Aardappel
In de vitrine liggen in drie groepjes een aantal onooglijke knolletjes. Het zijn knollen van oude aardappelrassen die in april 2025 zijn gepoot en in augustus gerooid: de Eigenheimer, het Bintje en de Institut De Beauvais. Al deze soorten waren nog niet in Brabant aanwezig, toen Van Gogh aardappels schilderde.
Van Gogh? Ja, van Gogh. Ik ben nl. in het Noord-Brabants Museum in Den Bosch en temidden van alle schilderijen van Van Gogh is een minitentoonstelling rondom de aardappel opgesteld.
Een heel bekend schilderij van Van Gogh is zijn De Aardappeleters. Een boerenfamilie aan de maaltijd. Met een vork prikt iedereen een stuk aardappel uit de schaal om die in een kommetje saus te dopen terwijl de boerin koffie inschenkt. Het museum heeft dit schilderij niet, maar wel een mooie kopie in etsvorm.

Van 1883 tot 1885 werkte en woonde Van Gogh in Nuenen waar zijn vader predikant was en hier maakte hij maar liefst een kwart van zijn oeuvre. Daaronder behoren schilderijen van de boerenbevolking uit Nuenen en omgeving. Mensen in hun daagse goed en in hun daagse doen. Zo ook de maaltijd en het voedsel dat daarbij een grote rol speelde: de aardappel.

In de laatste decennia van de 17e eeuw was de aardappel als eetbaar gewas verspreid over Ierland, de Spaanse Nederlanden en de Elzas. In de 18e eeuw in Schotland, Engeland en Frankrijk en nog weer later Scandinavië. Het werd een belangrijk volksvoedsel, was een bron van vitamine C (belangrijk op de lange zeereizen waarbij scheurbuik kon optreden), heeft hoog calorische waarde (bevolkingsdichtheid, verstedelijking en lichaamslengte stegen) en het verminderde de voedseldruk (met wellicht als gevolg minder oorlogen).

En dat voor zo’n onooglijk knolletje. Maar er zat ook een andere kant aan. Als aardappels jaar na jaar op dezelfde akker worden verbouwd kan de aardappelziekte fytoftora toeslaan, een op schimmel gelijkende ziekte die knolrot veroorzaakt. Oogsten mislukken daardoor en in de jaren 1840 trof de ziekte Noord-Europa met grote voedseltekorten en hongersnood als gevolg.

In 1884 is de oogst voor het eerst sinds de aardappelcrisis weer goed, juist in de tijd dat Vincent in Nuenen aardappels schildert.

Dudok
Ik pak de trein naar Breda en stap daar over op de trein naar Rotterdam en zo sta ik om kwart voor twee in de rij te wachten bij Grand Café Dudok. Ik had dit al lang op mijn verlanglijstje staan, sinds een Rotterdamse collega op gebak van Dudok uit Rotterdam trakteerde. Nu kun je het gebak op meer plekken verkrijgen, maar in het naamgevende pand zitten is toch weer iets anders.
Het moderne pand uit 1952 was tot ca. 1980 het verzekeringskantoor van levensverzekeringmaatschappij De Nederlanden van 1845 (later opgegaan in Nationale Nederlanden). Daarna kwam de afdeling Schuldhulpverlening van de gemeente in het pand en zelfs een tapijtwinkel. In 1991 werd het pand gestript van alle systeemwanden en verlaagde plafonds en was het eerste grand café van Rotterdam een feit.
De naam werd Dudok, naar de architect van het pand en vandaag de dag kun je genieten van heerlijk gebak in de ruimte waar vroeger het kantoorpersoneel van De Nederlanden zat te rekenen.

De Nederlanden van 1845
Het gebouw ligt op een bijzondere plek in de stad. Het is enerzijds onderdeel van de straatwand van de Meent, een belangrijke verkeers- en winkelstraat ontstaan eind jaren dertig door een doorbraak tussen de Jonker Fransstraat en de Coolsingel. Maar het gebouw is ook onderdeel van de Westewagenstraat, waar naar idee van Dudok een reeks vrijstaande kantoorgebouwen moeten komen. Hierdoor zou vanuit deze straat het zicht op de Laurenskerk gehandhaafd blijven. In de Meent lag verder nog de hefbrug over de Delftsevaart uit 1929. Een van de heftorens is opgenomen in het gebouw.

