Ja, het A.R.K., niet de ark, maar ze hebben wel allebei met water te maken.
Het is een miezerige avond als ik vanaf het station naar het centrum van Culemborg loop. In Theater de Fransche School ga ik een lezing bijwonen over water. Tenminste, over een kanaal, het Amsterdam-Rijnkanaal, het A.R.K., en diens voorgangers.
Eerst wat feiten: het kanaal loopt van Amsterdam naar Tiel, dus van het IJ naar de Waal en is 72 kilometer lang, tussen de 6 en 9 meter diep en tussen de 100 en 130 meter breed. Er zijn twee tunnels onder het kanaal, 37 bruggen op 32 plaatsen en nog één veerpont. Het kanaal loopt door drie provincies en vier waterschappen, terwijl Rijkswaterstaat de primaire beheerder is voor ook de waterhuishouding.
Het is het drukst bevaren kanaal ter wereld, met jaarlijks zo’n 100.000 schepen.
Samen met het Julianakanaal in Limburg en het Twentekanaal hoort het Amsterdam-Rijnkanaal tot de 20ste eeuwse kanalen van Nederland. Maar daar begon het niet.
Verbinding met het Rijnland en Keulen
Al in de 14e eeuw had Amsterdam een verbinding met het Rijnland en Keulen. Hiervoor voer men over het IJ, de Zuiderzee, bij Kampen de IJssel op en bij Arnhem via de Rijn naar Keulen en omgeving.
In de 15e eeuw onstond nog meer internationale handel over de Oostzee, ook al was Amsterdam geen Hanzestad.
Er werd ook langs de Zuiderzeekust naar Muiden gevaren om vandaar de Vecht op te gaan en zuidelijk richting de Rijn af te zakken.
Dat werd lastig omdat de Zuiderzee, klein als die was, een gevaarlijke zee was, met een korte golfslag. Daarom werd in 1639 de Weespertrekvaart aangelegd, van Diemen naar Weesp via de ringvaarten van de polders Watergraafsmeer en Bijlmermeer, het riviertje de Gaasp en de gekanaliseerde Smal Weesp.
In 1672 werd in Muiden de Groote Zeesluis aangelegd, waardoor de Vecht geen getijdenrivier meer was en dus ook beter bevaarbaar werd.
Deze verbinding over Utrecht was lang vanwege de bochten in de rivier, maar ook kostbaar vanwege de vele tollen en het feit dat de schepen vaak gejaagd moesten worden. Ze werden voortgetrokken door paarden als er geen of te weinig wind was om te zeilen.
Verbinding met Rotterdam
Uiteraard was een verbinding met Rotterdam ook belangrijk en daarvoor werden al in de 16e eeuw de wateren tussen Vianen en Gorinchem gebruikt, die steeds werden verbeterd. In 1658 was de Viaanse vaart klaar. Bij Gorinchem kon het scheepvaartverkeer via de Merwede naar Rotterdam.
Beurtvaart
Net als in de rest van Nederland vond er op de wateren vanaf Amsterdam naar het RIjnland en naar Rotterdam beurtvaart plaats. Deze manier van vervoer van goederen, passagiers en vee vond plaats volgens een dienstregeling op een vast traject. Deze eerste vorm van openbaar vervoer in Nederland was onderhevig aan vergunningen en verordeningen en bestond tot ca 1880.
Op Wikipedia vond ik onderstaand rijtje kenmerken.
* ‘uitsluitende vaart’: de beurtschippers hadden op een traject een monopolie op passagiers, vee en stukgoed;
* afvaartplicht: de schippers waren verplicht volgens een dienstregeling af te varen;
* exploitatieplicht: schippers moesten de dienstregeling in stand houden, ook bij minder aanbod van goederen en passagiers;
* een systeem dat bepaalde welke schipper wanneer aan de beurt was om te laden en af te varen;
* tarieven en dienstregeling werden door de steden vastgesteld.
Verder werden er eisen gesteld aan de schippers op het gebied van ervaring, woonplaats, gedrag en dergelijke. Aan de schepen werden eisen gesteld ten aanzien van afmetingen, comfort van reizigers en uitrusting en ten slotte was er toezicht op onder meer laden, lossen en de afvaarttijden.
