O Geest, die in het Friese hof
het leven geeft aan as en stof
en zweeft met geestige penselen
en verf op doeken en panelen?
Zo dicht Joost van de Vondel over de 17e eeuwse schilder Wybrand de Geest. Wie? Nee, niet wie. Wybrand! Vandaag ga ik op ontdekkingsreis in Leeuwarden, op zoek naar Wybrand en zijn omgeving.
Het is vroeg als ik in Leeuwarden uit de trein stap, voor een lange dag Friese Nassau’s en hun ‘hofschilder’. Maar eerst koffie en waar beter dan bij Douwe Egberts aan het Zaailand, vlak bij het Fries Museum. Overal in Leeuwarden is poezie te vinden, in tegels op de grond maar ook op ramen. Zoals bij DE. Daar is het gedicht Thuis op het raam geplakt.
Thuis
Vind een stoel en trek je haast uit
hang haar traag over de leuning
naast je deadlines en gedoe
leeg je hoofd en leg de wereld
aan je voeten, laat maar liggen
kom je later wel aan toe
maak jezelf een poosje kwijt
neem een koffie
en DE tijd
Even later word ik in museumrestaurant Thús welkom geheten, met nog een keer koffie, en natuurlijk oranjekoek. Terzijde: Oranjekoek heet zo omdat er oranjesnippers in verwerkt zijn, niet vanwege de kleur. Die is roze!
Friese Nassau’s
Waarom ben ik hier? Wel, er is een tentoonstelling over de officieuze ‘hofschilder’ van de Friese Nassau’s, Wybrand de Geest. En vandaag ben ik op stap met de GVON ofwel de Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau, die een dag rondom Wybrand heeft georganiseerd, compleet met lezing, lunch, rondleiding door de tentoonstelling, stadswandeling en borrel.
Eerst maar eens: de Friese Nassau’s, over wie hebben we het dan? Vanaf 1498 werd Friesland geregeerd door stadhouders, namens de Saksen tot 1515, dan de Geldersen tot 1523, dan de Habsburgers tot 1618. Maar vanaf 1572 hadden de Staten van Friesland ook een eigen stadhouder in dienst en dat waren vanaf 1580 de Nassau’s.
- 1580-1584: Willem van Oranje, prins van Oranje (de facto). Hij werd in 1584 vermoord in Delft en opgevolgd door zijn oomzegger, de oudste zoon van zijn broer Jan de Oude.
- 1584-1620: Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg, graaf van Nassau-Dillenburg, in Friesland bekend als Us Heit, onze vader. Hij stief kinderloos en werd opgevolgd door zijn 13 jaar jongere broer.
- 1620-1632: Ernst Casimir van Nassau-Dietz, graaf van Nassau-Dietz. Hij stierf tijdens de inspectie van de loopgraven tijdens het beleg van Roermond en werd opgevolgd door zijn zoon.
- 1632-1640: Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz, graaf van Nassau-Dietz. Hij stierf aan een verwonding die hij opliep bij de slag om Hulst. Hij was ongehuwd en had geen kinderen. Zijn broer volgde hem op.
- 1640-1664: Willem Frederik van Nassau-Dietz, vorst van Nassau-Dietz. HIj trouwde met zijn achternicht Albertine Agnes, de dochter van Frederik Hendrik en kleindochter van Willem van Oranje.
- 1664-1696: Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz, vorst van Nassau-Dietz. Hendrik Casimir II was nog zes jaar oud toen hij stadhouder werd en daarom regeerde zijn moeder Albertine Agnes van Nassau tot zijn meerderjarigheid.
- 1696-1711: Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, prins van Oranje-Nassau. Johan Willem Friso was nog maar negen jaar toen hij stadhouder werd en zijn moeder Henriette Amalia van Anhalt was regentes van 1696-1707. Hij werd opgevolgd door zijn zoon.
- 1711-1751: Willem IV van Oranje-Nassau, erfstadhouder der Verenigde Nederlanden. Hij werd geboren na de dood van zijn vader op het Hollands Diep bij Moerdijk en zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel, beter bekend als Marijke Meu, was regentes van 1711-1731.
- 1751-1795: Willem V van Oranje-Nassau, erfstadhouder der Verenigde Nederlanden. Drie jaar was hij toen hij stadhouder werd. Zijn moeder Anna van Hannover was regentes tot aan haar dood in 1759 en daarna werd zijn oma Marijke Meu regentes. Zij stierf in 1759 toen Willem nog niet meerderjarig was. Lodewijk Ernst, hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel, die al besturend voogd was voor Willem sinds de dood van Anna, werd toen als regent aangesteld.
De Friese Nassau’s zijn alle stadhouders van Willem Lodewijk tot en met Willem IV.
Wybrand
Hij werd op 16 augustus 1592 in Leeuwarden geboren. Zijn vader Simon Juckesz was glasschilder, zijn moeder Wyts Wybrantsdr., was conventuale of kloosterlinge geweest. Na de Reformatie werden in Friesland alle kloosters opgeheven en monniken en nonnen stonden op straat, zeg maar. Zo ook Wyts.
