-Nigtevecht, en aan de overzijde is de Batterij aan het Gein te zien. De batterij is een aarden verdedigingswerk uit de de periode 1800-1810 en maakte onderdeel uit van de posten van Krayenhoff.
De Liniewal is een lage dijk in het weiland, waarlangs soldaten vanuit Fort bij Nigtevecht beschut naar de batterij en terug konden lopen.
Vlak voor het fort is een nevenbatterij te zien en dan zijn we bij het Fort bij Nigtevecht. Hier mogen we wel naar binnen. Beton, staal, groene verf, en veel herhaling van onderdelen. Het heeft iets, vind ik.
Dit fort en vele andere forten in de Waterlinies zijn nu stukjes natuur in hun omgeving, juist omdat het militaire objecten waren. Jarenlang mocht er niemand bij of in geraken, alleen militair personeel. De natuur kon grotendeels zijn eigen gang gaan.
Sinds 1968 liggen fort en Nigtevecht gescheiden door het Amsterdam-Rijnkanaal, maar sinds 2018 is er een voetgangers- en fietsbrug. Aan de overkant lopen we Nigtevecht in. De naam komt van Niftervecht, ofwel neven of naast de Vecht gelegen.
Tussen kanaal en rivier is een verbinding die veel te groot lijkt, en dat klopt. Het was bedoeling dat het nieuwe kanaal door de Vecht zou lopen. Die zou gekanaliseerd worden en de aangrezende dorpskernen zouden geheel of gedeeltelijk worden gesloopt. Daar is -gelukkig- van afgezien.
Bij de 13e eeuwse kerk gaan we richting de Vecht, naar het fiets-/voetveer. Gratis worden we naar de overkant gevaren en dan lopen we langs de Vecht, net zo schilderachtig als het Gein. We lachen om een schaap met dreadlocks en grote gedraaide hoorns, dat in de weide ligt te herkauwen en ons bedachtzaam bekijkt.
Nederhorst den Berg dient zich aan, met de Kerk op de Berg. Deze Willibrorduskerk uit de 12e eeuw staat hoog op een oud rivierduin. We lopen even naar de winkel voor wat eten.
De huizen en winkels staan hier erg ver van elkaar en dat is ook logisch, want hier, waar we zitten te eten, lag tot ver in de 20e eeuw de Reevaart of Nieuw Vecht.
Dit kanaal werd in 1629 aangelegd om een bocht in de Vecht af te snijden. De leiding van dit werk lang in handen van Godar van Rheede, die daarmee de naamgever werd. Het dorp werd in tweeën gedeeld, er kwam een dubbele ophaalbrug en er moest tol worden betaald. De economie van het dorp had baat bij dit kanaal. Het kanaal werd onderdeel van de Keulse Vaart, maar het getij verliep voor het dorp, toen bij nieuwe plannen voor de verbetering van de scheepvaartverbinding tussen Amsterdam en Duitsland de Reevaart niet meer werd meegenomen.
In 1969 werd het kanaal deels gedempt en in de jaren 1980 de rest.
Van een afstandje bewonderen we kasteel Nederhorst, naamgever van het dorp. Het ligt op hetzelfde stuifduin als de kerk, alleen veel lager. Al in 1301 stond hier een kasteel. In 1672 staken de Fransen troepen het kasteel in de brand en het werd herbouwd als een vierkant kastel met een zeskantige toren op elke hoek.
Langs de Spiegelplas lopen we aan de rand van de Horstermeerpolder.
Deze polder heeft een bewogen geschiedenis. Het was ooit het Overmeer, een 616 hectare groot natuurlijk meer, dat later Horstermeer werd genoemd naar kasteel Nederhorst. In de 17e eeuw werd het bedijkt en in 1626 met zes molens drooggelegd, maar in 1636 stopte men met pogen de polder droog te houden. In 1882 werd met stoomgemalen het meer opnieuw drooggelegd en nu succesvol. Maar in 1914 én in 1940 werd de polder geïnundeerd als onderdeel van de waterlinie. De Duitsers inundeerden het gebied nogmaals aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Nu is het een landbouwgebied waarin de buurtschap Horstermeer ligt, het geheel omringd door een laag dijkje.
Over een smalle kade lopen we door de Ankeveense plassen op het dorpje Ankeveen aan. We nemen even pauze op een bankje bij de gele brug als een grote zwaan log waggelend naar het water loopt, waar hij sierlijk rondzwemt. Als we verder wandelen, komt-ie snel achter ons aanzwemmen en we vermoeden een nest. Ja hoor, na een tiental meters zien we links een zwaan op het nest zitten.
Na twee kilometer komen we aan in Kortenhoef, bij de ‘s-Gravelandse Vaart. Dit gebied is bekend van de grote buitenplaatsen en twee ervan zien we al staan: Schaep en Burgh en Boekesteijn. Over de brug gaan we even naar links om bij het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten aan te leggen.
Na onze welverdiende pauze slaan we het Ankeveensepad in dat ons naar Hilversum brengt. Net voor we de bossen ingaan, begint het lichtjes te regenen. De weilanden zijn lichtrose van de pinksterbloemen, schitterend om te zien.
In Hilversum lopen we eerst over de Doodweg en dat moet ik natuurlijk opzoeken. Dat blijkt terug te gaan op de misvattingen dat deze rechte weg die rechtstreeks naar het Sint Janskerkhof van het oude Laren loopt, de weg was waarover de katholieke doden vanuit ‘s-Graveland en Kortenhoef naar hun laatste rustplaats werden gebracht.
Er zijn wel wegen die echte doodwegen waren, maar deze nu juist helemaal niet. De weg is waarschijnlijk aangelegd voor het vervoer van riet en hooi en mogelijk ook om de verbinding te vroemen met de postkoetsen door Laren.
De Trompenbergerweg voert ons richting station. De weg is genoemd naar de Trompenberg, één van de drie heuvels waarop Hilversum is gebouwd. Naamgever is admiraal Cornelis Tromp, zoon van de beroemde Maarten. Hier op deze berg is in de 19e eeuw een villapark aangelegd en het is dat het zo regent, anders hadden we meer genoten van de fraaie omgeving. Daarom lopen we snel naar het station om onze respectieve treinen richting huis te pakken.

Onder midden, zicht op Abcoude, rechts de Witte Dame



Onder op weg naar Fort bij Nigtevecht