Behalve een kantoorgedeelte in de twee onderste lagen bevat het gebouw vier verdiepingen met woningen. De bovenbouw met woningen is voorzien van een bakstenen gevel. De twee keer acht maisonnettes (flatwoningen over twee bouwlagen) hebben hun entree in de westgevel. Ze zijn bereikbaar via inpandige galerijen in de westgevel. De oostgevel, die doorloopt tot in het water, is voorzien van kleine balkons. Het gebouw heeft een lichtgebogen betonnen schaaldak en reeksen ronde raampjes, kenmerkende details voor het naoorlogse werk van Dudok.
Bron https://wederopbouwrotterdam.nl/artikelen/de-nederlanden-van-1845-cafe-dudok

Rotte
Vanaf Dudok is het maar een paar stappen langs de 14e eeuwse Delftsevaart en ik sta voor de Laurenskerk. Even een foto en dan achter de kerk naar de Binnenrotte. Tot 1871 stroomde hier de Binnenrotte, het deel van de Rotte binnen de stadsmuren. Ik loop verder naar het Stokviswater en dan richting Pompenburg waar ik de Rotte aan mijn rechterhand heb. En deze blijf ik voorlopig volgen.

De naam
De oorspronkelijke naam van de rivier is vermoedelijk Rotta, afkomstig van “rot” dat modderig of troebel betekent, en “a” dat water betekent. (zie Aa). Ook wordt wel verondersteld dat de naam zou zijn ontleend aan Roode A, waaraan ook de nederzetting Rotta haar naam zou hebben ontleend (vergelijk Goude A, waaraan Gouda, en de Breede A, waaraan Breda zijn naam zou hebben ontleend), of zou zijn afgeleid van Rotte of Rootte waarmee een stilstaand water werd aangeduid waarin de boeren vlas en hennep te rotten of te roten legden.
Bron Wikipedia

Prinsenmolen
Lang het voormalige gehucht Koot met jachtwerf Wurth loop ik naar het Berg en Broeksche Verlaat, een schutsluis uit 1866, die de verbinding vormt tussen de Rotte en de Berg en Broeksche Plassen.
De grote Bergse Voorplas zie ik links van me verschijnen. Het is nog steeds schitterend weer en en zijn veel mensen op de been. Fietsers, hardlopers, wandelaars met of zonder hond.
Aan de overzijde ligt Terbregge, naamgever van het snelwegknooppunt, een gehucht op de plek waar een brug over de Rotte lag.

De Prinsenmolen is al snel in zicht en ik sta even stil om een foto te maken. Het jaartal is 1648, en wie een beetje weet heeft van geschiedenis, denkt dan gelijk: Vrede van Münster! De molen heet pas sinds 1747 Prinsenmolen, waarschijnlijk vanwege een bezoek van stadhouder Willem IV.
Daarvoor heette de molen de Nieuwe Berchse Molen. In 1587 stond hier al een molen om de Bergse Plassen te bemalen. In 1648 werd de molen vervangen de huidige molen, een tweedehandsje uit de Beemster.

Bij het Boterdorpse Verlaat, een schutsluis uit 1740 die met houten wanden en houten jukken een heel bijzonder uiterlijk heeft, sla ik linksaf. Op naar Hillegersberg.

Hillegersberg
Bergan heette het in de 10e eeuw, wat in Oud-Hollands versterkte plaats of burcht betekent. Eigendom van Dirk II en de plaats heet naar zijn vrouw, Hildegard van Vlaanderen.
Veel leuker is natuurlijk de legende over reuzin Hillegond of Hillegonda. Zij zou zand uit haar schort hebben verloren. Op de heuvel die daardoor onstond bouwde ze haar huis en zo ontstond de berg van Hillegonda ofwel Hillegersberg. Het wapen van Hillegersberg toont nog steeds Hillegonda met haar gescheurde schort.

Als ik vanaf de Dorpsstraat naar rechts ga loop ik omhoog, naar de ruïne van een 13e eeuwse kasteelwoontoren. Dit is wat rest van Huis ten Berghe, een kasteel gebouwd op een zandlaag met daarop een opgeworpen heuvel. Het kasteel werd in 1426 verwoest door de troepen van Jacoba van Beieren.

Hillegondakerk
Nog iets verder omhoog op de donk of zandheuvel ligt de Hillegondakerk, de oudste kerk van Rotterdam (sinds Rotterdam het dorp annexeerde in 1941) en zelfs van Zuid-Holland. Voor 1028 is al sprake van een kerk op deze plek. In 1426 werd niet alleen het kasteel maar ook de kerk grotendeels verwoest. Herbouw vond plaats met resten van de kasteeltoren en de huidige vorm stamt uit 1500.
De kerk is niet erg groot, met mooie raamomlijstingen, een houten tongewelf, een rococo-consistorie en prachtige glas-in-loodramen.  Negen in de raamopeningen en twee als muurversiering met verlichting.
Er is een Leeflang-orgel uit 1982, dat gebouwd werd volgens het bestek van het oude Meere-orgel uit 1830. De kas is uit 1830 en mooi versierd.

