Vorige week vrijdag strandde ik in Den Bosch, op weg naar Breda. Vandaag probeer ik opnieuw naar Breda te reizen en het lukt!

Ik loop via Park Valkenberg, in het verleden de tuin van het Kasteel van Breda, langs het Nassau-monument uit 1904. Dat monument staat temidden oranje tulpen en viooltjes. Het klokje van de Catharinakerk op het Begijnhof klept en ik ga toch maar even de hof op. En dan pak ik de bus richting Ulvenhout. In de buurt van het voormalige dorp Ginneken stap ik uit en ik ben meteen op mijn route: de Nassau Buitenplaatsroute.

Ik loop door een villawijk en een paar minuten later sta ik al buiten de stad, bij Villa Groot Wolfslaar. En dan buitenplaats Wolfslaar. Het heet hier niet voor niets zo. Laar of laer betekent een lager gelegen gebied in het landschap, en hier in deze laren leefden veel wolven. Park Wolfslaar en de huizen ontlenen hun naam aan de jachtpartijen op die wolven.

Vlak voor Ulvenhout loop ik door het Ulvenhoutse bos, dat eigendom was van de Heer van Breda. Vanaf 1403 waren dat de Nassau’s, toen Johanna van Polanen, erfdochter van Jan van Polanen, heer van Breda, trouwde met Engelbrecht I van Nassau-Siegen. De oorsprong is volgens zeggen nog steeds een oerbos.

In Ulvenhout, een typisch Brabants straatdorp, loop ik even van de route af naar de Sint-Laurentiuskerk uit 1904. Aan weerszijden van de kerk staan onderdelen van het kasteeltje dat hier van ca 1400 tot 1904 heeft gestaan: Grimhuijsen. Grimhuijsen was ene tijdlang bezit van Filips Willem, de oudste zoon van Willem van Oranje, en later van Justinus van Nassau, het enige bekende bastaardkind van Willem van Oranje. Hij liet het slotje tussen 1609 en 1621 renoveren.

De molen van Ulvenhout was een zgn. dwangmolen van de Heren van Breda. Zij waren de eigenaar van deze molen en bepaalden ook waar de boeren hun graan moesten laten malen.

Ik moet rechtsaf, de Vallei in en even later loop ik op het Markdal. Links van me stroomt de Chaamse Beek die uitmondt in de Mark (ook wel Boven Mark genoemd). Ik volg het riviertje over een pad, maar her en der stroomt water uit het moerassige gebied over de paden.

Net voor ik de stad nader staat links kasteel Bouvigne. Het is een prachtig Renaissance-kasteeltje, met een grote hoektoren en een vierkant woongebouw. Baksteen en natuursteen wisselen elkaar af. Het gebouw stamt uit zeker al uit de 15e eeuw, maar het huidige aanzicht is vroeg 17e eeuws. Het werd in 1614 aangekocht door Filips Willem van Oranje. In 1618 werd zijn halfbroer Maurits van Nassau eigenaar.

Een onverwachts Tiels tintje bij Ginneken. Het dorp is in 1942 bij Breda gevoegd en bij de oude Laurentiuskerk ligt generaal Baron David Hendrik Chassé begraven. Hij werd in Tiel geboren in 1765 en heeft een zeer avontuurlijk leven gehad. Als militair vocht hij aan de zijde van de Nederlandse patriotten, de Franse revolutionaire en keizer Napoléon. In 1814 ging hij in Nederlandse krijgsdienst en vocht toen tegen de Fransen en de Belgen. In 1834 werd hij benoemd tot commandant van de vesting Breda en in 1839 kreeg hij eervol ontslag. Tien jaar later overleed hij in Breda, en hier, bij de oude Laurentiuskerk, staat het citadelmonument waar zijn stoffelijke resten in 1907 werden bijgezet.

Op het charmante driehoekige pleintje drink ik even een 0.0 biertje bij Moeke. Op de gevel staat de aanmoediging: Geniet van het leven en uw zonden worden vergeven.


Met de bus ben ik even later terug in het centrum van Breda voor deel twee van deze prachtige dag. Nu naar het Stedelijk Museum Breda, gevestigd in het voormalige Oudemannenhuis uit 1634. Er is, zoals bij veel musea, een gloednieuwe aanbouw aan de achterzijde en een onderkeldering. En daar moet ik zijn voor de tentoonstelling ‘Willem. De prijs van vrijheid‘.

Er komt veel bekends voorbij. Stukken uit het Delftse Prinsenhof (dat verbouwd wordt) worden hier gepresenteerd in samenhang met Bredase stukken. De geschiedenis is natuurlijk ook heel bekend. De 80-jarige oorlog, Karel V, Philips II, Alva, Margaretha van Parma, de dood van Egmond en Horne, de moordaanslagen op Willem van Oranje. Eentje mislukte, de tweede niet.

Maar wat mij ontzettend trof was de tekening van de begrafenisstoet van Willem van Oranje, drie weken na zijn dood. Temidden van alle hoogwaardigheidsbekleders loopt daar een 16-jarige jongen. Maurits van Nassau. Mijn gedachten gingen even naar de rouwstoet van prinses Diana, waar haar jonge zoons ook achter de kist liepen.

Maurits was één van de zestien kinderen die Willem van Oranje kreeg en de facto zijn opvolger omdat oudste halfbroer Filips Willem was ontvoerd door de Spanjaarden.

Om het even allemaal op een rijtje te hebben:
Willem trouwde in 1551 in Buren met Anna van Egmont. Met haar kreeg hij drie kinderen. De jonggestorven Maria (1553), Filips Willem (1554) en Maria van Nassau (1556).