Keulse Vaart
Er bleef behoefte aan verbetering van de vaarverbinding naar Duitsland en daarom werd in 1821 begonnen met de aanleg van de Keulse Vaart tussen Amsterdam en de Lek bij Vianen.
Zederikkanaal
Aan de overzijde van de Lek werd de Viaanse Vaart vervangen door het Zederikkanaal, waarbij uiteraard ook gebruik gemaakt werd van de bestaande waterlopen. Alleen werd ten oosten van Vianen wel een nieuw stuk gegraven, waardoor schepen vanuit Vreeswijk de Lek konden oversteken om via Vianen richting Gorinchem en Rotterdam te varen. Van dat Zederikkanaal is nog een klein stukje over, tussen de Schotdeurenseweg in Arkel en de Linge.
Merwedekanaal
De Keulse Vaart bleek al snel te weinig capaciteit te hebben (bij de Koninginnensluis in Vreeswijk liep de wachttijd wel op tot twee dagen of meer) en daarom werd besloten tot de aanleg van het Merwerdekanaal. Omdat in 1876 het Noordzeekanaal van Amsterdam naar de Noordzee was geopend, was Amsterdam weer bereikbaar voor zeeschepen. Verbetering van de verbinding met achterland Duitsland kwam weer bovenaan de prioriteitenlijst te staan. De Keulse Vaart was te smal en te ondiep en de bruggen waren te laag.
In 1881 kwam er een plan op om tussen Amsterdam en Utrecht een geheel nieuw kanaal te graven. Het plan om via de Vecht te varen werd hierbij afgeblazen, maar ondertussen was bij Nigtevecht al een grote sluis aangelegd naar de Vecht, die nu nog steeds ligt. Tussen Utrecht en Vreeswijk zou het grotendeels gebruik maken van de bestaande Keulse Vaart en tussen Vianen en Gorinchem van het Zederikkanaal. Het kanaal kreeg twee namen: Merwedekanaal benoorden de Lek en Merwedekanaal bezuiden de Lek. Het was in 1892 klaar.
Leuk weetje: Koning Willem I wordt wel de kanalenkoning genoemd vanwege de kanalen die hij heeft laten graven in Nederland. Hij liegt 481 kilometer aan kanalen graven waarvan 290 kilometer over Nederlands grondgebied. Hij had kennis gemaakt met kanalenbouw in Engeland, toen hij daar verbleef, de canal mania of kanaalmanie zoals het ook wel genoemd werd. In Engeland waren veel sluizen nodig om hoogteverschillen te overbruggen en in het vlakke Nederland zou dat minder nodig zijn.
Amsterdam-Rijnkanaal
Uiteindelijk voldeed na enkele decennia het Merwedekanaal ook niet meer aan de eisen van de tijd en daarop werd besloten tot aanleg van een compleet nieuw kanaal. De besluitvorming heeft jaren geduurd en werd door de crisis van de jaren 1930 vertraagd, maar uiteindelijk kwam in 1938 het deel tussen Utrecht en het Lekkanaal gereed.
Er waren 23 varianten bedacht van dit kanaal, waarvan één door de Gelderse Vallei en de rest langs Utrecht, maar uiteindelijk werd het kanaal toch langs Utrecht gelegd. De Gelderse Vallei kreeg daarop het deels nieuw gegraven Valleikanaal, deels voor innundatie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, deels voor waterafvoer uit de Vallei.
Betuwepand
Het Merwedekanaal werd ten zuiden van Utrecht vervangen door een nieuw te graven stuk naar Wijk bij Duurstede. Hier zou het kanaal de rivier de Lek oversteken naar het Betuwepand, een nieuw deel dat bij Tiel aantakte op de Waal. In 1947 werd dit werk (nadat het had stilgelegen in de oorlog) weer opgepakt en het was in 1952 klaar. Er werd maar liefst drie weken feest gevierd.
Bij het graven van de kanaaldelen van Utrecht naar Wijk en van Ravenswaaij naar Tiel werd vaak gebruik gemaakt van aanwezige perceelsscheidingen waardoor minder onteigeningen nodig waren, minder panden hoefden te worden afgebroken en er minder verstoring was voor de bewoners.
