Tja, dan heb je nieuwe wandelschoenen. En die moeten worden ingelopen. Dus was doe je dan? Juist, ik wandel naar een orgelconcert. Tenminste, de officieuze start van het orgelseizoen.

Waterbus
Van de reis maak ik maar gelijk een feestje. Met de trein naar Dordrecht en vandaar naar de Merwedekade om de Waterbus richting Rotterdam te pakken. Zo makkelijk, dat de OV kaart daar ook geldt.

De Waterbus vaart in het Drechtstedengebied al sinds 1999 maar heette toen de Fast Ferry. Vanaf 2004 heet het de Waterbus. Je kunt vanaf Sliedrecht tot hartje Rotterdam varen met een overstap in Dordrecht. Totaal geen snelle manier van vervoer, maar een groot deel van de passagiers stapt op waar er verder weinig OV is en overbrugt maar relatief korte afstanden. Zelf vaar ik mee tot de voorlaatste halte: Rivium heet die, en dat blijkt bij het Zalmhuis in Capelle aan den IJssel te zijn.

Het Zalmhuis
Dat oogt uiterst merkwaardig, in alle Art Nouveau glorie, tussen de gebogen moderne kantoorgebouwen. Wat is dit eigenlijk voor een gebouw, hier in de schaduw van de Van Brienenoordbrug?
Hier lag tot 1965 het veer tussen Kralingen en IJsselmonde, het Kralingseveer, zoals de wijk hier nog steeds heet. Dit bestond al in 1333 en er zijn vermoedens dat hier ook de Romeinse heirbaan heeft gelegen.

Een veer heeft altijd wachtende mensen en die werden bediend in het Estaminet. Dat wordt in 1875 uitgebreid met een overdekte afslag voor o.a. zalm. Het wordt de grootste zalmafslag van Nederland. In de handen van een volgende eigenaar wordt ook het café een groot succes. Er wordt op de zalmafslag een paviljoen gebouwd, maar dat is al snel te klein. In 1905 wordt een nieuw paviljoen gebouwd, in de populaire Art Nouveau-stijl. Maar de klad komt in de zalmvangst (vervuiling en overbevissing). De watersnoodramp van 1953 luidt het begin van het einde in voor het Zalmhuis. De industrie rukt op en in 1955 valt het ten prooi aan de slopershamer.

In 2002 wordt het herbouwde Zalmhuis geopend, niet helemaal op de orginele plek. Voor de deur meert de Waterbus aan en daarom begin ik daar maar met koffie en een lunch.

Schielands Hoge Zeedijk
Vorig jaar liep ik vanaf Schiedam naar de Laurenskerk over Schielands Hoge Zeedijk, de dijk die al in de 13e eeuw werd aangelegd om dit gebied tegen water te beschermen. Vandaag loop ik vanaf het Zalmhuis, aan de Schaardijk, naar de Laurenskerk over diezelfde oude dijk.

Polder de Esch
Van het ene op het andere moment loop ik niet meer langs industrie en kantoren, maar langs een polder. Knotwilgen aan slootjes, twee monumentale voormalige boerderijen (18e en 19e eeuws), een oude school, buitenplaats Rozenhof.
Hier ligt in een bocht van de Nieuwe Maas 14 hectare natuurgebied, De Esch. De rivierbocht moet al rond 500 v.Chr. zijn ontstaan en in de 13e eeuw is deze polder bedijkt als onderdeel van Schielands Hoge Zeedijk. De naam is een verbastering van ‘nes’, landtong.
Omdat de Schaardijk en de Nesserdijk nooit op Deltahoogte zijn gebracht (de Deltadijk ligt verder landinwaarts) is dit het enige plekje in Rotterdam waar je het 13e eeuwse polderlandschap nog kunt zien.

