Of hoe ik vandaag een Bossche Bol at…


Ik zit te lezen in de trein, maar mijn telefoon trilt in mijn jaszak.  De NS app meldt dat mijn reis niet zal lukken. Spoor defect. Geen treinen naar het zuiden voorlopig. En nu? Ja, wat nu.

Ik check uit en loop even verloren op het station. En ineens! Het Kruithuis! Daar ga ik heen.


Eerst maar eens: wat is een kruithuis? Een kruithuis was de opslagplaats van buskruit. Dat moest wel veilig gebeuren en daarom werd na enkele branden net buiten de stad Den Bosch dit zeshoekige gebouw neergezet. Als ik aan kom lopen zie ik ramen in de muren, maar dat is nieuw.

Het Kruithuis van Den Bosch is het enige kruithuis dat is overgebleven uit de 80 jarige oorlog. Het werd gebouwd aan het eind van het twaalfjarig bestand, tussen 1618-1621.

De muren richting de stad zijn  een meter dik, destijds zonder ramen, de muren van de stad af zijn minder dik en de dakconstructie is zwak uitgevoerd. Op die manier kon bij een eventuele ontploffing de stad gespaard blijven. De druk zou immers eerst het dak en de zwakke muren vernietigen.

Terzijde: buskruit is een mengsel van salpeter, houtskool en zwavel. Dit mengsel werd geplet tot een kruitkoek. Voor gebruik werd de koek fijngemalen tot korrels.


Het Kruithuis is in de afgelopen jaren gerestaureerd en is nu een museum over de 80 jarige oorlog. Maar het heeft geen collectie, of nagenoeg niet. Een maquette, wat kogels en granaten uit de grond onder het pand en een pop in bruikleen die een soldaat voorstelt. Dat is het dan.


Het museum laat met teksten en afbeeldingen zien hoe de 80 jarige oorlog in katholiek Brabant werd ondergaan. Ofwel het perspectief van de andere kant. Geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars, zo luidt het gezegde, maar de andere kant is net zo interessant.

Het begin
Uiteraard komen Philips II en Willem van Oranje voorbij, maar waar ging het nu echt om? Wel, heel veel zaken speelden tegelijkertijd. Philips II was Heer der Nederlanden, net als zijn vader Karel V, maar hij had niets met de Nederlanden. Zijn vader wel, die was er geboren en had er behoorlijk wat tijd doorgebracht. Philips was er maar een paar keer geweest.
De steden en gewesten wilden niet inleveren op hun privileges, terwijl Philips II niets liever zou willen dan intrekken.
In de Duitse landen was ene Luther opgestaan die een andere kijk op het christendom liet zien. Predikers kwamen ook naar hier en gingen voor in hagenpreken, kerkdiensten in de open lucht.
Hoe de geestelijkheid zich gedroeg (niet iedereen, maar toch) was voor velen een gevoelige zaak.
Maar er was meer: er waren misoogsten geweest, met honger als gevolg en daarop volgend maatschappelijke onvrede. En er was weerstand ontstaan tegen de soms grote rijkdom van de kerken en de kloosters.

Beeldenstorm
En op 10 augustus 1566 slaat in Steenvoorde in het huidige België de vlam in de pan. Na een hagenpreek door prediker Sebastiaan Matte gingen zijn luisteraars naar de Sint-Laurentiuskapel in het gehucht Saint-Laurent waar ze onder leiding van predikant Jacob de Buyzere de kerkbeelden stuk sloegen.
Vanuit hier slaat het over naar andere dorpen en steden, eerst in de Westhoek van Vlaanderen, dan noordelijker tot in Groningen en Leeuwarden aan toe, tot in oktober 1566 het tot stilstand komt.

Op 22 augustus 1566 houden beeldenstormers in Den Bosch huis en in de tentoonstelling lees ik wat een kloosterzuster hierover schreef.

Ze begonnen gisteravond al in de Sint Jan. Ze sloegen de altaren en de vergulde beelden stuk. Het ging de hele nacht door. En nu zijn ze hier…
Ze smijten alles kapot wat ze in hun handen krijgen. Neeeee! Niet de altaarstukken. En oooo, ons schone Mariabeeld.
Ze schreeuwen de gehele tijd en gaan tekeer als wildemannen! En wij zitten hier met alle zusters bij elkaar gekropen. Huilend en biddend. Ons mooie klooster aan gruzelementen… O God, ik ben doodsbang… zoveel geweld…
Een zuster van het Bossche klooster Mariënburg.

Boerenverdriet
De boeren die niet in de steden woonden, hadden het zwaar te verduren. Ze werden zowel door de Spanjaarden als door de Geuzen belaagd. Ik mag even mijn hoofd in een soort schemerlamp steken en daar zie ik tekeningen van de manier waarop werd huisgehouden. Het is echt te erg voor woorden.

