De Postdamer postkoetskoetsier poetste de Postdamer postkoets met Potsdamer postkoetspoets en een Potsdamer postkoetspoetsdoek.
Het giet als ik om half zeven naar de trein fiets, maar buienradar zag het zonnig in en dus waagde ik het er op. Het is half negen als ik op Schiphol overstap op de trein naar Sassenheim en even later zit ik aan mijn ontbijtje bij de Mac. Je moet wat.
Kort daarna loop ik door een mooi beschilderde tunnel onder de spoorlijn het bollenland in. Narcissen, zo te zien. Overal langs de weg staan plukjes narcissen te bloeien. Op het land zelf niet. Ik ben op weg naar in eerste instantie Warmond.
V1
Vorig jaar was ik op bezoek in Huys te Warmont en vandaag ga ik het dorpje verder verkennen. Eerst het park rondom Huys te Warmont, want daar ligt, compleet onopmerkelijk, het restant van een V1-lanceerbasis. In Nederland zijn 18 V1-lanceerbanen aanwezig en hier in het bos ligt er ook één. Deze is begin 1945 gebouwd en bestaat uit een aantal grote en kleinere betonnen platen. De Engelsen bombardeerden Warmond tijdens de bouw, maar raakten een boerderij en een huis. De baan werd niet afgemaakt. De oorlog liep ten einde en de Duitse troepen kregen opdracht naar Noord-Duitsland te vertrekken.


Terzijde: De V1 (ook wel V-1, Vergeltungswaffe 1) was het eerste Duitse zogenaamde V-wapen uit de Tweede Wereldoorlog en tevens het eerste onbemande straalvliegtuig ter wereld. Het droeg een explosieve lading, en was daarmee een ‘vliegende bom’. Het was de voorloper van de latere kruisvluchtwapens, hoewel deze meestal met een raketmotor zijn uitgerust. In totaal zijn er meer dan 30.000 V1’s geproduceerd. Ze werden eerst vooral vanuit Noord-Frankrijk afgeschoten en later in de oorlog vanuit Nederland. Zowel Londen als Antwerpen werden er zwaar door getroffen. Bron Wikipedia
Kerk
Via een ophaalbruggetje loop ik door de Burgemeester Ketelaarstraat naar de pittoreske Dorpsstraat. Ik wijk even af van de route richting landhuis Oostergeest, een 17e eeuwse buitenplaats, in de 18e eeuw bewoond door de dominee van Warmond, Paridanus Schrijver.
Aan het eind de Oostergeesterweg staan links twee voormalige 19e en 20ste eeuwse kloostercomplexen en recht voor me doemt de Oude Toren op. Al in 1049 wordt hier een kerk vermeld als bezit van de Abdij van Echternach en in de 12e eeuw is er een tufstenen kerk. Tijdens het beleg van Leiden in 1573 werd in Warmond veel vernietigd. De Leidenaren brandden de kerk af en de twee naastgelegen kloosters. Ze waren bang dat de Spanjaarden hier hun intrek zouden nemen om vandaaruit de stad te belegeren.
In 1579 werd het koor van de kerk hersteld en in gebruik gegeven aan de protestanten. De kerk bleef eigendom van de katholieke heren en vrouwen van Warmond.
Vandaag de dag staat er de 15e eeuwse toren met muurrestanten van de kerk. Ik kan de ruïne in en daar ligt het vol met graven. Het is, denk ik, de enige plaats in Nederland waar je nog begraven kunt worden in de (dakloze) kerk, als je tenminste geen Oranje bent.
In het koor ligt het vermoedelijke graf van Jacob XIV van der Woude, heer van Warmond, die hier in 1395 werd begraven. De grafsteen was door de brand van 1573 aangetast en is in de 17e eeuw vervangen. Of Jacob hier ook echt ligt, is de vraag.
Hier, bij deze Oude Toren, werd op 6 september burgemeester Adolphe Johan Louis Ketelaar doodgeschoten door de Duitsers.
Warmond
Ik keer terug op mijn schreden en in de Dorpsstraat is goed te zien hoe dit dorp is opgebouwd. Links, voor mij onzichtbaar, stroomt de Warmonderleede.
