Tussen een kanaal, trambanen, een grote weg en een viaduct ingeklemd ligt een klein attractiepark. Het is maar 3.7 hectare groot. Vergelijk: Avonturenpark Hellendoorn, toch ook niet groot, is 8 hectare groot.
Het dak is een golf en naast de ingang staat een beeld van een man die met zijn vinger probeert een gaatje in de hoge dijk die om het park staat te dichten, een verwijzing naar het Amerikaanse boek over Hansje Brinker. Compleet verzonnen, dat verhaal.
Ik ben in Madurodam, voor de tweede keer in mijn leven. De eerste keer was zeker meer dan 30 jaar geleden en nu met een winterticket is het best goed te doen qua prijs en zo loop ik als met zevenmijlslaarzen door Nederland.
George
Eerst maar eens de naam. Het park heet naar George Maduro, geboren in 1916 in Willemstad op Curaçao als enige zoon van een Sefardisch-Joods echtpaar. In 1926 ging hij naar Den Haag om daar klas 5 en 6 van de lagere school te voltooien. Daarna naar het gymnasium en later rechten in Leiden.
Hij werd in 1939 gemobiliseerd en in november 1939 werd hij benoemd tot reserve-tweede luitenant bij de Cavalerie.
In de meidagen 1940 onderscheidde hij zich bij Villa Dorrepaal in Leidschendam. Samen met zijn manschappen wist hij de villa op de Duitsers te heroveren, waarbij George moed en leiderschap aan de dag legde.
Na de capitulatie werd George krijgsgevangen gemaakt. Eens op vrije voeten, werd hij al snel weer gevangen gezet in het Oranjehotel, de Scheveningse gevangenis. Weer vrij, werd hij verplicht de Jodenster te dragen, wat hij categorisch weigerde. Hij dook onder.
In september 1943 probeerde bij via België naar Spanje te reizen, maar na verraad werd hij opgepakt door de Gestapo. In Saarbrücken werd de gevangenis waar hij verbleef gebombardeerd en hij vluchtte niet, maar probeerde medegevangenen uit te graven. Hij werd opnieuw gevangen genomen en belandde uiteindelijk in Dachau, waar hij op 8 februari 1945, vlak voor de bevrijding, overleed aan vlektyfus, 28 jaar oud nog maar. Posthuum werd hij geëerd met de Militaire Willemsorde, de hoogste Nederlandse onderscheiding.
Monument
Zijn ouders waren, uiteraard, uiterst verdrietig om zijn overlijden en zij besloten na de oorlog een startkapitaal beschikbaar te stellen voor een miniatuurstad, naar het voorbeeld van Bekonscot Model Village in Beaconsfield in Groot-Brittannië. Dit stadje uit 1929 heeft modellen in een schaal van 1:12. Madurodam heeft miniaturen in een schaal van 1:25, een stuk kleiner dus.
Dit stadje zou de herinnering aan George levend moeten houden.
Het eerste model waar je tegenaan loopt, is van het geboortehuis van George, compleet met een achtergrond van een azuurblauwe zee en strandstoelen. Hier wordt jaarlijks de Nationale Dodenherdenking gehouden.
De inkomsten van Maduroam gaan via een stichting naar algemeen nut beogende instellingen met als doel het ondersteunen van jongeren.
In het eerste binnenplein zie ik een korte projectie over George’s leven en daarin wordt opgemerkt dat dit park wel het vrolijkste oorlogsmonument ter wereld moet zijn.
Nederland
In het park zijn ook grotere schaalmodellen aanwezig van het gemaal Cruquis, de Erasmus- en de Van Brienenoordbruggen en de Schreierstoren.
Het miezert zo nu en dan en daarom zoek ik eerst alle binnenactiviteiten op. In gemaal Cruquis sta ik oog in oog met de waterwolf zoals het Haarlemmermeer werd genoemd, in het Hof van Holland neem ik deel aan de eerste statenvergadering in 1572 in Dordrecht, ik loop het straatje van Vermeer in en kan de Nachtwacht, het melkmeisje, het meisje met de parel en dokter Tulp van dichtbij bekijken. Ik zou zelfs op het bed van Vincent kunnen zitten (niet gedaan) en via de Victory Boogie Woogie swing ik naar buiten, naar een schip op weg naar Nieuw-Amsterdam. Aan boord zijn ook de Van Rosenvelts en de Springsteens, respectieve voorouders van de Roosevelt-presidenten en Bruce Springsteen. En dan laat ik me via een ‘darkride’ bijpraten (en waaien) over molens.