IDRW
Over een grote kruising kom ik bij IDRW oftewel In Den Rustwat, een herberg uit 1596. Deze herberg stond in Kralingen aan de weg van Rotterdam naar Dordt. Het gebied rondom de herberg was lang een groene oase en werd door de gegoede burgerij gebruikt om te ontspannen waarbij uiteraard ook de herberg werd aangedaan.
In de 19e eeuw verloor de herberg zijn functie, maar bij de komst van tramlijn 1 ging het dienst doen als ‘verversingslokaaltje’. In 1959 zou de herberg moeten wijken voor de Maasboulevard. Hiertegen kwam men in het geweer en nu is het pand herbouwd naast Trompenburg Tuinen & Arboretum.

Ik loop inmiddels op de Honingerdijk, genoemd naar Slot Honingen, een voormalig slot in Kralingen. De naam stamt uit 1297, het kasteel bestond zeker in 1310, maar in 1426 werd het op last van de stad Rotterdam gesloopt, opdat Hoekse troepen zich er niet konden verschansen. Het werd herbouwd en watergeus Lumey van der Marck heeft hier enige tijd gevangen gezeten, maar in 1611 was het een ruïne.
De naam betekent hoge grond, hoge(n) ingen.

Oostzeedijk
Zowel op de dijk als aan de voet van de dijk is veel bebouwing uit de periode 1890 tot 1930 te vinden. Er was meer, maar het bombardement van 1940 heeft veel verwoest.
Aan deze dijk ligt ook een Joodse begraafplaats, achter hoge muren met graffiti. Het is dat ik het weet van een vorige wandeling, want je loopt er zo aan voorbij. De begraafplaats is vanaf 1696 tot 1820 in gebruik geweest en er staan nog 195 grafstenen.

Ik steek het enorme Oostplein over, als mijn oog wordt getroffen door een gemaal. Hier midden tussen de bebouwing staat een groot gemaal uit de jaren 1970, genoemd naar de toenmalige hoogheemraad van Schieland. Er achter ligt de Boezem, een verbinding met de Rotte. Het gemaal loost via een persleiding onder het plein op het Boerengat en vandaar op de Nieuwe Maas, alles op afstand bediend.

Hoogstraat
Eén van de oudste straten van Rotterdam. Rond 1270 werd de dam in de Rotte voltooid en vlak daarna werden de eerste houten huizen op die dam gebouwd en later gevolgd door een straat: het begin van de Hoogstraat. De dam was onderdeel van de middeleeuwse zeewering: Schielands Hoge Zeedijk.
Het was ooit de belangrijkste straat van de stad. In 1325 verschenen hier de eerste stenen huizen van de stad. Al voor 1329 is er een gasthuis dat ook als stadhuis diende. In 1396 wordt het voor het eerst de Hoogstraat genoemd. In 1547 kreeg het stadsbestuur hier een eigen stadhuis en dat bleef hier aan de Hoogstraat staan tot 1920.

Orgels
Ik haal een portie poffertjes en geniet bij de Laurenskerk van de laatste klanken van het beiaardconcert.
En dan ga ik naar binnen, voor de Orgelpromenade.

Als ik omkijk hangt de Rode Reus, het grootste orgel van Nederland, nog steeds aan de wand, maar als ik beter kijk zie ik dat alleen de frontpijpen nog staan. De rest is weggehaald, voor restauratie, renovatie en innovatie. Als het orgel, hopelijk in 2027, klaar is moet er een digitale speeltafel beneden in de kerk staan, waarop ook een nog nieuw te bouwen orgel op aangesloten zal zijn.

Vandaag draait het om drie andere orgels (van de vijf die de kerk nu kent).

Het transeptorgel hangt hoog tegen de muur van de zuidelijke transeptarm en heeft een kas van een orgel uit de Bartolomeuskerk van Schoonhoven. De binnenkant is van de Deense orgelbouwer Marcussen en opgeleverd in 1959, toen de kerk nog steeds werd herbouwd.
Je moet heel goed kijken, maar onder het rugpositief zijn vijf wapenschilden te zien. Het de wapens van Hamburg, Bremen, Keulen, Düsseldorf en Duisburg. Zij hebben dit rugpositief bekostigd, op instigatie van de Rotary West-Duitsland.