Ik ben hier voor het Nieuwjaarsconcert van Rotterdam Orgelstad, verzorgd door Vincent de Ridder, de organist van deze kerk.
Vincent heeft een fraai programma in elkaar gezet. Hij trapt af met een vliegensvlugge prelude (BuxWV149) van Buxtehude, dan de Est-ce Mars (Wie gaat mee over zee) van Sweelinck. Ik blijf dat toch zo’n mooi stuk vinden. Bach kan niet ontbreken. Vincent speelt fantasie en fuga BWV 537. Ik vind het een vrij somber stuk, hoewel erg mooi. Hoogtepunt is Sonate V van Mendelssohn met een gefantaseerd koraal als basis. Na Martin’s Agnus Dei volgt een barokimprovisatie over Psalm 95.
Onder een hapje en en drankje blijf ik nog wat napraten, maar mijn dag is nog niet klaar.

Middeleeuwen
Ik loop naar beneden en sla rechtsaf de Straatweg in. Deze Straatweg was vanouds de weg vanuit Rotterdam naar Hillegersberg en loopt over een dijk tussen de Bergse Voorplas en de Bergse Achterplas. In 1387 kreeg deze dijkweg de naam ‘den Berchweg’. De ouderdom is deze dijkweg niet aan te zien. Het is aan het begin van de avond niet erg druk met verkeer, maar toch suizen er genoeg auto’s langs en rinkelt er zo nu en dan een tram voorbij. Een groot deel van de bebouwing is 19e eeuws, fraaie panden met mooie gevels en details. Het Raadhuis uit 1884, Villa Margaretha, Villa Suzanna, Hoeve Vruchtenburg. Het steekt allemaal mooi af tegen de donkerende lucht.
Op Rotterdam-Noord pak ik de trein en ga naar…

Westerkerk
Een lange treinreis later sta ik op Amsterdam Centraal. Op naar de Westerkerk waar ook een Nieuwjaarsconcert wordt gegeven. Het was uitgesteld door de sneeuw begin januari, maar gelukkig werd uitstel geen afstel.
Evan Bogerd zal voor ons spelen en hij heeft een programma in elkaar gezet waarbij hij alle kleuren van het orgel wil laten horen. Er is een zekere parallelie met het progamma in Hillegersberg (Bach, Buxtehude en Psalm 94).
Evan trapt af met Bach, de prelude en fuga (BWV545) en dan volgt Buxtehude, het schitterende ‘Wie schön leuchtet der Morgenstern’.
Maar hij speelt ook muziek die niet voor een orgel als het Duyschot-orgel is geschreven, of zelfs helemaal niet voor orgel.
Het tweede koraal van Franck kan ook op een niet-symfonisch orgel, zo blijkt, en de Festival Prelude ‘Der Hölle Pforte sind zerstört‘ van Karg-Elert is echt spetterend.
Voor de pauze komt de opera om de hoek kijken. De ouverture tot Tannhäuser van Wagner. Ik vind dit sowieso al een mooi stuk, maar op orgel… De manier waarop de melodie tot spreken werd gebracht was ontroerend.
Na de pauze Nacht op een kale berg, van Mussorgsky. En dat is nou het leuke van toelichtingen bij een concert. Evan vertelt dat dit stuk een heksensabbat verbeeldt. In de Oosters orthodoxe kerken is de heksensabbat samengesmolten met de geboorte van Johannes de doper. En dat hoor je in het stuk. Het geweld verstilt op het eind, als het kind geboren is. Evan bewijst dat dit stuk op een orgel beter tot zijn recht komt, dan in een orkest. Mijn mening, hè?
Na een (jammer genoeg) korte improvisatie op ‘Abide with me‘ volgt Reubke’s Psalm 94. Dit is zo’n stuk dat je moet leren waarderen, vind ik. Telkens als ik het hoor, ontdek ik nieuwe dingen, begin ik het beter te begrijpen (denk ik). Reubke is maar 22 jaar geworden en heeft daardoor maar weinig werken kunnen nalaten. Psalm 94 is zijn meest uitgevoerde stuk. En met recht.

Noord-Brabants Museum
Noord-Brabants Museum
Rotterdam
Langs de Rotte
De Prinsenmolen
Boterdorpse Verlaat
Hillegondakerk
Hillegondakerk
Hillegondakerk
Straatweg
Westerkerk

Plaats een reactie