Westerbork, of Börk in het Drents, daar ben ik vandaag beland.

Het is naamgever van het kamp en daarmee van het pad. Vanuit Hooghalen reisde ik met de bus naar hier, niet omdat ik dat zo nodig wilde maar omdat ik elders geen overnachtingsadres kon vinden.

En zo zit ik in De Turfsteker, een Ierse pub, aan de Irish Coffee na de maaltijd. Geen idee waarom er een Ierse pub midden in Drenthe staat, maar vanmiddag zat ik ook al bij Het Wapen van Schotland in Hooghalen, een restaurant met whisky in de hoofdrol.

Vanmorgen startte ik redelijk vroeg. Ik sliep in een ‘pod’ op de camping en dat zal in de zomer best lekker zijn, maar zonder kacheltje was het zo koud dat ik gisteravond om negen uur in bed lag. Onder twee dekbedjes. Eindelijk warm!

Het is vochtig en koel als ik vertrek, droog na de regenachtige nacht. In de supermarkt van Wijster (Wiester in het Drents) sla ik even in voor ontbijt en lunch en dan ga ik weer naar de spoorlijn.

Het is verdacht stil op het spoor. Er passeren vier sprinters en vier intercity’s per uur, normaal gesproken. En nu? Stilte.

Een blik in de NS app. Ja, hoor. Geen treinverkeer tussen Groningen en Hoogeveen. Wel NS bussen. Nou ja, dat is voor morgen.

Nu op naar Beilen. Ik besluit de route uit het boekje te volgen. De vernieuwde route gaat door diverse natuurgebieden en na de regen van afgelopen nacht? Liever niet.

Inmiddels regent het lichtjes. Mijn regenponcho niet voor niets meegenomen. Als een soort Quasimodo sjok ik langs de weg. Het wandelen wil vandaag niet.

Bij een herbouwde boerderij ligt een zware kei in de berm. Erop een vervaagde foto van de oude boerderij en een Stolperstein. Voor Willem Dijkema, een verzetsman. Er is ontzettend weinig over hem te vinden. Hij is geboren in Ulrum, had in elk geval nog een broer en een zus, was landbouwer hier aan het Looveen. Hij zat in het verzet en herbergde onderduikers.

In deze omgeving vond ook meneer Cohen onderdak bij de brugwachter van de spoorbrug over het Linthorst Homankanaal. Hij had kunnen ontsnappen uit de trein door vanaf het balkon aan de treeplank te gaan hangen. Hij zou springen toen hij hoorde dat de trein over de brug denderde. Even later sprong hij. In het brugwachtersgezin met 10 kinderen wordt hij opgevangen. Oudste dochter Grietje hoort over de man die sprong op school en denkt bij zichzelf: ik weet waar hij is, maar ik zeg niks. Een paar dagen later is meneer Cohen weg. Naar een tweede en later derde onderduikadres en hij overleeft.

Beilen nadert, het regent zo nu en dan maar de lucht belooft beter weer. Eerst koffie in het centrum en dan weer verder.

In Beilen is een grote dierenweide, kinderboerderij is niet het goede woord. Het is er druk en als ik na de koffie verder ga, komen er vier grotere en kleinere wagentjes langs, getrokken door ezels en minipaardjes, kinderen en een enkele ouder in de wagentjes. Geweldig om te zien. Ik vraag of ze dit vaker doen. Ja dus. Elke zaterdag en ook nog wel door de week.

Inmiddels loop ik langs de Prakkenstee, een modern gebouw met diverse functies. Hier stond Hotel Prakken, een toen nog relatief nieuw hotel met moderne voorzieningen. Hillie Prakken vertelt over de mensen die ze langs het hotel zag lopen. Niet alleen Joden, ook Roma en Sinti. Op weg naar Westerbork. Hier is schriftelijk niets van bekend, maar meerdere inwoners van Beilen hebben dit bevestigd.