Als de miezer toch wat erg wordt, duik ik het restaurant in voor koffie met appeltaart. Want dat is toch wel een heel erg Nederlands product. Het oudst bekende recept dateert uit 1514, uit het eerst gedrukte kookboek ‘Notabel boecxken van cokeryen’, waarvan trouwens nog maar één exemplaar bestaat, voor zover men weet.
Miniaturen
Het leuke van dit park is dat je heel Nederland in één oogopslag kunt overzien. Boerderijen uit diverse provincies, de stations Valkenburg, Blaak en Utrecht, overal rijden treinen rond, de snelwegen worden bereden door autootjes compleet met die van de Wegenwacht en Rijkswaterstaat.
Met grote stappen loop je van het Woudagemaal in Lemmer en Paleis het Loo naar kasteel Drakensteijn en de Westerkerk, van de Sint Jan in Den Bosch en het Vredespaleis naar het Paleis op de Dam en de Nieuwe Kerk.
De Markthal, Hotel New York, kubuswoningen, de Euromast en natuurlijk Schiphol compleet met taxiënde vliegtuigen. Ook Tiel kom ik tegen met de jamfabriek de Betuwe. Dit zijn nog maar een paar van de meer dan 430 maquettes. En overal kan groot en klein zelf aan de slag, op de kaasmarkt, op de Maasvlakte, knoeien met water en selfies tussen megatulpen. Ik word er vrolijk van!
Ik sluit af met een vlucht met The Flying Dutchman, genoemd naar Albert Plesman. De man zelf (grondlegger van de KLM) staat als standbeeld naar de lucht te kijken en even later heet hij ons welkom in de Dakota. Riemen vast en de raampjes worden een scherm waarop prachtige beelden van Nederland verweven worden met droombeelden. Erg leuk is de manier waarop bollenvelden overvloeien in schilderijen van Mondriaan en de kubuswoningen uit Rotterdam in de vogels van Escher.
Kleed
Met de tram ga ik op pad naar de Grote Kerk. Hier is nog één dag het kleed Draden van Ons Nederlandse Slavernijverleden editie Zuid-Holland te zien, voor het verhuist naar een andere lokatie.
Het hangt aan de zijde van de kerk waar een prachtig felgekleurd glas-in-loodraam aanwezig is. Passend, omdat het kleed is opgezet als was het zo’n raam, om te benadrukken dat slavernij werd bedreven door mensen die christenen waren en zelfs met theologische argumenten die slavernij goed praatten.
Het ontwerp had ik al op de site gezien, maar het echte kleed is van een grote schoonheid en bevat ontzettend veel kleur. Ik moet even schakelen hoe ik dit moet behappen, maar het blijkt dat ik het kleed vanuit de zijkanten naar het midden moet lezen.
Links een bekend beeld: de Nederlandse maagd die zich de opbrengst uit de koloniën aan de voeten laat leggen, zoals afgebeeld op de Gouden Koets.
Rechts de schepen die erop uitgaan, met de data van de oprichting van de VOC (1602) en de WIC (1621). Hier zijn de koloniën in de Oost verbeeld. Het Mauritshuis in Den Haag, de Universiteit van Leiden, het Oost-Indische Huis in Delft en de VOC-haven van Rotterdam: allemaal symbolen van en met een zwart verleden.
In het midden ontmoeten de slaafgemaakten uit Oost en West elkaar, omlijst door de symbolen van Keti Koti, de dag waarop in Suriname de wettelijke afschaffing van de slavernij in 1863 wordt herdacht.
Het kleed wordt omrand met een citaat van Frans-Martinikaanse psychiater en filosoof Frantz Fanon (1925-1961), een van de eersten die publiceerde over de psychische gevolgen van het kolonialisme voor zowel daders als slachtoffers.
‘De Europese weelde is letterlijk een schandaal, want zij is gebouwd over de ruggen van slaven. Zij heeft zich gevoed met het bloed van slaven, en dankt haar bestaan zelf aan de bodem en ondergrond van de onderontwikkelde wereld. Het welzijn en de vooruitgang van Europa zijn gebouwd met het zweet en de lijken van zwarten, Arabieren, Indiërs en Aziaten. Wij zijn vastbesloten dit nooit te vergeten. De dag waarop ons menselijk ras volledig volwassen is geworden zal het zichzelf niet definiëren als de som van de bewoners van de aardbol, maar als de oneindige eenheid van hun wederkerigheden.
Zo’n kleed is een vehikel om het gesprek op gang te krijgen. Het kan slechts aanstippen, met grote stappen door de tijd en over de aardbol gaan. Maar het lijkt te werken, hier.