In 1559 wordt Justinus van Nassau geboren, door Willem van Oranje verwekt bij zijn vriendin Eva Elincx. Justinus wordt door Willem erkend als zoon en krijgt ook een goede opleiding en wordt uiteindelijk luitenant-generaal van Zeeland en later gouverneur van Breda.

Met zijn tweede vrouw Anna van Saksen krijgt Willem vijf kinderen. De jonggestorven Anna (1562), Anna (1563), de jonggestorven Maurits (1564), Maurits (1567) en Emilia (1569).

In 1575 trouwt Willem van Charlotte de Bourbon. Hij is dan gescheiden van Anna van Saksen en zij is krankzinnig verklaard en opgesloten in het kasteel van Dresden.
Charlotte en Willem krijgen zes dochters in zeven jaar huwelijk. Louise Juliana (1576), Elisabeth van Nassau (1577), Catharina Belgica (1578), Charlotte Flandrina (1579), Charlotte Brabantina (1580) en Emilia Secunda Antwerpiana (1581).

In 1582 wordt de eerste aanslag op het leven van Willem van Oranje gepleegd door Jean de Jaureguy. Deze Bask uit Frankrijk werkte voor een Spaanse bontkoopman die in Antwerpen verbleef. Deze koopman zag de 80.000 dukaten wel zitten die Philips II had uitgeloofd voor de moord op Willem van Oranje, maar zelf doen? Uhuh, daartoe haalde hij de arme Jean over en die probeerde het inderdaad.

Willem werd zwaar gewond aan zijn nek, rechteroor en linkerkaakbeen. Zijn vrouw Charlotte en zijn zuster Maria verzorgden hem. Willem herstelde maar heel langzaam en de zorg voor Willem vergde veel, te veel, van Charlotte, die in zeven jaar tijd ook nog zes kinderen had gebaard. Een longontsteking werd haar fataal en ze werd begraven in de kathedraal van Antwerpen.

Maria van Nassau, Willems dochter uit zijn eerste huwelijk, zorgde voor de zes meisjes, na de dood van hun moeder.

In 1583 trouwde Willem voor de vierde maal. Met Louise de Coligny. Zij kregen een zoon, Frederik Hendrik, in 1584. Maar het mocht niet lang duren.
Balthasar Gérard uit Frankrijk ziet kans om het vertrouwen van Willem te winnen en op 10 juli 1584 laat hij zich aandienen bij Willem. Na de maaltijd kan Willem hem ontvangen en op de befaamde trap in het Prinsenhof wordt Willem dodelijk getroffen door kogels uit het radslotpistool. Daarmee had Willem de twijfelachtige eer het eerste politieke slachtoffer te worden van dit toen hypermoderne schiettuig.

Frederik-Hendrik en Justinus werden die dag halfwees, de andere elf kinderen volwees.
Louise de Colligny neemt de opvoeding van vijf van de zes dochters uit het derde huwelijk op zich, die dan tussen de acht en drie jaar oud zijn. De verstandhouding tussen de zes zussen zal hun hele leven zeer hecht zijn. Ze schrijven elkaar veel brieven en vijf van de zes dochters trouwen met voorvechters van het protestantisme. De vierde dochter, Charlotte Flandrina, is doof geboren en wordt na de dood van haar moeder naar Frankrijk gebracht voor verdere opvoeding. Zij bekeert zich tot het katholicisme en wordt abdis.
Filips Willem, de oudste zoon en broer, is ontvoerd en leeft in Spanje. Hij komt pas in 1595 terug naar de Nederlanden.
Maurits is met zijn zestien jaar de opvolger van zijn vader, hoewel hij een groot deel van zijn jeugd op de Dillenburg doorbracht. Zijn vader kon hem niet opvoeden, vanwege de Opstand. Als 18-jarige wordt hij stadhouder van Holland en Zeeland en in 1590 (hij is 23) wordt hij ook stadhouder van Gelderland, Overijssel en Utrecht.

De prijs van vrijheid. Ja, Willem moest een grote prijs betalen. Met zijn leven. Maar zijn kinderen betaalden evengoed een hoge prijs. Hun vader was er niet meer.


Om niet helemaal in mineur te eindigen. Bouvigne klinkt prachtig Frans, vin-je-nie? Het is een verfransing uit eind 18e begin 19e eeuw van de originele naam van het kasteel: Boeverij of de Boeverijen. En dat heeft niet met boeven te maken, maar met boveria, Latijn voor lage weide of broeklanden betekende. En dat lage land is hier volop voorhanden, langs de Mark.

Het Nassaumonument
Boven Begijnhof, Midden zicht op de toren van de Grote Kerk, Villa Groot Wolfslaar, onder Huize Wolfslaar
Voor Ulvenhout
Ulvenhout, Laurentiuskerk met restanten Slot Grimhuysen, een wegkapelletje en de molen
Langs de Mark
Langs de Mark
Langs de Mark, onder Kasteel Bouvigne
Boven Nieuwe Laurentiuskerk Ginneken, onder Oude Laurentiuskerk Ginneken met linksonder citadelmonument
Boven vlnr: allegorische rouwstoet Willem van Oranje, Maurits van Nassau in de rouwstoet, het Stedelijk Museum Breda
Onder vlnr: voorstudie en kopie grafmonument
Boven vlnr Louise de Colligny, met dopeling Frederik-Hendrik, Frederik-Hendrik
Onder vlnr Delftsblauwe souvenirs grafmonument, dochter Emilia van Nassau
Boven vlnr radslotpistool, twee afbeeldingen van de moord
Onder vlnr Maria van Nassau, kopie grafmonument, Willem van Oranje
Boven vlnr Bustes van Filips Willem en Maurits, boek met wapen van Willem van Oranje, een huisaltaartje
Onder vlnr een sieraad, kopiën van de kogelgaten uit Delft, een poëzieralbum van Louise de Colligny

Plaats een reactie