Op school zei één van onze leraren wel eens: hoe meer je weet, hoe minder je weet. Als je 16 bent, haal je je schouders op. Onzin. Nou, inmiddels heel wat jaartjes ouder en wellicht ook iets wijzer, ben ik er achter dat het wel degelijk klopt. Vanavond kantelt mijn beeld over een deel van de vaderlandse geschiedenis. Ik wist er wel iets van, maar nog veel meer helemaal niet.
Ik ben afgereisd naar Den Bosch, naar het gloednieuwe Museum het Kruithuis, gevestigd in het 17e eeuwse kruithuis. René Vermeir van de Universiteit Gent verzorgt een lezing met als titel: Van Bestand tot Den Bosch. Zuid en Noord in de eerste decennia van de 17e eeuw, 1598-1629.
1629, een fameus jaartal in de geschiedenis van de stad. Frederik-Hendrik belegerde de stad en behaalde de overwinning. Den Bosch werd Staats.
Maar wat ging daaraan vooraf?
Beleg van Antwerpen
Farnese heroverde grote delen van de oostelijke en zuidelijke Nederlanden met als grootste wapenfeit: het beleg van Antwerpen. De stad viel in 1585 in Spaanse handen. Protestantse stadsbewoners kregen van landvoogd Farnese (zoon van Margaretha van Parma en dus onwettige kleinzoon van Karel V) wel vier jaar de tijd om hun zaken op orde te krijgen. Roerende goederen werden verscheept naar de Noordelijke Nederlanden, onroerende goederen verkocht en met het geld vertrokken Vlaamse families naar Amsterdam, Haarlem, Leiden, Middelburg en nog andere steden. Met hun handelscontacten stonden ze aan de wieg van de VOC en ze introduceerden luxe-industrie (suikerraffinatie, zijdeweverij, diamantslijperij en goudleerfabricatie).
Wat misschien gek is, dat de protestanten eigenlijk een vrijbrief kregen, maar daar zat een logica achter. Zou men de protestanten hebben vervolgd of economisch hebben uitgeknepen, dan was het rooms-katholieken in de Noordelijke Nederlanden ook niet best vergaan. Kwestie van leven en laten leven, eigenlijk.
En de tijd van Alva, de Bloedraad, de Inquistie en de Spaanse Furie was ook echt voorbij.
Twee werelden
Er ontstonden twee werelden, prachtig afgebeeld in het schilderij De Zielenvisserij uit 1614. Rechts de ‘papen’, dik en vadsig in het kapseizende bootje, donkere wolken op de achtergrond, een verdorrende boom op de oever. Links de calvinisten in deftig zwart met de bijbel aan boord, een groene boom aan de oever en een doorbrekende zon. Het is duidelijk wat de ‘goede’ kant is.
Noord was protestants geworden, Zuid bleef overwegend katholiek.
Bestand
In 1609 wordt een bestand afgesproken, voor maar liefst 12 jaar. Beide zijden waren oorlogsmoe. Er was nog slag geleverd om het Staatse Oostende in 1601-1604. De Staatsen hadden zich vervolgen naar Sluis verplaatst en konden zo toch Vlaanderen in. Maar de fronten lopen vast, de financiën worden krapjes, voor de Republiek valt de steun van Frankrijk en Engeland weg en Spanje en de Zuidelijke Nederlanden zijn platzak. Koning Filips III is staatsbankroet.
Het bestand omvat o.a.
* erkenning van de Republiek als ‘vrije Landen, Provinciën ende Staten‘, maar niet als een Souveraine staat.
* elke vorm van vijandigheid tussen Noord en Zuid zal 12 jaar lang achterwege blijven.
* een territoriale status quo.
* vrije handel, maar niet in de koloniën waar Spanje en Portugal (terzijde: de koning van Spanje was ook koning van Portugal) hun monopolie hadden vastgelegd en de Schelde bleef ‘gesloten’. Schepen die de rivier opvoeren moesten hun waar ‘verbodemen’ ofwel op andere schepen overladen en daarbij werden uiteraard heffingen betaald.
* vrij verkeer van mensen en kapitaal, geen godsdienstige dwang, vrijheid van religieuze gedachten, maar geen aanstootgevende religieuze handelingen of uitingen.
Isabella
Wij kennen haar als landvoogdes van de Zuidelijke Nederlanden, maar wie was zij?
