De Maartenskerk in Tiel is sinds vorig jaar onttrokken aan de eredienst en aangekocht door de gemeente Tiel. Sinds die tijd staat de kerk in de steigers. Maar ik heb er heel wat stappen liggen: koorrepetities, concerten van het koor maar ook (uiteraard) orgelconcerten, deelname met koor aan kerkdiensten.
Vanavond ben ik er weer eens, voor iets heel anders.
Sinds midden vorig jaar ‘viert’ Tiel haar 6000 jarig bestaan. Dat feest werd vorig jaar geopend met het Street Paintings Festival. Afgelopen december was er nog een lichtfeest, waar ik helaas niet bij kon zijn, en in de maand maart is er de Tiel 6000 Experience. Als inwoner van Tiel kan ik voor € 4 naar binnen en dus zit ik om half 9 op de fiets op weg naar het centrum.
De kerk is vanbinnen gehuld in een blauw licht. Overal staan projectoren en lampen. Middenin staan de losse banken en ik zoek een plekje vooraan. Maar in de zuidbeuk staan voorwerpen uitgestald. Nieuwsgierig Aagje gaat natuurlijk kijken.
Het zijn uitvergrotingen van voorwerpen uit het Flipje en Streekmuseum Tiel.
* Het stukje verkoolde appel, gevonden bij de opgraving, 6000 jaar geleden in het vuur gegooid.
* Het miniscule groene kraaltje, dat 4000 jaar geleden misschien is meegegeven als grafgift.
* De balsmarium (of het zalfpotje) uit de Romeinse tijd, zo’n 2000 jaar geleden.
* Een tinnen theesetje in de vorm van peren, een knipoog naar zowel het fruitgebied de Betuwe waarin Tiel ligt, als naar de tinindustrie die hier groot was.
Op de muur is een afbeelding te zien van de Tielse munt. Als Hanzestad sloeg Tiel een eigen munt en exemplaren zijn teruggevonden van Engeland tot het Oostzeegebied.
Nog een afbeelding: de Chronicon Tielense, een bundel teksten uit de 15e en 16e eeuw waarin ook de Tielse geschiedenis besproken wordt.
En de laatste: een treintje op de Markt. De oorlog is voorbij en het puin wordt geruimd. Het treintje dient om het puin af te voeren.
En de vrolijke noot zou ik nog vergeten: Flipje. Op de Markt staat het grote beeld, hier een kleinere versie van het frambozenmannetje dat mascotte van jamfabriek de Betuwe was en nu van de stad Tiel.
Ik ga gauw zitten, want het gaat beginnen. Op de grote deur onder de poort tellen de minuten en seconden af. Op de boog rondom die deur en het raam erboven zie ik ook de tijd aftellen, telkens gaat een lichtstreep iets hoger.
En dan begint het raam te spreken. Een band van licht omringt het raam en telkens als de voice-over spreekt beweegt het licht op de spreekcadans.
Het spektakel begint de muren van de lichtbeuk hoog boven ons en de pilaren naast ons. Terug naar het ontstaan van het universum, met de Pilars of Creation, dan naar het water dat hier eeuwen en eeuwen her dit gebied overstroomde. Alsof ik in een aquarium zit.
De eerste mensen in ons gebied. Ze eten een appel en gooien een stuk in het vuur.
Dan de grafheuvels met het kraaltje. De Romeinen die ons ook de fruitbomen brengen. De pilaren botten uit met prachtige bloesem en vervolgens wordt de hele kerk volgezet met fruit en potten jam.
De Tielse schepen gaan er op uit met hun Tielse munt maar er is ook oorlog.
De Vikingen, de Gelderse troepen en de laatste grote slag, de Tweede Wereldoorlog. Ineens zitten we in een half ingestorte kerk.
Maar dan de toekomst: er verschijnen prachtige beelden van Tiel en de Betuwe in de lichtbeuk.
En ineens… is het voorbij.
Maar genoeg stof om over na te denken, vind ik, en terwijl de oranje maan boven de rivier staat fiets ik door de heldere avond naar huis.