Verbreding
Al snel werd het kanaal weer op de schop genomen. Tussen 1965 en 1981 werd het kanaal verbreed naar 100 tot ca 130 meter. Hiermee was al rekening gehouden bij het ontwerp van het kanaal door voldoende grond aan te kopen. In 1981 werd het kanaal opengesteld voor de vierbaksduwvaart.
Mussert
Hij wordt vaak opgevoerd als de bedenker van het Amsterdam-Rijnkanaal, maar dat is niet zo. Mussert was in 1930 hoofdingenier van de Utrechtse Waterstaat. In het nieuw aan te leggen kanaal waren meerdere waterpeilen voorzien met als gevolg sluizencomplexen om het waterniveau op peil te houden. Mussert kwam met het plan om het waterpeil op de Lek en het kanaal op één peil te houden, dus minder sluizen nodig, en door een kortere route voor te stellen. Daarmee zou een behoorlijke vaartijdwinst bereikt kunnen worden.
Lekkanaal
Ook onderdeel van de verbinding van Amsterdam naar de Lek is dit korte kanaal, slechts vier kilometer. Het loopt oostelijk van Nieuwegein van het Amsterdam-Rijnkanaal naar de Lek. Het werd in 1938 in gebruik genomen en de grote sluis heet naar de in 1938 geboren Prinses Beatrix. Met dit kanaal werd de vaarroute Amsterdam-Rotterdam v.v. aanzienlijk verkort.
Vlotbruggen
Om het kanaal te overbruggen is op sommige plekken gebruik gemaakt van inmiddels verdwenen vlotbruggen. Wikipedia zegt: Een vlotbrug is een drijvende, beweegbare brug, die voor scheepvaart opengaat door horizontaal te bewegen. De brug bestaat uit aanbruggen vanaf beide oevers naar een vlot. Als de brug opengaat wordt dit vlot onder een aanbrug getrokken, of naar opzij weggedraaid zodat het evenwijdig aan de oever komt te liggen. Het vlot draait dan om een scharnierpunt op een landhoofd. In sommige gevallen wordt als vlot een stalen ponton gebruikt, vanwege de hogere stabiliteit en het draagvermogen, men spreekt dan van een pontonvlotbrug.
Veerwagen
Op zes plekken kon je het kanaal oversteken met een veerwagen. Een veerwagen was een platform op vier poten met daaronder wielen. Die wielen redden over rails op de bodem van het kanaal met een snelheid van ca 3 km per uur.
Schipbrug
Ook wel pontonbrug genoemd. Een brug die drijft op het water op een of meerder pontons. Het is een snelle en goedkope manier om een oeververbinding tot stand te brengen. Het leger maakt hiervan gebruik, omdat alles op vrachtwagens is aan te voeren. Zo’n brug lag er tot ca 1930 over de Lek bij Vianen, op de plek waar nu het veerpontje VreVia vaart.
Zweefbrug
Ook wel zweefveer, zweefpont, gondelbrug of transbordeur genoemd. Bij de Maarssebrug was zo’n zweefbrug onder de gewone brugoverspanning aanwezig, speciaal voor het agrarisch verkeer, voornamelijk paard en wagen waarvoor de stijging van de weg naar de brug te veel was. Het is nl. een pont die niet over het water gaat maar er boven, opgehangen aannkabels tussen beide oevers. Ik bedank voor de eer, met mijn hoogtevrees.
Eieren van Thijsse
Humor kan Rijkswaterstaat niet ontzegd worden. Dit is nl. de informele naam voor de stroomgeleidingsdammen op de kruising van het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek bij Wijk bij Duurstede.
Bij het oversteken van de rivier krijgt een schip te maken met zijwaartse stroming waardoor het uit koers kan raken. Door een soort havenkom aan te leggen bij de ingang van het kanaal zou dit worden voorkomen. Ontwerper was Jo Thijsse, zoon van de bekende Jac.P. Thijsse.
Het ontwerp leek best goed in theorie, maar de praktijk was wat weerbarstiger, maar uiteindelijk lukte het om de dammen goed aan te leggen en het principe werd later bij meer uitmondingen en ingangen van kanalen gebruikt.