Isabella Clara Eugenia (1566-1633) was de oudste dochter uit het derde huwelijk van koning Filips II. Haar moeder was Elisabeth van Frankrijk, de dochter van de Franse koning Hendrik II en Catharina de’Medici.
Via een Akte van Afstand kwam zij in 1598, vlak voor de dood van haar vader, in bezit van de Zuidelijke Nederlanden, als bruidsschat bij haar aanstaande huwelijk met Albert (ook wel Albrecht) van Oostenrijk. Zij en haar man (het aartshertogelijk paar) zouden als soevereine vorsten mogen regeren, met dien verstande dat de Spaanse koning het recht had hun opvolgers te benoemen. Mocht één van hen sterven voor er kinderen waren, dan zouden de Zuidelijke Nederlanden vervallen aan de Spaanse Kroon. En dat gebeurde ook in 1621, toen Albert stierf, zonder dat ze kinderen hadden gekregen. Isabella was vanaf dat moment geen vorstin meer, maar landvoogdes of zoals Vermeir het zo mooi zegt: gouvernante-generaal.
Dat Isabella en Albert daadwerkelijk aanwezig waren in de Zuidelijke Nederlanden had een zeer positief effect op veel terreinen. Economische stabiliteit, socio-economische opgang, er is relatieve luxe’. De ‘derde stand’, de burgerij, wordt belangrijker. Zij hebben gestudeerd, hebben als kooplieden geld dat uitgeleend kan worden en de landsvrouwe en -heer hebben nood aan geschoolde juristen en boekhouders.
Er ontstaat een hofcultuur, er zijn blijde inkomstes, Isabella en Albert laten zich zien bij allerlei gelegenheden en laten zich ook afbeelden. Honderden mensen zien hun vorsten van nabij en het effect daarvan is niet te onderschatten.
Clerus
Voor de katholieke kerk breken gouden tijden aan. Er komen nieuwe kloosterordes van Spanje naar hier, zoals de onschoeide karmelieten en karmelietessen. Ook de Jezuïeten beginnen aan hun opmars.
In 50 jaar tijd worden tientallen kloosters gebouwd. In Brussel 13 kloosters tot een aantal van 33, in Rijsel maar liefst 17 zodat er 27 zijn.
In 1559 waren de bisdommen grondig herzien. In plaats van zes grote onoverzienbare bisdommen waren er nu drie aartsbisdommen die samen 15 bisdommen omvatten. Doel was tweeledig: meer controle vanuit de vorst(en) op de kerk, meer controle vanuit de kerk op de gelovigen. Niet iedereen was hier blij mee.
In Den Bosch worden kerken herbouwd en ook ca 15 kloosters. Ook de nieuwe kloosterordes uit Spanje zetten hier voet aan wal. Er komt een priesteropleiding en op enig moment is ca 30 procent van het grondgebied van de stad in handen van een kerkelijke instelling. De stad wordt wel ‘Kleyn Rome’ genoemd. 6% van de stadsbevolking is van de geestelijke stand.
Het aartshertogelijk paar geeft ook een religieus voorbeeld. Ze zijn aanwezig bij processies en bedevaarten en maken zich hard voor zoeken naar en opgraven en overbrengen van de 19 martelaren van Gorcum.
Bolwerk
Antwerpen wordt een niet in te nemen vesting. De Staatse troepen hebben zich er nimmer aan gewaagd.
De zeehavens worden uitgebouwd: Duinkerke, Oostende en Nieuwpoort en Den Bosch wordt de noordelijkste vestingstad. Negen bastions, drie schansen, het kruithuis en een ingenieus inundatiesysteem.
Maar…
In 1618 breekt de pleuris uit: de Dertigjarige oorlog met als hoofdoorzaak spanningen tussen katholieke en protestantse staten, maar uiteraard speelden ook geostrategische motieven een rol.
Het was eigenlijk al een wereldoorlog. De oorlog woedde voornamelijk in West-Europa: het Heilige Roomse Rijk, de Spaanse Nederlanden, Noord-Spanje en Noord-Italië, maar er werd ook gevochten in Afrika en het Amerikaanse continent. En dan nog de zeeslagen op de Middellandse Zee en in de Golf van Biskaje.
Er wordt aan het bestand gemorreld. De twaalf jaar zijn nog niet om, maar de Noordelijke Nederlanden zijn ‘de vrede aan het winnen’. De ‘haviken’ in Den Haag en Madrid zitten op het vinkentouw en als in 1621 aartshertog Albert overlijdt, worden de vijandelijkheden heropend.