Op het terrein van Beileroord hoor ik het verhaal over Karel Polak. In Beilen woonden patiënten niet alleen in de instelling, maar ook bij de gezinnen. Acht gulden per persoon per dag leverde dat op. Ooggetuige Jan Gaasbeek vertelt over Karel Polak die hij elke dag naar de instelling zag lopen. Een grote man, die sjouwde en wat onbehouwen leek. Hoe hij de oorlog heeft overleefd is niemand duidelijk, maar van de 10 Joodse patiënten van Beileroord gaan er negen op transport. Niet Karel. Was hij wellicht opgesloten in de isoleer?

In Beilen op het station zag Sara haar vader Zadok Frank voor het laatst. Hij had in Groningen een zaak in witgoed, zouden we nu zeggen. Voor het kamp Westerbork dat in 1939 voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland werd ingericht, schonk hij de keuken. Uit voorzorg huurde hij een woning in Haarlem, verder weg van de dreiging van over de oostgrens.

Het mocht niet baten. Sara verloor in de oorlog 80 familieleden, ook haar vader. Haar hele leven bleef ze Beilen mijden. Telkens zag ze haar vader zwaaien.

Het is inmiddels zonnig geworden met een koude wind, het wandelen gaat beter dan vanmorgen en bij het Oranjekanaal eet ik mijn broodjes op. Ik blijf de weg langs het spoor volgen tot in Hooghalen. Ik kom langs de plek waar station Hooghalen stond, nu een eindje buiten de bebouwde kom, destijds nog best een stukje van het dorpje vandaan. Echt niets herinnert aan dit station, alleen via TopoTijdtreis kan ik de plek vinden.

Bij het Wapen van Schotland pak ik snel een koffie en dan naar het busstation(netje). Lijn 22 brengt me in een vloek en een zucht terug naar Beilen alvorens we oostwaarts gaan. Ik stap uit bij het Museum voor papierknipkunst.

Waarom? Ja, waarom? Als kind las ik boeken waarin illustraties stonden die gemaakt waren met papierknipkunst of daarop leken, en dat vond ik fascinerend.

In het museum val ik van de ene verbazing in de andere. Er hangt veel, heel veel, oud én nieuw. Het oudste is van eind 17e eeuw: het schip de Frisia op volle zee. Deze kunst werd door iedereen beoefend: gefortuneerde mensen die een tijdverdrijf of armere mensen die een bijverdienste zochten. Maar echt iedereen kon de knipkunst beoefenen, ongeacht status of komaf.

Het is niet alleen knipkunst, ook snijkunst, soms in 3D, soms met kleur. En overal vandaan. China, Duitsland, Polen, Zwitserland. Ik  zie ook silhouetjes en bedenk dat ergens nog twee silhouet-portretjes bestaan van mijn ouders. Op vakantie in Parijs geknipt.

Terzijde: Het silhouet is genoemd naar Contrôleur général des finances Étienne de Silhouette (1709-1767), een Franse minister van financiën. De naam Silhouette is een verfransing van de Baskische naam zuloeta (zijn vader was afkomstig uit Biarritz). Daarmee is silhouet het enige Nederlandse woord dat ontleend is aan het Baskisch. Voor de komst van fotografie was het knippen of snijden van profielen uit zwart papier de goedkoopste manier om iemand af te beelden. Étienne de Silhouette zou zeer bedreven zijn geweest in het vervaardigen van dergelijke tekeningetjes tijdens langdurige vergaderingen. Bron Wikipedia.

En dan is het tijd om zelf aan de slag te gaan. Ik krijg instructie, mag even proefknippen en dan teken ik een narcis op de witte achterkant van het zwarte papiertje. Goed nadenken is vereist, eigenlijk zelfs 3D denken. En het lukt me. Trots loop ik met mijn geknipte narcis naar de B&B.

Wijster en omgeving
Langs het spoor
Boven Stolperstein voor Willem Dijkema, oorlogsmonument begraafplaats Beilen, kerk Beilen. Onder sfeerbeelden Beilen.
Linksboven Joodse begraafplaats Beilen. Overige foto’s onderweg tussen Beilen en Hooghalen.
Deze en volgende foto’s: papierknipkunst in het Museum voor papierknipkunst.

Plaats een reactie