Die Spaeniaert wil ons hencken
Als wy die Geus bystaen,
Die Geus die wil ons crencken
Als wy by die Spaeniaerts gaen,
Wy hebben aen geenen canten vre,
Wy souden wel gheern houden ste,
En melcken onse Koe,
Den boer den boer, dit criigen is hy moe

Fragment uit ‘Een nieu Liedeken’. Afkomstig uit het geuzenliedboek ‘Een nieu Guese liede boecxken’ (anoniem, 1576)

De Spanjaard wil ons hangen
Als we de Geuzen bijstaan,
De Geus wil ons verwonden
Als we naar de Spanjaard gaan.
We hebben op geen enkele manier vrede
We zouden graag op onze hofstede blijven
En daar onze koe melken.
De boer, de boer, hij is de oorlog zo moe.


Tijdlijn
Wat ze in het Kruithuis mooi doen, is een tijdlijn neerzetten. Al die bekende namen uit de geschiedenisboekjes staan hier in volgorde.

  • De Spaanse Furie: op 4 november 1576 plunderen Spaanse troepen de stad Antwerpen en steken haar daarna in brand.
  • De Pacificatie van Gent: op 8 november 1576 tekenen alle Nederlandse gewesten een verbond waarin ze eisen dat de Spaanse troepen verdwijnen en dat de oude rechten (dat zijn die privileges waar Philips II niets mee had) worden hersteld.
  • De Unie van Atrecht: Die Pacificatie loopt op niets uit en op 8 januari 1579 sluiten de zuidelijke Nederlanden een eigen verbond in Atrecht, het huidige Arras in Noord-Frankrijk. Ze zweren hierbij trouw aan de Spaanse koning en nemen het katholicisme aan als enig toegestane godsdienst.
  • De Unie van Utrecht: De reactie vanuit het noorden laat niet lang op zich wachten en op 23 januari 1579 sluiten de noordelijke gewesten de Unie van Utrecht. Samen gaan ze de Spaanse overheersers bestrijden, het begin van de scheiding tussen koningsgezinden en opstandelingen.
  • De val van Maastricht: op 29 juni 1579 nemen Spaanse troepen onder leiding van Ottavio Farnese, de hertog van Parma, de zoon van Margaretha van Parma, de stad Maastricht in.
  • Het Schermersoproer: direct gevolg van de val van Maastricht. Op 1 juli 1579 krijgt de protestantse predikant Hendrik Agylaeus het stadsbestuur zover dat ze zich aansluiten bij de Unie van Utrecht. Dit werd op de markt bekend gemaakt en katholieke gildeleden waren het daar absoluut niet mee eens. Een lid van het protestantse Schermersgilde (een gilde om opgeleid te worden in krijgskunst) loste een schot en dat was het begin van dit oproer. De protestanten verloren de slag.
  • Onder Spaans gezag: op 8 juli 1579 verklaart het Bossche stadsbestuur de aansluiting bij de Unie van Utrecht ongeldig en schaart men zich weer bij de Spanjaarden. Den Bosch wordt een Spaanse frontstad.

Onneembaar
En wat voor één! De stad weet zich goed te verdedigen, met forten en schansen, maar ook met water. Den Bosch is het laagste punt van Brabant en al is het lastig om natte voeten te krijgen bij het minste of geringste, toch heeft het voordelen om zo de vijand af te slaan. En die vijand is… Maurits. Ook hij vindt de stad onneembaar, maar stil… hij wil dat absoluut niet gezegd hebben.

Vijf keer heb ik getracht om die vermaledijde stad in te nemen. Verrassingsaanvallen, langdurige belegeringen.. het maakt niet uit wat ik probeer. Met alle eerdere pogingen van Staatse kant komt het totaal op elf. Elf mislukte aanslagen op ‘s-Hertogenbosch. Elf! Ik zal het nooit hardop uitspreken maar volgens mij is die vesting onneembaar…

Maurits van Nassau


Beleg
In 1629 lukt het zijn jongere broer Frederik-Hendrik wel. Ik sta voor een kaart waarop alle loopgraven, forten en schansen van de belegeraars staan ingetekend en ik ben echt verbijsterd. Ze hebben de Moerasdraak, zoals Den Bosch vanwege haar reputatie werd genoemd, compleet ingesloten. De ring van belegeringswerken zorgt ervoor dat de stad droog in het land ligt en na vijf maanden in het zover. De stad wordt ingenomen.

Maar… het was niet gelukt zonder dat Piet Hein bij de baai van Matanzas (Cuba) een deel van de Spaanse zilvervloot had onderschept en gekaapt. De Spanjaarden kregen daardoor veel minder opbrengsten opbrengsten uit de koloniën, terwijl de Staten-Generaal de buit maar wat graag aannamen en een deel ervan in het beleg van Den Bosch stopten.


Ik wandel nog verder door het gebouw en bewonder de prachtige gebinten. En zowaar kan ik de merktekens zien, waarmee zo’n eikenhouten kap in elkaar gezet werd. Langs de wenteltrap ga ik naar beneden en op de binnenplaats, nu het terras van het museumcafé, zet ik mij aan koffie met… jawel, die Bossche Bol.

O ja, en waarom was ik op weg naar het Zuiden? Ik wilde naar Breda, naar de tentoonstelling over Willem van Oranje.

Het Kruithuis
De gebinten van het Kruithuis.
Het Kruithuis,  met rechtsonder de Moerasdraak bij het station.
De belegeringswerken van Den Bosch.

Plaats een reactie