Spinola
Ambrogio Spinola, militair strateeg, geroemd door vriend en vijand, na de verloren slag om Nieuwpoort (1600) door koning Filips III naar de Nederlanden gestuurd om Albert van Oostenrijk bij te staan.
Terzijde: hij stamde uit een beroemde Italiaanse familie. Een van zijn voorouders zou tijdens de Eerste Kruistocht een doorn van de doornenkroon van Jezus hebben gevonden. Aan die legende dankte de familie haar naam (spinula betekent doorn).
Na 1621 begon Spinola aan een veroveringstocht met wisselend succes. Cadzand en Sluis verloren, Gulik gewonnen, Steenbergen gewonnen en weer verloren, Bergen op Zoom verloren (“merck toch hoe sterck”) en dan Breda.
Acht maanden duurt beleg in 1624 en 1625. Als Justinus van Nassau (buitenechtelijke zoon van Willem van Oranje) zich uiteindelijk overgeeft, zien de Spaanse troepen tot hun verbazing dat de inwoners er best nog goed uitzien, er is nog eten in de stad, er nog munitie voldoende. Het Spaanse leger is er minder goed aan toe. Maanden belegeren is ze niet in de koude kleren gaan zitten. Een Phyrrus-overwinning of zo.
Propagandistisch had het wel zo z’n voordeel, maar strategisch?
Toch wordt 1625 een ‘annus mirabilis’ voor de Spanjaarden. Na Breda verdedigen ze Cádiz tegen de Engelsen, bevrijden ze Genua van de Fransen en vechten ze tegen de Republiek in Puerto Rico en in Brazilië.
Klein
‘Mooi Heintgen‘ wil zijn broer Maurits navolgen en dat lukt hem. Hij begint aan de oostkant van Nederland. Oldenzaal 1626, dan Groenlo 1627. Maar dan…
Jaarlijks werden in de 16e en 17e eeuw in een scheepskonvooi kostbaarheden van de Spaanse koloniën in Amerika verscheept naar Spanje, La Flota de Indias ofwel de Zilverloot.
Zo’n vloot bestond uit twee konvooien die bij Havanna (Cuba) bijeenkwamen om dan naar Europa te varen. In 1628 werd één van de twee vloten gewaarschuwd dat er -letterlijk- kapers op de kust waren en deze vloot bleef in de havens liggen.
Piet Hein, de kaperkapitein van één van de drie kapervloten, besloot zijn geluk te proberen bij Cuba, en in de baai van Matanzas maakte hij de tweede, door een storm uitelkaar geslagen, zilvervloot buit.
Even tellen
De buit bestond uit 177.000 pond zilver, 66 pond goud, duizend parels, 37.375 huiden, 361 kisten suiker en 3000 zakken indigo en cochenille, zeer waardevolle kleurstoffen die ongeveer een derde van de waarde van de buit vertegenwoordigden. Daarnaast waren er kleinere partijen zijde, muskus, amber en bezoar en vele sieraden en andere luxe goederen, die echter ten dele door de Nederlandse bemanningen achterovergedrukt werden. Bij thuiskomst werd iedereen nog eens gefouilleerd zodat nog wat boven water kwam; sommigen hadden echter al de benen genomen in Engeland; verscheidene opvarenden deden na thuiskomst verdacht hoge uitgaven. Bron Wikipedia
1629
De Staten-Generaal en dus ook kapitein-generaal Frederik-Hendrik beschikten ineens over een gigantisch vermogen en daarom durfde men het aan Den Bosch te belegeren, de Moerasdraak, die altijd had kunnen vertrouwen op de drassige omgeving. Die omgeving werd ‘gewoon’ drooggelegd, maar het beleg duurde evengoed nog van april tot september.
Bij het Spaanse leger klapt ook nog de commandostructuur in elkaar, zeker als Spinola vertrekt.
1648
De Vrede van Munster, de Vrede van Westfalen: de 80 jarige oorlog en de Dertigjarige oorlog stoppen.
De Zuidelijke Nederlanden vormen (nog wel) een buffer tussen Frankrijk en de Noordelijke Nederlanden, maar Frankrijk begint wel erg dichtbij te komen. Het was genoeg geweest.
En wat gebeurt? Spanje wordt bondgenoot van de Republiek tegen Frankrijk.