Terzijde: Warmond wordt in de 9e eeuw voor het eerst genoemd, onder de naam ‘Uuarmelde’. Waarschijnlijk was die naam oorsponkelijk de naam van de huidige riviertjes de Hofleede en de Warmonderleede. Dat de naam van het water overgaat op de nederzetting was heel gangbaar in die tijd. In de eeuwen die volgden verbasterde de naam tot Wermonde en Warmonde.
De Dorpsstraat, waarover ik nu loop, en de Herenstraat rechts van me, lopen parallel aan de Leede, over strandwallen. Aan deze straten werden in het verre verleden de eerste huizen en boerderijen gebouwd. Van daaruit kon je via paden en weggetjes het water en de landbouwgronden bereiken. Die weggetjes werden dammen genoemd en tot op de dag van vandaag heten straten in het centrum van Warmond ‘dam‘. Raadhuisdam, Bloemistendam, Waagdam, Kerkdam, Kerpsdam, Van Milsdam. En Postdam, wat ik verhaspel tot Potsdam. En gelijk ben ik even terug in de les Duits op de middelbare school, als onze leraar ons de tongbreker laat herhalen over de Postdamer postkoetskoetsier.
Beroemd
Warmond heeft meerdere beroemde inwoners gehad en één ervan wordt in het Grand Café de Oude School in het zonnetje gezet. Overal aan de muren zijn reproducties van schilderijen van Jan Steen te zien. Over de Jan Steenstraat loop ik verder en rechts staat een huis uit 1732. Met veel aplomb wordt op de plaquette beweerd dat Jan Steen hier woonde en werkte. Het klopt dat hij aan deze straat woonde, maar dan wel aan de overkant, waar nu een markplein annex parkeerplaats is, en aangezien hij tot 1679 leefde… Hij woonde in Warmond van 1656/1657 tot 1660, voor hij vertrok naar Haarlem.
Hek
Ik ben dol op informatieborden en kan die dus niet weerstaan en net voor ik Warmond verlaat kom ik een bord tegen over het Warmonderhek. Ik zie een straat die zo heet, er is een drukke weg, voor me ligt een brug, maar een hek? Ik loop maar door en ineens zie ik het. Aan weerszijden van het witte hekwerk van de brug staat een hoog hek met er bovenop de wapens van Oegstgeest en Warmond.
Hier, bij deze brug, moest je tot 1954 tol betalen. Het hek stamt uit de 18e eeuw en is een rijksmonument.
Kanaal
Op de Leebrug heb ik een prachtig zicht op het Oegstgeesterkanaal dat hier begint, waar de Leede en de Trekvaart Leiden-Haarlem elkaar kruisen. Het kanaal is in 1840 gegraven en mondt op de grens van Katwijk en Rijnsburg uit in de Oude Rijn. Het was noodzakelijk dit kanaal te graven omdat de Haarlemmermeer was drooggelegd. Het Rijnland had meer waterafvoer nodig naar zee.
Langs dit kanaal blijf ik lopen, eerst aan de zuidzijde, dan aan de noorzijde. In Katwijk-Noord moet ik over een bedrijventerrein, maar dan bereik ik Katwijk aan Zee, het doel van deze wandeling.
Oude Kerk
De Oude Kerk heet ook wel Witte Kerk, maar was oorspronkelijk gewijd aan Sint Andreas, o.m. patroonheilige van de vissers, en gebouwd rond 1460 als een kruiskerk met een driebeukig schip. De kerk stond toen in het centrum van het dorp, maar tijdens de Allerheiligenvloed van 1570 zijn de huizen westelijk van de kerk weggespoeld en zo staat de Oude Kerk, als enige in Nederland, pal aan zee.
Tijdens het beleg van Leider werden dak en de bovenste muurdelen vernield. Het zuidschip werd herbouwd en in 1709 werd een noordschip gebouwd. De toren verloor in 1836 tijdens een storm zijn spits.
Na ingebruikname van de Nieuwe Kerk werd de oude kerk verkocht om dienst te doen als opslagplaats voor een rederij.
De kerk werd in 1921 teruggekocht om opnieuw als kerk te fungeren. In de Tweede Wereldoorlog gaf de Ortskommandant opdracht de kerk en de huizen aan de boulevard af te breken. De aannemer topte de toren af en beschouwde klus als geklaard. Orgel en inventaris waren al in veiligheid gebracht.