In het koor staat een prachtige orgelkas uit 1725, afkomstig uit de Oud Katholieke Schuilkerk in Amsterdam. Via Bunschoten kwam het hier terecht. Marcussen kreeg opdracht speciaal voor het koor van de Laurens de binnenkant te bouwen.

Er staat ook nog een klein kistorgel uit 2006 en ook dat wordt bespeeld vanmiddag.

En wat horen we dan vandaag? Dat is nou zo leuk. Het grote Marcussen-orgel is niet bruikbaar en dat is dus een ‘beperking’, tenminste zo kun je dat noemen. En het Duitse spreekwoord luidt niet voor niets: In der Beschränkung zeigt sich der Meister en vanmiddag wordt dat bewaarheid.

Een grote variatie aan musici en muziek komt voorbij. Pelgrim Brass (vijf enthousiaste koperblazers), een blokfluitist, een zangeres en een slagwerker komen de orgelmuziek versterken en accentueren.
Buxtehude (Passacaglia in d-Moll) en Bach (Preludium er Fuga in C-Dur) zijn uiteraard van de partij, maar verder is het voor mij onbekende en nieuwe muziek.
Entrata Festiva van Flor Peeters op orgel met koperblazers, de 3e suite van Hotteterre (nooit van gehoord) op blokfluit en kistorgel -subliem-, een Canzon van Gabrieli voor blazers en voor de pauze als laatste het koor- en kistorgel tesamen in het 4e concert voor twee orgels van Soler. Ook onbekend, maar wat mooi.

Na de pauze muziek van Lemckert (de vorige organist van de Laurens). Transeptorgel en koper in een intrada over Wie schön leuchtet der Morgenstern. Vervolgens sopraan bij transeptorgel in een eigen compositie van de zangeres. Slotstuk en klapstuk is Ambivalence van Hayo Boerema, de huidige organist van de Laurens. Transept- en kistorgel, slagwerk en koperblazers brengen een geweldig stuk jazzmuziek ten gehore.

Gebed
Ik loop nog even de kerk door en in de kapel van het Cross of nails (het nagelkruis) staat het vijfde orgeltje, het kapelorgel. Het wordt bespeeld op de vrijdagen tijdens het Coventrygebed. De naam is ontleend aan de Kathedraal van Coventry, die op 14 november 1940, precies een half jaar na de Laurenskerk, werd verwoest door de Duitsers.
In een koperen plaat staat het gebed voor vrede en verzoening gegraveerd, dat iedere vrijdag wordt gebeden. Dit gebed werd na de Blitz (de luchtoorlog om Engeland) door de kathedraalprovoost op de muur van de kerk aangebracht.

Litany for Peace and Reconciliation
All have sinned and fallen short of the glory of God.
The hatred which divides nation from nation, race from race, class from class,
Father forgive.
The covetous desires of people and nations to possess what is not their own,
Father, forgive.
The greed which exploits the work of human hands and lays waste the earth,
Father, forgive.
Our envy of the welfare and happiness of others,
Father, forgive.
Our indifference to the plight of the imprisoned, the homeless, the refugee,
Father, forgive.
The lust which dishonours the bodies of men, women and children,
Father, forgive.
The pride which leads us to trust in ourselves and not in God,
Father, forgive.
Be kind to one another, tender-hearted, forgiving one another, 
as God in Christ forgave you.
Onderweg met de Waterbus
Onderweg met de Waterbus
Het Zalmhuis
Links- en middenboven: van Brienenoordbrug, rechtsboven boerderij in de polder de Esch, linksm8dden, polder de Esch, linksonder marinierskazerne, rechtsonder watertoren
Linksboven In Den Ruswat, rechtsboven Joodse begraafplaats Oostzeedijk, linksonder gemaal Schilthuis, rechtsonder Hoogstraat
Bij en in de Laurenskerk

Plaats een reactie