Dreumel, TV-programma Achter het Nieuws, jaren ’60, zwart-wit beelden.
Een hondje blaft als de verslaggever het huisje nadert. Een vrouw met gepermanent haar en een bloemetjesjurk komt naar buiten. Het hondje wordt losgemaakt en daar gaan ze.
Naar de eendenkooi, eenden vangen.
Het is Pietje, de weduwe van kooiker Kooijman, die na zijn overlijden het kooikersbedrijf voortzette.
Ze gaat aan het werk. Haar hondje loopt telkens voor de schermen langs om de eenden af te leiden én nieuwsgierig te maken. De kooiker loopt van scherm naar scherm en fluit op haar eendenfluitje. Whèèp whèèp. Als ze besluit dat er voldoende eenden in de vangpijp zitten, rent ze naar het begin van de vangpijp en sluit die af.
Vervolgens loopt ze snel langs de pijp en jaagt de eenden verder en verder de vangpijp in. De tamme eenden die bij de kooi horen zwemmen opzij, de wilde eenden worden naar het vanghok op land gejaagd. Ze vangt ze stuk voor stuk en met een snelle beweging wordt hen de nek omgedraaid.
We zien Pietje teruglopen, hondje Turk naast haar, de bundel eenden aan haar heup.
Eendenkooien, daarover gaat het vanavond. Ik ben in Theater de Fransche School in Culemborg voor een dubbellezing bij. Jan Taat heeft zich verdiept in de eendenkooien in Nederland in de breedste zin van het woord. Hij heeft inmiddels een website ingericht met informatie over alle eendenkooien in Nederland.
Karlijn Stelder woonde in Geldermalsen en fietste zes jaar lang door de Culemborger Waard naar school in Culemborg. Voor haar master landschapsgeschiedenis ging ze eendenkooien in de Culemborger Waard bestuderen. Hoe beïnvloedde het landschap de kooien en andersom.
Wat is een eendenkooi?
Het is een jachtmiddel voor het vangen van eend-achtigen in een vaste plaatsgebonden installatie, omgeven door bosschages en in een omgeving van volstrekte rust.
Korte geschiedenis
Er is een geweldig mooie afbeelding uit Egypte in de Oudheid van het vangen van eenden. Ook in die tijd wist men een eendenbout te waarderen, blijkbaar. In de ‘Nieuwe Wereld’ werden ook eenden gevangen. De inheemse bevolking deed dat als volgt: gecamoufleerd ging men te water met een uitgeholde pompoen over het hoofd. De eend ging op de pompoen zitten en was zo gemakkelijk te vangen.
In Nederland bestaat het vangen van eenden met een eendenkooi minimaal sinds 1282. Dan wordt ‘Vogelleg‘ bij Naaldwijk beschreven in een leenakte. In 1450 wordt voor het eerst melding gemaakt van een ‘coy‘ in Friesland en hier in de Betuwe in 1453.
De eerste eendenkooien bestonden uit slechts één lange vangpijp. In 1545 exploiteert Jacob Sluijter zo’n kooi bij Alphen aan den Rijn. De eerste afbeelding van de klassieke kooi met vier vangpijpen stamt uit 1550, in het Land van Altena. De meeste kooien waren klein, maar een enkele was wel heel erg groot, zoals die van Jacob de Witt (vader van…) bij Dordrecht. Een gigantische waterplas met vele vangpijpen in alle richtingen.
Eendenvangst
Op dese Koyen worden een groot menigte Vogelen gevangen ende zijn op de Koyen by Werckendam in derthien dagen seventiendysent Vogelen gevangen ende op een koy achthonderd Talingen op eenen dagh.
Oudt Holland-Vanoudenhoven 1654
Blijkbaar neemt het aantal kooien toe en daarom besluit Karel V in 1550 dat kooien alleen nog met toestemming mogen worden ingericht. En de kooiker of zijn baas moet tenminste 8 morgen land in eigendom hebben. Dit gold alleen voor iedereen die op dat moment korter dan 10 jaar een kooi had.
In 1807 wordt onder koning Lodewijk Napoleon een centrale registratie ingericht die in 2017 werd afgeschaft.
