Dit verzin je toch niet? Logeer ik in het voormalige klooster van de Zusters van het Arme kindje Jezus.
In Den Bosch op het station zit ik stiekem te lachen om de digitale borden. Sinds kort is de tekst wit op een donkerblauwe achtergrond. En nu laat de NS het digitaal sneeuwen op het bord. Sneeuwen zal het niet met deze kerst, koud is het wel. Als ik in Maastricht ben aangeland, ga ik naar het Vrijthof. En zo zit ik daar in de kou op een terras te eten. Dekentje over de benen, verwarmingselement brandt onder de terrasoverkapping, glühwein. Lukt best, zo.
Dan ga ik naar mijn hotel. Aan de naam te horen, Monastère, had ik wel verwacht dat het een voormalig klooster was.
Het is oorspronkelijk een refugiehuis van de Abdij van Hocht, een cisterciënzerinnenklooster, rond 1180 gesticht in Lanaken, iets ten noorden van Maastricht. Het refugiehuis was de stadswoning van de abdis en tevens opslagplaats voor de producten die afkomstig waren van de landbouwgronden die de abdij bezat in de omgeving. De eerste Refugie van Hocht bevond zich in de 13e eeuw in de Spilstraat en werd in de loop van de 14e eeuw verplaatst naar de Boschstraat. Eerste vermelding is dan uit 1380. Dat het een oud pand is, zie ik als ik naar mijn kamer ga. Eeuwenoude vakwerkmuren in baksteen met hout in het trappenhuis, oude balken in de gang en op mijn kamer loopt de vloer ernstig scheef.
Het klooster werd beschadigd tijdens oorlogshandelingen eind 16e en eind 18e eeuw. De Franse tijd luidde het einde van de kloosters in. Na doorverkoop kwam het in 1857 in handen van Regout, de bekende fabrikant van aardewerk in Maastricht. Hij liet er drie woonhuizen voor zijn zoons van maken.
In 1876 verkocht de zaakgelastigde van Petrus Regout de refugie aan de sorores Pauperis Infantis Jesu ofwel de Zusters van het Arme Kind Jezus. Deze kloostercongregatie was in 1848 in Aken gesticht voor de opvang van en het onderwijs aan meisjes.
Ik besluit een kerstavonddienst bij te wonen in de Sint Matthias, op een steenworp afstand van het hotel. Deze 14e eeuwse gotische kerk is een nevenparochie van de Sint-Servaas en richt zich op de Engelstalige gemeenschap en studenten. De kerk is sober, het altaar hel verlicht en het is er koud.
De liturgie is in het Engels maar de voorganger spreekt ook delen in het Latijn. In zijn preek brengt hij de geloofsbelijdenis van Nicea in herinnering, dit jaar 1700 jaar geleden vastgesteld op het Concilie van Nicea. Een geloofsbelijdenis die door vrijwel iedere kerk wordt onderschreven en waarin de kerk de menswording van God in de persoon van Jezus voor het eerst vastlegt.
Tijdens de dienst vraag ik me af, hoe lang de traditie van de kerstnachtdienst al bestaat. Nou, al heel erg lang, kom ik achter.
De middernachtmis op kerstavond is voor het eerst beschreven door Egeria, een Galicische vrouw. Zij maakt rond 381 een pelgrimstocht naar het Heilige Land en is dan getuige van een middernachtwake in Bethlehem waarmee het mysterie van kerst werd geëerd. De gelovigen gingen daarna met fakkels in optocht naar Jeruzalem om bij zonsopgang bij de Verrijzeniskerk te arriveren.
Al in 430 bereikt de middernachtmis met kerst onze omgeving. Paus Sixtus III introduceert in Rome in de Basiliek van Santa Maria Maggiore de hanengekraaimis in de kerstnacht. In de 12e eeuw is de traditie wijd verspreid, omdat dan elke priester de drie kerstmissen mag opdragen: nacht, ochtend en dag. En inderdaad, in de liturgie zie ik die aanduidingen ook terug bij de verschillende misdelen.
Na de mis speelt de organist nog een kerstlied, dus blijf ik nog even wachten. Buiten is het nog kouder geworden en van een carillon tinkelt het kerstlied: de herdertjes lagen bij nachte. Ga ik ook doen. Liggen, bedoel ik.
Terzijde: Monastère is Frans voor klooster. Het woord is afgeleid van het Latijn monasterium en dat komt weer uit het Grieks monastèrion dat klooster of kloostercel betekent. En dat komt van monastès [monnik], afgeleid van monazein [alleen wonen], van monos [alleen]. En daar komen ook onze woorden munster- of monsterkerk en monnik vandaan.
En waarom is een vrouwelijke monnik een non? Dat is ontleend, mogelijk via het Franse nonne ‘kloosterlinge’, aan Laatlatijn nonna ‘kloosterlinge’, vrouwelijke vorm van nonnus ‘monnik’, dat vanaf de 5e eeuw in gebruik was als term om met respect en genegenheid een in leeftijd oudere kloosterling aan te spreken; oorspr. zijn nonna en nonnus stamelwoorden uit de kindertaal voor ‘oudere vrouw’ en ‘oudere man’.
Vergelijkbare woorden in andere talen zijn bijv.: Engels nana ‘oma’; Italiaans nonno ‘grootvader’, nonna ‘grootmoeder’; Grieks nénnos ‘oom’, nánnē ‘tante’, nínnē ‘grootmoeder’; Sanskrit nanā ‘mama’; Russisch njánja ‘voedster, verzorgster’; Bulgaars neni ‘de oudere’; Noord-Welsh nain ‘grootmoeder’; Albanees nanë ‘moeder, verzorgster’. Bron Etymologiebank.