Vanmiddag start hier de Tweede Katwijkse Orgelwandeling. De orgelkas is nog van het orgel uit 1923, de binnenkant stamt uit 1995 en is van Van den Heuvel. Evan Bogerd licht zijn programma toe en vertelt dat het orgel enorm veel kracht heeft. De kerk heeft een akoestiek van niets, alle geluid is direct weg. Dat heeft als voordeel dat de noten goed te volgen zijn, maar een beetje nagalm is mooi.
Toch weet Evan het orgel naar zijn hand te zetten. Uiteraard Bach. In de Dorische Toccata hoor ik de pedaaltonen grommen. Dan het altijd mooie ‘Jesu bleibet meine Freude‘. Van Cor Kint een Prelude Pastoral en daarin hoor je dan het orgel ook zacht kan zijn. Afsluiter is Franz Liszt met de prelude en fuga over Bach.
Het middendeel is een fenomenale improvisatie over ‘Wie maar de goede God laat zorgen’. Ik hoor oorlogsgeweld, ritmisch geschut, een geweldige chaos, en daaruit komt de melodie bovendrijven.
Vredeskerk
We hebben even de tijd, want de Vredeskerk is maar een paar stappen ver. Het gebouw zelf lijkt nog het meest op een overmaatse landbouwschuur, maar de geglazuurde bakstenen en rondboogramen verraden de functie. Het gebouw stamt uit 1905, de inrichting van de kerkzaal is supermodern en dan staat daar op het orgelbalkon een klein Bätz-orgel uit 1765. Het gerucht gaat dat Mozart op het klavier heeft gespeeld. Hij woonde destijds in Utrecht en ging om met orgelbouwer Bätz. Als ’t niet waar is, is ’t toch een mooi verhaal.
Het is een bescheiden orgel, maar met een prachtige klank. Evan brengt Bach (Toccata en Fuga BWV 565 en Trio super ‘Herr Jesu Christ, dich zu uns wend‘) en het Vater Unser van Mendelssohn. Hoe vaak ik dit ook hoor, het blijft zo mooi.
Afsluiter is een improvisatie over ‘Geprezen zij de Heer, die eeuwig leeft‘ met samenzang.
Nieuwe Kerk
Op naar de laatste halte van vanmiddag; de gigantische Nieuwe Kerk uit 1885, een brede kruiskerk met grote rondboogramen, drie enorme kroonluchters en plaats voor bijna 2000 mensen.
Het orgel is navenant groot, niet alleen om te zien, maar ook qua pijpen en registers. Zelfde bouwer als in de Oude Kerk, maar een heel ander instrument. De kas is van 1822 en komt uit oorspronkelijk uit Nijmegen. Het binnenwerk werd later vervangen door een Van Leeuwen orgel en dat werd in 1983 vervangen door een binnenwerk van Van den Heuvel.
Zoals Evan zegt, is het eigenlijk sneu dat Modest Mussorgsky’s pianomuziek bekender is geworden door de orkestbewerkingen die ervan gemaakt zijn. Zo ook met Nacht op een kale berg. Hij had dit onlangs in de Westerkerk gespeeld en hier klinkt het dus ook gewoon prachtig. Daarna een improvisatie over ‘Soms groet een licht van vreugde’, oorspronkelijk een Engelse hymne op een melodie uit Wales. Alleen deze improvisatie was de reis naar Katwijk waard.
De Berceuse van Vierne is een kalmerende overstap naar het Allegro uit Widors zesde Symphonie.

Sometimes a light surprises
the Christian while he sings;
it is the Lord who rises
with healing in His wings;
when comforts are declining,
He grants the soul again
a season of clear shining,
to cheer it after rain.
“It can bring with it nothing,
but He will bear us through;
who gives the lilies clothing
will clothe His people, too;
beneath the spreading heavens
no creature but is fed;
and He who feeds the ravens
will give His children bread.”
Avond
Als de avond valt, wandelen we over de boulevard. In de verte zijn olietankers te zien, in afwachting van wie de inhoud gaat kopen van de Russen. Vreemd idee.
Maar in Hotel Noordzee laten we ons de maaltijd goed smaken.
En als ik op het station mijn fiets, blijkt mijn zadel te zijn gestolen…