Hierin werd ook bepaald dat er minimaal 30 hectare grond bij de kooi moest zijn en het afpalingsrecht werd bepaald. En wel op 220 Rijnlandse roeden ofwel 753 meter vanuit het hart van de kooi. In Friesland was dit zelfs 1130 meter. Binnen die straal moest er rust heersen. Het is ook logisch dat dit recht toen pas werd vastgelegd. Er was steeds meer omgevingsgeluid, veel meer dan voorheen en eenden vangen als het lawaaiïg is, kun je vergeten.
De opbrengsten wisselden van jaar tot jaar. De kooiker moest de opbrengst afdragen aan de eigenaar en hield de vangst bij op een kerfstok. Van één kooi is berekend wat de opbrengst vandaag zou zijn. In het jaar 1649 werd voor 1859 guldens aan ‘gewaert’ gevangen, omgerekend naar vandaag € 27.885,00. Een heel goed jaar dus, maar er waren jaren dat de opbrengst nihil was.
Het hout van het kooibos bracht dan meer op.
Terzijde: gewaert is een oude eenheidsmaat voor eendenvlees. Één gewaert is één eend, klein of groot.
De kooi werd gemaakt met materiaal dat voorhanden was. Wilgentakken en ander geriefhout voor het maken van de vangpijpen en de vanghokken, riet voor de rieten matten. De vangpijpen werden met netten overspannen.
De vorm van een kooi wordt wel een roggenei genoemd. De vier vangpijpen zijn handig, want je bent als kooiker minder afhankelijk van de windrichting.
De vangtijd is van 31 augustus tot en met januari.


1 De vangpijp, een doodlopende sloot met een overkapping van beugels waarover een net is gespannen.
2 De vangpijp wordt ook wel keel genoemd.
3 De kooiplas, het centrum van de eendenkooi.
4 De sating, langs de rand van de kooiplas een plek waar overdag de eenden rusten en hun verenkleed onderhouden.
5 De borst.
6 Het kooibos. Het kooibos omsluit de eendenkooi en zorgt voor rust, broedgelegenheid en producent van het bouwmateriaal voor de eendenkooi.
7 Het vanghokje. Aan het einde van iedere vangpijp staat het vanghokje waarin de eenden uiteindelijk gevangen worden.
8 Het makhok. Hier worden de jonge eenden mak gemaakt en wennen hier aan kooiker en kooikerhond.
9 Het kooihuisje, het huisje waar de kooiker zijn voer en materiaal opslaat.
10 Het boothuis, hier ligt de roeiboot die gebruikt wordt bij het onderhoud van de kooi vanaf het water.
11 Broedkorven. Nest gelegenheid voor de eenden van de makke stal.
12 Observatiehut. Zicht op de plas zonder zelf gezien te worden.
13 Het pomphuisje, vroeger werd het waterpeil op hoogte gehouden door een watermolen, tegenwoordig met een diesel- of electropomp.
14 Kennel. Hier verblijven de honden van de kooiker.
Landschap
Zijn die kooien nog terug te vinden in het landschap? Dat was het onderwerp van de masterscriptie van Karlijn Stelder. Zij heeft onderzoek gedaan naar specifiek de Culemborger Waard, het gebied dat ze goed kent.
Ze heeft hierbij gekeken naar de invloed van het landschap op de aanleg van de kooien en naar hoe de kooien het huidige landschap hebben beïnvloed.
Kijk je op een hoogtekaart van de Culemborger Waard met zijn tien dorpspolders, dan valt op dat de kooien zich in de diepste delen van de waard bevinden en binnen de polders ook weer op het diepste punt. Twee polders hebben geen kooi, de rest wel en de diepste polders hebben de meeste kooien.
Het land is hier laag en nat en het werd als hooiland gebruikt. Voor ander gebruik was het nagenoeg ongeschikt. Maar voor kooien was het uitermate geschikt.
Met alle mechanisatie en ruilverkavelingen zijn veel kooien verdwenen. Sommigen zijn alleen met hoogtekaarten te traceren, anderen zien eruit als een ietwat verwilderde bomengroep, maar er zijn nog een paar intacte kooien in het landschap aanwezig. De kooien, intact of maar deels intact, zijn nu waardevolle ecologische landschapselementen, waardoor ze nu het landschap zelf beïnvloeden.
En dat eendenfluitje? Dat klinkt zo.