Wybrand kwam uit een familie van glasschilders maar zijn vader overleed toen Wybrand vijf jaar oud was. Het is onbekend waar hij zijn opleiding kreeg. Ook omdat de archieven van het Sint Lucas gilde (het schildersgilde) verloren gegaan.
Maar bekend is dat hij in 1611 in Utrecht is, waar ook zijn oudere broer in de leer is als schilder. Hij gaat in de leer bij Paul Moreelse en Abraham Bloemaert. Hij reist later naar Parijs en Aix-en-Provence en woont een paar jaar in Rome. Dan keert hij terug naar huis, naar Leeuwarden.
In 1622 trouwt hij met Hendrickien Fransdr. Uylenburgh, een achternicht van Saskia van Uylenburgh. En in 1633 komt Rembrandt bij Wybrand op bezoek terwijl Wybrand werkt aan de levensgrote portretten van Wytze van Camminga en zijn vrouw Sophia van Vervou. Er wordt vermoed dat dit invloed heeft gehad op Rembrandt, voor zijn schilderijen Marten en Oopjen. In 1634 waren Wybrand en Hendrickien in Sint Annaparochie aanwezig bij het kerkelijk huwelijk van Rembrandt en Saskia.
Wybrand en Hendrickien krijgen drie kinderen, Julian, Francis en Eva. Hij sterft in Leeuwarden, onbekend in welk jaar, maar tussen 1663 en 1665.
Werk
Als ik rondloop op de tentoonstelling weet ik ineens dat ik wel iets van zijn werk ken. Het beroemde posthume schilderij van vier broers van Willem van Oranje. Jan de Oude, stamvader van de Friese Nassau’s, met zijn op het slagveld omgekomen broers Hendrik, Adolf en Lodewijk. Zij zijn daarom als jongemannen afgebeeld, wat heel vervreemdend werkt bij de als oudere man afgebeelde Jan.
Wybren was en bleef katholiek, maar toch mocht hij de Friese Nassau’s portretteren. In de zalen hangen verschillende Nassau’s, maar ook de Friese adel liet zich graag schilderen door Wybrand.
De zalen hangen vol met de prachtigste portretten, niet het minst omdat Wybrand geweldig goed kant en stof kon schilderen. Met je neus er bovenop zie je nog verfstreekjes, een meter er vanaf is kant, zijde en brokaat zo geloofwaardig dat je het wel zou willen aanraken. Vooral de portetten van Sophia Hedwig, vrouw van Ernst Casimir, en Wytze van Camminga zijn heel bijzonder.
Sophia Hedwig in een gitwarte japon, bezaaid met zaadpareltjes, ieder pareltje met een eigen glimmertje.
En Wytze is echt over de top, met zijn blauwzijden kousen, glinsterende kousebanden en enorme schoenrozetten.
Omgeving
De stadsgidsen nemen ons mee de kou in. Kijk, het Leeuwarden van Wybrand is er natuurlijk niet meer, maar toch staan we bij de Minnemastraat, waar hij woonde. Het is maar een paar meter verwijderd van het centrum van de macht. Hij woonde tussen het stadhouderlijk hof (waar de Nassau’s woonden) en de kanselarij, waar het Hof van Friesland zijn zetel had.
Willem Frederik schrijft in zijn dagboeken dat hij eerst gaat paardrijden en dat hij na kerktijd bij Wybrand gaat portretzitten. Even mijn verbeelding laten werken. De Minnemastraat komt uit op de Ee-wal, dan nog de oever van de rivier de Ee. Rechts weet ik de Grote Kerk, links is het stadhouderlijk hof. Daar komt hij aan, galopperend op zijn paard.
En we zijn weer terug in onze tijd. Het hof is nu een hotel, maar we mogen wel even binnenkijken in de grote zaal. Daar hangen kopiën van Wybrands portretten, op de plek van de originele uit het museum. Op één na, die onderdeel is van de muur.
We lopen langs de Grote of Jacobijner Kerk, vroeger de kloosterkerk van het dominicanenklooster, na de Reformatie omgebouwd tot protestantse kerk. Hier hadden de Nassau’s hun eigen herenbank, de koningskraak genoemd. Helaas is de kerk niet open en moeten we het doen met het Oranjepoortje dat vanaf de straat direct toegang gaf tot de trap naar de bank. De poort is versierd met een oranjeboompje.
Laatste stop voor de borrel is natuurlijk het Princessehof, het huis dat Marijke Meu in 1731 aankocht. Zij woonde hier nadat haar zoon stadhouder was geworden. Zij verzamelde keramiek en het is logisch dat hier het keramiekmuseum is gevestigd. Én dat om de hoek een gigantische stamboom van tegeltjes is bevestigd waarop zij als voormoeder van alle Europese vorstenhuizen wordt geëerd.












